Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2017

Evaluatie beleidsdoelen voor de leefomgeving

Op deze pagina vindt u een overzicht van de mate waarin de beleidsdoelen voor milieu, natuur of ruimte naar verwachting worden gehaald. Elk doel heeft een kleurcode gekregen. Deze kleurcodes bieden een snel overzicht van de beleidsvoortgang zoals geëvalueerd in 2012, 2014, 2016 en 2017. Klik op de naast de kleurcode voor een korte toelichting..

Wilt u meer weten over de evaluatie van de beleidsdoelen in 2017 en de verantwoording van de toegekende kleurcodes? Bij elk doel staat een link naar meer informatie. Voor de toelichting op het doelbereik in de jaren 2012, 2014 en 2016 wordt doorverwezen naar de betreffende digitale Balansen van de Leefomgeving.

Bij beoordeling van de indicatoren in de thema’s Gezonde leefomgeving en Mobiliteit is gebruik gemaakt van informatie uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte 2016.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Energie en klimaat

Voor Energie en klimaat zijn het doelbereik en de toelichting afgeleid van de Nationale Energieverkenning (NEV) 2016, in oktober 2017 wordt een nieuwe NEV gepubliceerd.

Hernieuwbare energie, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Inzet hernieuwbare energie in 2020 te laag om te voldoen aan EU-doellees meer
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
EU-doel voor het aandeel hernieuwbare energie is 14% in 2020. In 2015 is het aandeel hernieuwbare energie licht toegenomen naar 5,8% ten opzichte van 2014. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 en toepassing van de huidige Europese rekenmethode komt het aandeel uit op 11,9% in 2020. Hiermee lijkt het doel van 14% nog niet binnen bereik.lees meer
EU-doel voor het aandeel hernieuwbare energie is 14% in 2020. In 2016 is het aandeel hernieuwbare energie licht toegenomen naar 5,9%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 en toepassing van de huidige Europese rekenmethode komt het aandeel uit op 12,5% in 2020.Hiermee lijkt het doel van 14% nog niet binnen bereik. In de Nationale Energieverkenning 2017 volgen nieuwe cijfers.lees meer
Hernieuwbare energie, doel Energieakkoord (2023)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het doel uit het Energieakkoord voor het aandeel hernieuwbare energie in 2023 is 16%. In 2015 is het aandeel 5,8%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt Nederland in 2023, met de toepassing van Europese rekenmethodes, uit op 15,7% en komt het doel in zicht.lees meer
Het doel uit het Energieakkoord voor het aandeel hernieuwbare energie in 2023 is 16%. In 2016 is het aandeel 5,9%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 komt Nederland in 2023, met de toepassing van Europese rekenmethodes, uit op 15,8% en komt het doel in zicht.lees meer
Energiebesparing, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het (cumulatieve) energiebesparingsdoel in EU-verband is 482 PJ in de periode 2014-2020. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de cumulatieve reductie uit op circa 540 PJ in 2020 en daarmee binnen bereik.lees meer
Het (cumulatieve) energiebesparingsdoel in EU-verband is 482 PJ in de periode 2014-2020. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 komt de cumulatieve reductie uit op circa 520 PJ in 2020 en daarmee binnen bereik.lees meer
Energiebesparing, doel Energieakkoord (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het energiebesparingsdoel uit het Energieakkoord betreft een additionele besparing van 100 PJ in 2020 ten opzichte van het besparingstempo zonder Energieakkoord. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 is de geraamde besparing 55 PJ in 2020 en blijft het doel buiten bereik.lees meer
Het energiebesparingsdoel uit het Energieakkoord betreft een additionele besparing van 100 PJ in 2020 ten opzichte van het besparingstempo zonder Energieakkoord. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 is de geraamde besparing 68 PJ in 2020 en blijft het doel buiten bereik.lees meer
