Balans van de Leefomgeving

Landbouw en voedsel

Hoofdpunten

  • Milieu-efficiënt

    De Nederlandse landbouwsector is per eenheid product milieu-efficiënt, maar loopt door de omvang van de landbouwproductie tegen milieugrenzen aan. Een verdere verbetering van de milieu-efficiëntie vraagt om nieuwe aanpassingen die vaak kostprijsverhogend zijn. Dit is voor landbouwbedrijven lastig op te brengen vanwege de concurrentiepositie op de internationale markt en de lage wereldprijzen.
  • Milieudruk

    De inzet op een verbetering van de milieu-efficiëntie heeft in de afgelopen tien jaar amper nog tot een afname van de milieudruk geleid, maar wel bijgedragen aan schaalvergroting; de inkomens van boeren zijn vrijwel niet toegenomen en de solvabiliteit is veelal afgenomen. Overigens zijn de verschillen zowel tussen als binnen bedrijfstypen groot. Dat neemt niet weg dat de economische kwetsbaarheid van veel Nederlandse landbouwbedrijven – de akkerbouw uitgezonderd – is toegenomen.
  • Lange termijn

    Het is de vraag in hoeverre het huidige proces van voortgaande schaalvergroting in de landbouw voldoende perspectief biedt voor een meer economisch robuuste en ecologisch duurzamere landbouw in Nederland. Dat noopt tot nadenken over hoe in Nederland invulling te geven aan het landbouwsysteem en in hoeverre de verbinding tussen het voedsel- en landbouwbeleid kansen biedt voor een meer robuuste en ecologisch duurzamere landbouw waardoor ook de milieucondities voor de natuur verbeteren.

Hoofdstuk Landbouw en voedsel

In de Balans voor de Leefomgeving 2016 analyseert het PBL in hoeverre huidige maatschappelijke ontwikkelingen en het huidige beleid bijdragen aan het bereiken van een duurzame landbouw en de duurzame consumptie van voedsel, zie: Landbouw en voedsel (PDF, 23 MB).

Evaluatie van het beleid voor landbouw en de duurzame consumptie van voedsel

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het beleid voor landbouw en voedsel. In hoeverre zijn bijvoorbeeld de beleidsdoelen gehaald voor de productie van van mest? En hoe staat het met het aantal duurzame stallen? Kan de overheid nog meer doen om de beleidsdoelen te halen? Onderstaande stoplichten geven een bondig overzicht van de mate waarin doelen naar verwachting tijdig worden gehaald. Een uitgebreidere analyse vindt u door te klikken op de link “lees meer”.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Landbouw en voedsel

