Balans van de Leefomgeving

Energie, klimaat en lucht

Hoofdpunten

  • Klimaatakkoord Parijs

    In het klimaatakkoord van Parijs hebben landen zich geschaard achter het doel om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2oC, en te streven naar maximaal 1,5oC temperatuurstijging. De toegezegde bijdragen van landen aan de daarvoor benodigde mondiale reductie van de uitstoot van broeikasgassen zijn echter onvoldoende om dit doel te kunnen halen. Ook het EU-doel van ten minste 40 procent reductie in 2030 ten opzichte van 1990 is te laag om onder een temperatuurstijging van 2oC te blijven.
  • Klimaatbeleid

    Twee belangrijke maatschappelijke signalen gericht op een krachtiger klimaatbeleid zijn nog niet in het overheidsbeleid opgepakt. Ten eerste is het advies van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) om in een klimaatwet een langetermijndoel voor broeikasgasemissies (80 tot 95 procent vermindering in 2050 ten opzichte van 1990) voor Nederland vast te leggen, niet overgenomen in het in 2016 uitgebrachte Energierapport. Ten tweede is het gerechtelijke besluit in de Urgenda Klimaatzaak om in 2020 ten opzichte van 1990 tot een reductie van broeikasgasemissies met 25 procent te komen, nog niet opgevolgd met een concreet actieplan voor het halen van dit doel. Wel heeft het kabinet aangekondigd om, naar aanleiding van het CO2-rapport van het Interdepartementaal Beleidsonderzoek, maatregelen verder uit te werken.
  • Lange termijn

    Technologieën als windenergie, zonnepanelen, elektrische auto’s en in iets mindere mate elektrische warmtepompen en warmtenetten met geothermie krijgen weliswaar krachtige beleidsimpulsen, maar omdat heldere beleidsperspectieven voor de energietransitie op de langere termijn ontbreken, dreigen deze ontwikkelingen in het volgende decennium af te remmen. Voor andere opties die  van groot belang zijn voor emissiereductie op de lange termijn – zoals procesvernieuwing in de industrie, opslag en afvang van CO2 (CCS) en de productie van groene brandstoffen – is nog geen krachtig beleid ingezet.

Hoofdstuk Energie en klimaat

In de Balans voor de Leefomgeving 2016 analyseert PBL in hoeverre huidige maatschappelijke ontwikkelingen en het huidige beleid bijdragen aan het bereiken van een koolstofarme economie in 2050, zie: Energie en klimaat (PDF, 23 MB).

Evaluatie van het klimaat, energie en luchtbeleid

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het beleid voor energie, klimaat en lucht. In hoeverre zijn bijvoorbeeld de beleidsdoelen gehaald voor de uitstoot van broeikasgassen? En hoe staat het met de voorgenomen energiebesparing? Kan de overheid nog meer doen om de beleidsdoelen te halen? Onderstaande stoplichten geven een bondig overzicht van de mate waarin doelen naar verwachting tijdig worden gehaald. Een uitgebreidere analyse vindt u door te klikken op de link “lees meer”.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Energie en klimaat

Voor Energie en klimaat zijn het doelbereik en de toelichting afgeleid van de Nationale Energieverkenning (NEV) 2015. In oktober 2016 wordt een nieuwe NEV gepubliceerd.

