Balans van de Leefomgeving

Aandeel hernieuwbare energie in Nederland neemt licht toe maar 2020 doelstelling is niet binnen bereik

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Hernieuwbare energie, EU-richtlijn (2020)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
EU-doel voor het aandeel hernieuwbare energie is 14% in 2020. In 2015 is het aandeel hernieuwbare energie licht toegenomen naar 5,8% ten opzichte van 2014. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 en toepassing van de huidige Europese rekenmethode komt het aandeel uit op 11,9% in 2020. Hiermee lijkt het doel van 14% nog niet binnen bereik.
Hernieuwbare energie, doel Energieakkoord (2023)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Het doel uit het Energieakkoord voor het aandeel hernieuwbare energie in 2023 is 16%. In 2015 is het aandeel 5,8%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt Nederland in 2023, met de toepassing van Europese rekenmethodes, uit op 15,7% en komt het doel in zicht.
Aanvullend beleid hernieuwbaar en besparing, doelen EU-richtlijn, Energieakkoord (2020 en 2023)
  • Balans voor de leefomgeving 2016
Tussen oktober 2015 en mei 2016 zijn extra maatregelen aangekondigd die het doelbereik, voor met name hernieuwbaar en besparing, voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog beogen te realiseren. De Nationale Energieverkenning 2016 zal de effecten van dit extra beleid op het doelbereik doorrekenen.
 Aandeel hernieuwbare energie in Nederland neemt licht toe maar 2020 doelstelling is niet binnen bereik

Aandeel hernieuwbare energie in Nederland neemt licht toe maar 2020 doelstelling is niet binnen bereik

Aandeel hernieuwbare energie

In de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie uit 2009 is vastgelegd dat 14 procent van het bruto energetisch eindverbruik van energie in 2020 afkomstig moet zijn van hernieuwbare energiebronnen (Europese Commissie 2009). In het Energieakkoord voor duurzame groei (SER 2013) is een doel gesteld van 16% hernieuwbare energie in 2023.

Naast deze doelstellingen voor hernieuwbare energie in het algemeen is er een doelstelling om te komen tot een aandeel van 10% hernieuwbare energie in het wegtransport in 2020 (Europese Commissie 2009). In de Nederlandse wetgeving is vastgelegd dat leveranciers van benzine en diesel aan vervoer een gedeelte van de door hen geleverde energie uit hernieuwbare energie moeten laten bestaan. In 2014 bestond de geleverde diesel en benzine in Nederland gemiddeld voor 5,5% uit hernieuwbare energie. Voor benzine bedroeg het gemiddelde aandeel hernieuwbare energie 4,1% en voor diesel was dit 6,4%. In de berekeningen is de hernieuwbare energie die daarvoor in aanmerking komt, dubbel geteld (NEA 2015). Zie ook de indicator Verbruik van hernieuwbare energie voor vervoer in het Compendium van de Leefomgeving.

Op basis van het huidige beleid zal naar verwachting de 14% doelstelling in 2020 zoals afgesproken is in Europees verband, net niet worden gehaald. Wel lijkt het doelbereik uit het Energieakkoord van 16% in 2023 in zicht (Schoots K. & P. Hammingh 2015).

Beleidsinstrumenten

Om het aandeel hernieuwbare energie te laten toenemen nemen zet het Nederlandse beleid in op de volgende instrumenten:

  • Via de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE-plus) worden hernieuwbare energieprojecten financieel ondersteund, door de meerkosten te vergoeden ten opzichte van fossiele energie. Het gaat daarbij om hernieuwbare elektriciteit (zoals wind en zon-PV), hernieuwbare warmte (zoals bodemwarmte en buitenluchtwarmte) en hernieuwbaar gas (zoals gas uit vergisting van biomassa).
  • Via een bijmengverplichting voor biobrandstof in transportbrandstoffen. Op dit moment worden enkele procenten biobrandstoffen bijgemengd in benzine en diesel.
  • Via (gedeeltelijke) vrijstelling van de energiebelasting voor decentraal opgewekte zon-PV.

Tussen oktober 2015 en mei 2016 zijn extra maatregelen aangekondigd die doelbereik van alle doelen voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog moeten realiseren (EZ 2016). De Nationale Energieverkenning 2016 zal de effecten van dit extra beleid beoordelen

 In 2014 is in Europa als geheel 16% gerealiseerd. Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn nog ver verwijderd van hun doelstelling.

In 2014 is in Europa als geheel 16% gerealiseerd. Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn nog ver verwijderd van hun doelstelling.

Eindverbruik hernieuwbare energie in Europa

Europa als geheel heeft een doelstelling voor het aandeel hernieuwbare energie van 20% in het finale energieverbruik. In 2014 is dit aandeel in Europa als geheel voor 16% gerealiseerd. Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk zijn nog ver verwijderd van hun doelstelling van respectievelijk 23%, 14% en 15%. Het gerealiseerde aandeel blijft op dit moment beperkt tot 14% voor Frankrijk, 7% in het Verenigd Koninkrijk en 5.5% in Nederland in 2014 (Eurostat 2016).

Referenties

Naam van het gegeven

Hernieuwbare energie

Omschrijving

Aandeel hernieuwbare energie in Nederland

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur Jeroen Peters

Berekeningswijze

Het aandeel hernieuwbare energie en beleidsvoornemens zijn gebaseerd op de Nationale Energieverkenning (NEV) 2015 (Schoots & Hammingh, 2015)

Geografisch verdeling

Nederland

Verschijningsfrequentie

Nationale Energieverkenning (NEV) verschijnen jaarlijks

Achtergrondliteratuur

Schoots K. & P. Hammingh (2015), Nationale Energieverkenning 2015, Petten/Den Haag: Energie Centrum Nederland/Planbureau voor de Leefomgeving/Centraal Bureau Statistiek/Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Betrouwbaarheidscodering

Zie NEV rapportage voor onzekerheden