In Nederland is het nationale en Europese doel om de achteruitgang van de biodiversiteit te stoppen in 2010, niet bereikt. Wel is het op wereldschaal geformuleerde doel om de achteruitgang te remmen, gehaald.
In internationaal verband zijn in het jaar 1998 in de Convention on Biodiversity (CBD) doelen vastgesteld om de achteruitgang van de biodiversiteit af te remmen. Nederland is een van de ondertekenaars van die conventie. Afgesproken is dat in 2010 de snelheid waarmee de biodiversiteit achteruitgaat, verminderd moet zijn. Een echt einde aan de achteruitgang leek de CBD op wereldschaal niet haalbaar.
De Europese Unie heeft die strengere eis wel voor Europa als beleidsdoel vastgesteld. De achteruitgang moet tot stilstand zijn gekomen. Binnen de EU blijkt dit doel in 2010 niet gehaald te zijn, en er is een proces gaande om voor 2020 een nieuw doel en actieplan vast te stellen.
Nederland is er wel in geslaagd om gemiddeld de snelheid van de achteruitgang van de biodiversiteit te verminderen. Het gaat met sommige soorten beter, maar andere gaan nog steeds in aantallen achteruit. In totaal is de achteruitgang dus geremd, maar niet gestopt.
Een belangrijke kanttekening is echter, dat juist de algemene, niet-bedreigde soorten vooruitgaan en de bedreigde, kwetsbare en zeldzame soorten verder achteruitgaan. Als maat voor bedreiging is het staan op de Rode Lijst gehanteerd. Bij alle soortgroepen is gemiddeld meer dan een derde deel bedreigd. Bij reptielen, paddenstoelen, haften en dagvlinders staat zelfs twee derde op de Rode Lijst.
Belangrijke oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit in Nederland zijn de nog hoge milieudruk (vooral verdroging, verzuring en vermesting) en de versnippering van natuurgebieden. Ook klimaatverandering kan nadelig uitwerken op de biodiversiteit.