Aanvullend beleid hernieuwbaar en besparing, doelen EU-richtlijn, Energieakkoord (2020 en 2023)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Tussen oktober 2015 en mei 2016 zijn extra maatregelen aangekondigd die het doelbereik, voor met name hernieuwbaar en besparing, voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog beogen te realiseren. De Nationale Energieverkenning 2016 zal de effecten van dit extra beleid op het doelbereik doorrekenen.lees meer
Tussen oktober 2015 en mei 2017 zijn extra maatregelen aangekondigd die het doelbereik, voor met name hernieuwbaar en besparing, voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog beogen te realiseren. In de Nationale Energieverkenning 2016 zijn deze maatregelen nog niet nader gekwantificeerd. De Nationale Energie-verkenning 2017 zal de effecten van dit extra beleid op het doelbereik doorrekenen.lees meer
Windenergie op land (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het doel is 6.000 MW in 2020. In 2015 bedroeg het opgestelde windvermogen op land 3.031 MW. Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2015 (vrijwel) zeker 4.574 MW productief opgesteld zijn en voor nog eens ruim 600 MW is dat aannemelijk. De monitor geeft ook aan dat er nog veel inspanning nodig is van alle betrokken partijen om de resterende opgave tot 6.000 MW voor 2020 te realiseren.lees meer
Het doel is 6.000 MW in 2020. In 2016 bedroeg het opgestelde windvermogen op land 3.297 MW. Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2016 (vrijwel) zeker 4.576 MW productief opgesteld zijn en voor nog eens ruim 331 MW is dat aannemelijk, maar dat aandeel blijft kwetsbaar voor vertraging. De Monitor geeft ook aan dat er nog veel inspanning nodig is van alle betrokken partijen om de resterende opgave tot 6.000 MW voor 2020 te realiseren.lees meer
Windenergie op zee (2023)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het doel uit het Energieakkoord is 4.450 MW in 2023. In 2015 was 357 MW windvermogen op zee opgesteld en nog eens 600 MW is in aanbouw. In het Energieakkoord is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee van 2013 tot 2023. Ontwikkelingen sindsdien laten zien dat dit realistisch is. De ambitie lijkt daarom haalbaar.lees meer
Het doel uit het Energieakkoord is 4.450 MW in 2023. In 2016 was 957 MW windvermogen op zee opgesteld. In het Energieakkoord is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee van 2013 tot 2023. Ont-wikkelingen sindsdien laten zien dat dit realistisch is. De ambitie lijkt daarom haalbaar. Ook hier komt de Nationale Energieverkenning met een actualisering.lees meer
Broeikasgasemissies niet-ETS-sectoren EU-doel (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Geraamde totale emissie waarschijnlijk onder het doel voor 2020, emissies van sectoren echter niet altijd onder sectorale emissieplafondslees meer
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Doel voor de reductie van broeikasgasemissies uit de niet-ETS-sectoren in EU-verband is 16% in 2020 ten opzichte van 2005. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de reductie uit op circa 21%. Ook de bijbehorende doelen voor de maximale cumulatieve emissies tussen 2013 en 2020 worden gehaald.lees meer
Doel voor de reductie van broeikasgasemissies uit de niet-ETS-sectoren in EU-verband is 16% in 2020 ten opzichte van 2005. De jaarlijkse niet-ETS-emissies dalen bij voorgenomen beleid van 102 Mton CO2-equivalenten in 2015 (voorlopig cijfer) tot 95 Mton CO2-equivalenten in 2020. De cumulatieve niet-ETS-emissies in de periode van 2013 tot en met 2020 komen met voorgenomen beleid uit op 800 Mton CO2-equivalenten. Dit is ruim onder het Europese reductiedoel voor Nederland van 920 Mton CO2-equivalenten voor die periode.lees meer

