Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Versnelling nodig van het realisatietempo windenergie

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

De wind kan in Nederland veel (hernieuwbare) energie opleveren. Windenergie heeft daarom een belangrijke rol gekregen om de nationale doelen voor hernieuwbare energie te halen: 14 procent in 2020 en 16 procent in 2023 van het energieverbruik in Nederland.

Windenergievermogen op land

Windenergievermogen op land
Windenergievermogen op land en zee

Windenergievermogen op land en zee
Windenergievermogen op land en zee per provincie en doelen

Windenergievermogen op land en zee per provincie en doelen

Wind op land

Het opgestelde vermogen voor windenergie op land komt in 2013 uit op ongeveer 2500 megawatt (voorlopige cijfers, CBS, 2014). Dat is ten opzichte van 2012 een toename van 276 megawatt. Om het nationale doel van 6000 megawatt voor wind op land te halen in 2020 moet er vanaf 2014 jaarlijks ten minste 500 megawatt worden toegevoegd.

Wind op zee

Op zee is het opgestelde vermogen 228 megawatt in 2013 en dit is sinds 2008 onveranderd. De in het Energieakkoord voor Duurzame groei aangekondigde verruiming van de financiering gecombineerd met de ruimtelijke allocatie van windparken op zee maken een versnelling van het realisatietempo mogelijk. Of het tempo voldoende kan versnellen om – zoals beoogd – 4450 megawatt operationeel vermogen op zee te realiseren in 2023 is onzeker, en hangt onder andere af van de kostenontwikkeling van wind op zee en in hoeverre vergunningsprocedures versneld kunnen worden.

Opgesteld vermogen en aandeel in energievoorziening

De elektriciteitsproductie uit windenergie op land en op zee bedroeg in 2013 circa 0,9 procent van het totale Nederlandse eindverbruik van energie. Het overgrote deel (85 procent) werd door de windturbines op land geproduceerd.

Aandeel windenergie in het totale energieverbruik

Aandeel windenergie in het totale energieverbruik
Windturbines per gemeente

Windturbines per gemeente

Oorzaken lage groeitempo

Het lage groeitempo voor wind op land tot dusver kent verschillende oorzaken, zoals gebrek aan maatschappelijk draagvlak voor de lokale inpassing, gebrek aan financiering en wisselingen van beleid in het verleden (Kruitwagen & Elzenga 2012). Recentelijk zijn aanmerkelijke verbeteringen in die situatie bewerkstelligd. Met de verruiming van de subsidie en het vaststellen van de ruimtelijke structuurvisie voor wind op land is een belangrijke stap voorwaarts gemaakt.

In 2014 is de SDE+-regeling opengesteld met een maximaal budget van 3,5 miljard euro, voor het stimuleren van investeringen in hernieuwbare energie. Met het beschikbare SDE+ budget voor hernieuwbare energie, de komende jaren, zal er volgens ECN en het Planbureau voor de Leefomgeving voldoende financiering zijn om ook windenergie op land aan bod te laten komen en door te laten groeien tot 6000 megawatt in 2020 (PBL & ECN 2013).

In de ruimtelijke structuurvisie voor wind op land bereiken Rijk en provincies een akkoord over de locaties van grote windparken en het tijdspad voor het aanbesteden van de bouw van de windparken. Daarmee staan de parken er natuurlijk nog niet, maar toch wordt er veel meer zekerheid geboden aan de markt en een belangrijke versnelling in de procedure bereikt.

De structuurvisie zorgt voor een betere regionale afstemming dan de regelingen ervoor. Provincies hebben onderling het vermogen verdeeld en staan voor een heldere taak . Het pad naar 2020 voor wind op land is bevestigd in het Energieakkoord voor Duurzame groei. Bovendien is daarin afgesproken dat aan het maatschappelijk draagvlak wordt gewerkt door een betere positie van omwonenden door participatie. Dit is nodig omdat veel projecten vertraging oplopen of stranden in de lokale procedures.

Ook voor windenergie op zee is het Energieakkoord een belangrijke stimulans geweest. Om het doel voor windenergie op zee vorm te geven is het kabinet gestart met het opstellen van een structuurvisie wind op zee. In het ontwerp hiervan (december 2013) wordt een voortvarend aanbestedingstempo geschetst om 4450 megawatt aan windturbines in 2020 te hebben aanbesteed die in 2023 operationeel zouden moeten zijn.

Referenties

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteurs: Anton van Hoorn, Jan Matthijsen, Robert Koelemeijer