Balans van de Leefomgeving

Gemiddelde jaarlijkse energiebesparingstempo neemt toe

Energiebesparing, EU-richtlijn (2020)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Het (cumulatieve) energiebesparingsdoel in EU-verband is 482 PJ in de periode 2014-2020. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de cumulatieve reductie uit op circa 540 PJ in 2020 en daarmee binnen bereik.
Energiebesparing, doel Energieakkoord (2020)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Het energiebesparingsdoel uit het Energieakkoord betreft een additionele besparing van 100 PJ in 2020 ten opzichte van het besparingstempo zonder Energieakkoord. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 is de geraamde besparing 55 PJ in 2020 en blijft het doel buiten bereik.

Energiebesparingstempo

Tussen 2000 en 2010 bedroeg het energiebesparingstempo in Nederland gemiddeld 1,1 procent per jaar. Dit besparingstempo is bepaald op basis van het Protocol Monitoring Energiebesparing. Bij vastgesteld beleid zal het besparingstempo in de periode 2013 – 2020 naar verwachting rond de 1,3 procent per jaar liggen. Deze toename ten opzichte van het al gerealiseerde aandeel komt voornamelijk door de afspraken die in het Energieakkoord zijn gemaakt (NEV 2015).

Het wordt vooral in de gebouwde omgeving steeds lastiger om energie te besparen. Maatregelen zoals HR-ketels en dubbel glas zorgden in het verleden voor veel energiebesparing, maar zijn nu in veel woningen al toegepast. Voor verdere verlaging van het fossiele energiegebruik wordt de aandacht deels verlegd naar hernieuwbare energie zoals zoninstraling (pv) en omgevingswarmte (warmtepompen). Dit leidt weliswaar tot lager elektriciteits- of gasverbruik op de energierekening, maar verlaagt het energieverbruik zelf niet. (NEV 2015).

Energiebesparing is Nederland via drie methodieken gedefinieerd:

  • het Protocol Monitoring energiebesparing (PME)
  • volgens de Europese richtlijn energie-efficiëntie (EER)
  • besparingsdoel uit het Energieakkoord (EA)

Daarnaast wordt ook over energie-efficiëntie gesproken in specifieke definities. Hiermee is energiebesparing een complex en moeilijk meetbaar begrip.

Vergelijkingstabel verschillende energiebesparing definities

  Protocol Monitoring energiebesparing (PME) Besparingsdoel Energieakkoord (EA) Europese richtlijn energie-efficiëntie (EER)
Formeel doel Nee 100 PJ in 2020 482 PJ 2014-2020
Primair of finaal Primair Finaal Finaal
Aanbod Warmte Kracht Koppeling Ja Nee Nee
Vraagreductie Ja Ja Ja
Hernieuwbaar achter de meter Nee Ja Ja

Protocol Monitoring energiebesparing

Het PME protocol (Gerdes & Boonekamp 2012) is als enige van de hierboven genoemde definities geschikt om trends in het verleden, heden en toekomst in kaart te brengen. In tegenstelling tot de andere twee methoden wordt in dit protocol wel rekening gehouden met warmte kracht koppeling (WKK) en kijkt het naar besparing van primaire energie, dus ook de besparing van vermeden energieverbruik bij de elektriciteitsopwekking en raffinaderijen. Hernieuwbare energie achter de meter telt hier niet mee als energiebesparing, terwijl dit wel een rol speelt bij bijvoorbeeld energieprestatienormen en energielabels bij gebouwen. In dit opzicht sluit het Protocol Monitoring Energiebesparing niet altijd aan bij wat veel mensen als energiebesparing en besparingsbeleid zullen betitelen (NEV 2015).

Europese richtlijn energie-efficiëntie

Nederland heeft in het kader van de Europese richtlijn energie-efficiëntie een doelstelling van 482 PJ in 2020. Bij vastgesteld beleid wordt dit doel behaald (NEV 2015). Binnen Europa is afgesproken dat landen 1,5% energie per jaar besparen in de periode 2013-2020. Evenals bij het Energieakkoord, maar anders dan bij het Protocol Monitoring Energiebesparing kan het EER behalve echte efficiëntiemaatregelen ook volume- en structuureffecten (omvang en gedrag) behelzen. Energiebesparing door aanbodtechnieken – WKK en efficiëntere elektriciteitscentrales – telt in richtlijn EER niet mee. Dit is dus anders dan bij het Protocol Monitoring Energiebesparing. Kleinschalig hernieuwbaar achter de meter, zoals zon-PV, warmtepompen en zonneboilers, telt wel mee als besparing in de EER. Inzet van biomassa telt echter niet mee. Verder tellen alleen de besparingseffecten mee die aan nationaal beleid zijn toe te rekenen. Dit is een belangrijk verschil met het Energieakkoord (NEV 2015).

Besparingsdoel uit het Energieakkoord

De deelnemers aan het Energieakkoord (SER 2013) hebben afgesproken 100 PJ extra in 2020 te besparen als gevolg van de afspraken die zijn vastgelegd in het akkoord. Deze besparing richt zich voornamelijk op het eindgebruik van energie, ook wel finaal energiegebruik genoemd.

De verwachte extra besparing op basis van de afspraken uit het Energieakkoord bedraagt 55 petajoule met een bandbreedte van 33 tot 76 petajoule. Dit omvat zowel de afspraken die al onder het vastgesteld vallen als de afspraken die nog onder het voorgenomen beleid vallen. De verwachte besparing is onvoldoende om het doel van 100 petajoule te halen.

In Energieverkenning 2015 is aangegeven dat uitgaande van (voorgenomen) beleid de geraamde besparing 55 petajoule in 2020 is, daarmee blijft het doel van 100 PJ buiten bereik (NEV 2015).

Het vergelijken van de drie definities, die onderling van elkaar verschillen op meer details is complex en in dit kader niet uitgewerkt.

Referenties

Naam van het gegeven

Energiebesparing

Omschrijving

Energiebesparing in Nederland

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur Jeroen Peters

Berekeningswijze

De gegevens over energiebesparing en de beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de Nationale Energieverkenning (NEV) 2015 (Schoots & Hammingh, 2015)

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Nationale Energieverkenning (NEV) verschijnen jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Schoots K. & P. Hammingh (2015), Nationale Energieverkenning 2015, Petten/Den Haag: Energie Centrum Nederland/Planbureau voor de Leefomgeving/Centraal Bureau Statistiek/Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Betrouwbaarheidscodering

Zie NEV rapportage voor onzekerheden