Hernieuwbare energie, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Inzet hernieuwbare energie in 2020 te laag om te voldoen aan EU-doellees meer
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
EU-doel voor het aandeel hernieuwbare energie is 14% in 2020. In 2015 is het aandeel hernieuwbare energie licht toegenomen naar 5,8% ten opzichte van 2014. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 en toepassing van de huidige Europese rekenmethode komt het aandeel uit op 11,9% in 2020. Hiermee lijkt het doel van 14% nog niet binnen bereik.lees meer
Hernieuwbare energie, doel Energieakkoord (2023)
  • Balans 2016
Het doel uit het Energieakkoord voor het aandeel hernieuwbare energie in 2023 is 16%. In 2015 is het aandeel 5,8%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt Nederland in 2023, met de toepassing van Europese rekenmethodes, uit op 15,7% en komt het doel in zicht.lees meer
Energiebesparing, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het (cumulatieve) energiebesparingsdoel in EU-verband is 482 PJ in de periode 2014-2020. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de cumulatieve reductie uit op circa 540 PJ in 2020 en daarmee binnen bereik.lees meer
Energiebesparing, doel Energieakkoord (2020)
  • Balans 2016
Het energiebesparingsdoel uit het Energieakkoord betreft een additionele besparing van 100 PJ in 2020 ten opzichte van het besparingstempo zonder Energieakkoord. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 is de geraamde besparing 55 PJ in 2020 en blijft het doel buiten bereik.lees meer
Aanvullend beleid hernieuwbaar en besparing, doelen EU-richtlijn, Energieakkoord (2020 en 2023)
  • Balans 2016
Tussen oktober 2015 en mei 2016 zijn extra maatregelen aangekondigd die het doelbereik, voor met name hernieuwbaar en besparing, voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog beogen te realiseren. De Nationale Energieverkenning 2016 zal de effecten van dit extra beleid op het doelbereik doorrekenen.lees meer
Windenergie op land (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het doel is 6.000 MW in 2020. In 2015 bedroeg het opgestelde windvermogen op land 3.031 MW. Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2015 (vrijwel) zeker 4.574 MW productief opgesteld zijn en voor nog eens ruim 600 MW is dat aannemelijk. De monitor geeft ook aan dat er nog veel inspanning nodig is van alle betrokken partijen om de resterende opgave tot 6.000 MW voor 2020 te realiseren.lees meer
Windenergie op zee (2023)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het doel uit het Energieakkoord is 4.450 MW in 2023. In 2015 was 357 MW windvermogen op zee opgesteld en nog eens 600 MW is in aanbouw. In het Energieakkoord is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee van 2013 tot 2023. Ontwikkelingen sindsdien laten zien dat dit realistisch is. De ambitie lijkt daarom haalbaar.lees meer
Broeikasgasemissies niet-ETS-sectoren EU-doel (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Geraamde totale emissie waarschijnlijk onder het doel voor 2020, emissies van sectoren echter niet altijd onder sectorale emissieplafondslees meer
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Doel voor de reductie van broeikasgasemissies uit de niet-ETS-sectoren in EU-verband is 16% in 2020 ten opzichte van 2005. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de reductie uit op circa 21%. Ook de bijbehorende doelen voor de maximale cumulatieve emissies tussen 2013 en 2020 worden gehaald.lees meer

Luchtverontreiniging

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

NOx-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
NOx-emissie daalt gestaag, maar in 2010 nog boven emissieplafondlees meer
De uitstoot van stikstofoxiden in 2012 lag 12 kiloton (5%) onder het Europese emissieplafond dat geldt vanaf 2010 (NEC).lees meer
Het emissieplafond voor stikstofoxiden is 260 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 235 Kton.lees meer
SO2-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2010lees meer
In 2012 16 kiloton (32%) onder het emissieplafond.lees meer
Het emissieplafond voor zwaveldioxide is 50 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 29 Kton.lees meer
NH3-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
In 2011 enkele kilotonnen onder emissieplafond maar nog gevoelig voor tegenvallerslees meer
In 2012 8 kiloton (6%) onder het emissieplafond.lees meer
In de Balans 2012 en 2014 was het beeld dat het 2010-plafond voor ammoniakemissie (128 Kton) binnen bereik was. Echter, sinds de herberekening van de ammoniakemissie in 2014/2015 ligt de emissie boven het doel. Zo is voor 2012 de herberekende ammoniakemissie met 15 Kton naar boven bijgesteld. De gerealiseerde emissie in 2014 is 134 Kton. De overschrijding van het plafond betekent niet automatisch dat Nederland in gebreke wordt gesteld. Er is namelijk consensus in Europa dat landen niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor wijzigingen in de geregistreerde emissiecijfers die niet bekend waren bij het afspreken van de reductiedoelen.lees meer
NMVOS-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2010lees meer
In 2012 35 kiloton (19%) onder het emissieplafond.lees meer
Het emissieplafond voor niet-methaan vluchtige organische stoffen is 185 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 143 Kton.lees meer
NOx-emissie (2020)
  • Balans 2016
De reductieverplichting voor stikstofoxiden in 2020 is 45% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 202 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 172 Kton.lees meer
SO2-emissie (2020)
  • Balans 2016
De reductieverplichting voor zwaveldioxide in 2020 is 28% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 47 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 30 Kton.lees meer
NH3-emissie (2020)
  • Balans 2016
De reductieverplichting voor ammoniak in 2020 is 13% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 139 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 127 Kton. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan dat voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 ten opzichte van 2005). Hierdoor is bij een recente herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld, terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
NMVOS-emissie (2020)
  • Balans 2016
De reductieverplichting voor niet-methaan vluchtige organische stoffen in 2020 is 8% ten opzichte van 2005 oftewel 164 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 146 Kton.lees meer
Fijn stof (PM2,5)-emissie (2020)
  • Balans 2016
De reductieverplichting voor fijnstof (PM2,5) in 2020 is 37% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 13,4 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 10,4 Kton.lees meer