Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Beleid zet in op sterke toename van het aandeel hernieuwbare energie tot 2023

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het aandeel hernieuwbare energie (zoals energie uit biomassa, windenergie, bodemwarmte en zonne-energie) bedroeg in 2013 4,5%. De afgelopen tien jaar is dit aandeel gemiddeld gezien toegenomen met circa 0,3 procentpunt per jaar (van 1,5% in 2003 naar 4,5% in 2013). Dit aandeel zal moeten toenemen tot 14% in 2020 om te voldoen aan de doelstelling uit de EU-richtlijn hernieuwbare energie, en tot 16% in 2023 om te voldoen aan het doel uit het SER Energie-akkoord. Dit betekent een jaarlijkse groei van gemiddeld ruim 1 procentpunt per jaar, hetgeen een forse tempoversnelling impliceert.

Aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik. Bron: CLO.nl, 2014

Aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik. Bron: CLO.nl, 2014
Aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik van vervoer. Bron: CLO.nl, 2014

Aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik van vervoer. Bron: CLO.nl, 2014

Doelstelling hernieuwbare energie

In de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie uit 2009 is vastgelegd dat 14 procent van het bruto energetisch eindverbruik van energie in 2020 afkomstig moet zijn van hernieuwbare energiebronnen (EU, 2009). In het Energieakkoord voor duurzame groei is een doel gesteld van 16% hernieuwbare energie in 2023 (SER, september 2013). Naast deze doelstellingen voor hernieuwbare energie in het algemeen, is er een doelstelling om te komen tot een aandeel van 10% hernieuwbare energie in het wegtransport in 2020 (EU, 2009).

Beleidsinstrumenten

Om het aandeel hernieuwbare energie te te laten toenemen nemen zet het Nederlandse beleid in op de volgende instrumenten:

  • Via de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+) worden hernieuwbare energieprojecten financieel ondersteund, door de meerkosten te vergoeden ten opzichte van fossiele energie. Het gaat daarbij om hernieuwbare elektriciteit (zoals wind en zon-PV), hernieuwbare warmte (zoals bodemwarmte en buitenluchtwarmte) en hernieuwbaar gas (zoals gas uit vergisting van biomassa).
  • Via een bijmengverplichting voor biobrandstof in transportbrandstoffen. Op dit moment worden enkele procenten biobrandstoffen bijgemengd in benzine en diesel.
  • Via (gedeeltelijke) vrijstelling van de energiebelasting voor decentraal opgewekte zon-PV.

Referenties

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Robert Koelemeijer