Mestproductieplafond (vanaf 2006)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Stikstofproductie ruim onder mestproductieplafond, Fosfaat in 2011 vlak onder het productieplafond lees meer
Stikstofproductie ruim onder mestproductieplafond 2002. In 2013 nam fosfaatproductie weer toe door groei van de melkveestapel en toename van fosfaatgehalte in krachtvoer. Onzekerder of voerspoor voldoende effectief zal zijn om de mestproductie te beperken tot niveau 2002.lees meer
Het mestproductieplafond is gekoppeld aan de derogatie van de Europese Commissie sinds 2006 en bedraagt 504 miljoen kg stikstof en 173 miljoen kg fosfaat. De stikstofproductie blijft in 2015 met 498 miljoen kg (dit is inclusief de gasvormige verliezen) net onder dit plafond, de productie van fosfaat zit er met 180 miljoen kg boven. Per 1 januari 2017 voert de overheid fosfaatrechten op bedrijfsniveau in, op basis van de fosfaatproductie op 2 juli 2015. Om in 2018 een fosfaatproductie beneden het plafond te realiseren, vindt er een generieke afroming plaats en wordt bij het verhandelen van fosfaatrechten ook afgeroomd. De hoogte van de generieke afroming moet echter nog worden vastgesteld.lees meer
NH3-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
In 2011 enkele kilotonnen onder emissieplafond maar nog gevoelig voor tegenvallerslees meer
Ammoniakemissie daalt: het 2010 NEC-doel is al gehaald. Het NEC-doel voor 2020 (-13% t.o.v. 2005) mogelijk ook, maar emissieramingen zijn onzeker.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland.
In de Balans 2012 en 2014 was het beeld dat het 2010-plafond voor ammoniakemissie (128 kton) binnen bereik was. Echter, sinds de herberekening van de ammoniakemissie in 2014/2015 ligt de emissie boven het doel. Zo is voor 2012 de herberekende ammoniakemissies met 15 kton naar boven bijgesteld. De gerealiseerde emissie in 2014 is 134 kton. De overschrijding van het plafond betekent niet automatisch dat Nederland in gebreke wordt gesteld. Er is namelijk consensus in Europa dat landen niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor wijzigingen in de geregistreerde emissiecijfers die niet bekend waren bij het afspreken van de reductiedoelen.lees meer
NH3-emissie (2020)
  • Balans 2016
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland.
De reductieverplichting voor ammoniak in 2020 is 13 % t.o.v. 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 139 kton (nieuw Gotenburg protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 127 kton en valt daarmee binnen het 2020 plafond. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 tov 2005). Hierdoor is bij een recente herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
Nitraat in het bovenste grondwater
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
"Zuidelijk zandgebied en lössregio zijn ook na 2013 nog een knelpunt."lees meer
"Zuidelijk zandgebied en lössregio zijn ook na 2013 nog een knelpunt."lees meer
"In het klei- en veengebied ligt in 2015 de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder de doelstelling van 50 mg nitraat per liter. In het zuidelijk zand- en lössgebied (Noord-Brabant en Limburg) ligt de gemiddelde nitraatconcentratie nog ruim boven het nitraatdoel, terwijl in het noordelijk en centraal zandgebied gemiddeld het doel wordt bereikt. Gemiddeld doelbereik in het zandgebied betekent overigens in de praktijk dat bijna de helft van de bedrijven niet aan de norm voldoet."lees meer
Gewasbeschermingmiddelen in oppervlaktewater
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Afname van de belasting van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw stagneert.lees meer
Stoffen met een jaargemiddelde (JG) MKN-norm overschrijden op ongeveer 25% van de meetpunten de norm, zowel in 2010 als in 2012. Voor stoffen met een MTR-norm is dat 50%. De MTR-normen zullen op den duur vervangen worden door JG en MAC (maximale concentratie)-MKN-normen.lees meer
In 2014 werden op iets meer dan 60% van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de (stofafhankelijke) normen overschreden. Op veel locaties wordt de norm door minder dan 5% van het totale aantal stoffen overschreden. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken.lees meer
Duurzame stallen (2016)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
10% integraal duurzame stallen: doel 8% ruimschoots gehaald.lees meer
Met 13% integraal duurzame stallen begin 2016 is het doel van 12% gehaald.lees meer
Duurzamer vlees (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Consumptie 'duurzamer' geproduceerd vlees stijgt, maar huidige tempo van verbetering nog te laag om doel in 2023 te halen.lees meer
De ambitie van overheid en bedrijfsleven is dat in 2020 100% van de consumptie van varkensvlees en pluimveevlees ten minste voldoet aan een hoger niveau van dierenwelzijn. In 2014 zijn de bestedingen aan duurzaam vlees ten opzichte van 2013 gelijkgebleven. De bestedingen aan producten met een Beter Leven Keurmerk zijn in 2014 met 4% gestegen. Dit tempo is te laag om het doel in 2020 te bereiken.lees meer
Voedselverspilling (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Het rijksdoel is de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten op zicht van 2009. Verspilling door consumenten, die het grootste aandeel hebben, neemt nog niet af.lees meer
Doel is de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. In 2013 is de hoeveelheid verspild voedsel op het niveau van 2009. Aangezien het algemene beeld is dat er tussen 2009 en 2013 niet veel is veranderd in de hoeveelheid verspild voedsel, lijkt het doel van 20% reductie in 2015 buiten bereik.lees meer
Antibioticagebruik veehouderij (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Het doel voor 2015 is een reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij met 70% ten opzichte van 2009. De verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik is in 2014 met bijna 60% gedaald in vergelijking met 2009. De snelle daling sinds 2009 stokte in 2014, hetgeen het bereiken van 70% reductie in 2015 aanzienlijk bemoeilijkt.lees meer
Het doel voor 2015 is een reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij met 70% ten opzichte van 2009. De verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik is in 2014 met bijna 60% gedaald in vergelijking met 2009. De snelle daling sinds 2009 stokte in 2014, hetgeen het bereiken van 70% reductie in 2015 een aanzienlijke opgave maakt.lees meer