Luchtverontreiniging

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

NOx-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
NOx-emissie daalt gestaag, maar in 2010 nog boven emissieplafondlees meer
De uitstoot van stikstofoxiden in 2012 lag 12 kiloton (5%) onder het Europese emissieplafond dat geldt vanaf 2010 (NEC).lees meer
Het emissieplafond voor stikstofoxiden is 260 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 235 Kton.lees meer
Het emissieplafond voor stikstofoxiden is 260 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie voor 2015 is 228 Kton.lees meer
SO2-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2010lees meer
In 2012 16 kiloton (32%) onder het emissieplafond.lees meer
Het emissieplafond voor zwaveldioxide is 50 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 29 Kton.lees meer
Het emissieplafond voor zwaveldioxide is 50 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie voor 2015 is 30 Kton.lees meer
NH3-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
In 2011 enkele kilotonnen onder emissieplafond maar nog gevoelig voor tegenvallerslees meer
In 2012 8 kiloton (6%) onder het emissieplafond.lees meer
In de Balans 2012 en 2014 was het beeld dat het 2010-plafond voor ammoniakemissie (128 Kton) binnen bereik was. Echter, sinds de herberekening van de ammoniakemissie in 2014/2015 ligt de emissie boven het doel. Zo is voor 2012 de herberekende ammoniakemissie met 15 Kton naar boven bijgesteld. De gerealiseerde emissie in 2014 is 134 Kton. De overschrijding van het plafond betekent niet automatisch dat Nederland in gebreke wordt gesteld. Er is namelijk consensus in Europa dat landen niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor wijzigingen in de geregistreerde emissiecijfers die niet bekend waren bij het afspreken van de reductiedoelen.lees meer
De gerealiseerde emissie voor 2015 is 128 Kton, waarmee het plafond voor 2010 van 128 Kton binnen bereik is. Echter, aangezien er momenteel discussie is over de methodiek voor het vaststellen van de ammoniakemissies, kan op dit moment niet worden vastgesteld of het emissiedoel voor ammoniak voor 2010 ook daadwerkelijk is bereikt.lees meer
NMVOS-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2010lees meer
In 2012 35 kiloton (19%) onder het emissieplafond.lees meer
Het emissieplafond voor niet-methaan vluchtige organische stoffen is 185 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 143 Kton.lees meer
Het emissieplafond voor niet-methaan vluchtige organische stoffen is 185 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie voor 2015 is 139 Kton.lees meer
NOx-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor stikstofoxiden in 2020 is 45% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 202 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 172 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor stikstofoxiden voor 2020 is 45% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 203 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 177 Kton.lees meer
SO2-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor zwaveldioxide in 2020 is 28% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 47 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 30 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor zwaveldioxide voor 2020 is 28% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 46 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 30 Kton.lees meer
NH3-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor ammoniak in 2020 is 13% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 139 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 127 Kton. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan dat voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 ten opzichte van 2005). Hierdoor is bij een recente herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld, terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
De reductieverplichting voor ammoniak voor 2020 is 13% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 135 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 117 Kton. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan dat voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 ten opzichte van 2005). Hierdoor is bij een herberekening van historische emissiecijfers in 2016 het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld, terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
NMVOS-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor niet-methaan vluchtige organische stoffen in 2020 is 8% ten opzichte van 2005 oftewel 164 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 146 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor niet-methaan vluchtige organische stoffen voor 2020 is 8% ten opzichte van 2005 oftewel 167 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 143 Kton.lees meer
Fijn stof (PM2,5)-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor fijnstof (PM2,5) in 2020 is 37% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 13,4 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 10,4 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor fijnstof (PM2,5) voor 2020 is 37% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 13,5 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 10,9 Kton.lees meer

Landbouw en voedsel

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Mestproductieplafond (vanaf 2006)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Stikstofproductie ruim onder mestproductieplafond, Fosfaat in 2011 vlak onder het productieplafond lees meer
Stikstofproductie ruim onder mestproductieplafond 2002. In 2013 nam fosfaatproductie weer toe door groei van de melkveestapel en toename van fosfaatgehalte in krachtvoer. Onzekerder of voerspoor voldoende effectief zal zijn om de mestproductie te beperken tot niveau 2002.lees meer
Het mestproductieplafond is gekoppeld aan de derogatie van de Europese Commissie sinds 2006 en bedraagt 504 miljoen kg stikstof en 173 miljoen kg fosfaat. De stikstofproductie blijft in 2015 met 498 miljoen kg (dit is inclusief de gasvormige verliezen) net onder dit plafond, de productie van fosfaat zit er met 180 miljoen kg boven. Per 1 januari 2017 voert de overheid fosfaatrechten op bedrijfsniveau in, op basis van de fosfaatproductie op 2 juli 2015. Om in 2018 een fosfaatproductie beneden het plafond te realiseren, vindt er een generieke afroming plaats en wordt bij het verhandelen van fosfaatrechten ook afgeroomd. De hoogte van de generieke afroming moet echter nog worden vastgesteld.lees meer
Het mestproductieplafond is sinds 2006 gekoppeld aan de derogatie van de Europese Commissie en bedraagt 504 miljoen kg stikstof en 173 miljoen kg fosfaat. In 2016 was de stikstofproductie gelijk aan het plafond, terwijl voor fosfaat sprake was van een overschrijding van het plafond met 2,3 miljoen kg. Intussen is een pakket aan maatregelen van kracht geworden, teneinde eind 2017 weer onder het mestproductieplafond te komen. Dit heeft in 2017 al tot een daling van het aantal stuks melkvee met circa 160.000 geleid. Op basis van de ontwikkelingen in de eerste helft van 2017 zouden de afspraken over de fosfaatproductie voor 2017 haalbaar kunnen zijn.lees meer
NH3-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
In 2011 enkele kilotonnen onder emissieplafond maar nog gevoelig voor tegenvallerslees meer
Ammoniakemissie daalt: het 2010 NEC-doel is al gehaald. Het NEC-doel voor 2020 (-13% t.o.v. 2005) mogelijk ook, maar emissieramingen zijn onzeker.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland.
In de Balans 2012 en 2014 was het beeld dat het 2010-plafond voor ammoniakemissie (128 kton) binnen bereik was. Echter, sinds de herberekening van de ammoniakemissie in 2014/2015 ligt de emissie boven het doel. Zo is voor 2012 de herberekende ammoniakemissies met 15 kton naar boven bijgesteld. De gerealiseerde emissie in 2014 is 134 kton. De overschrijding van het plafond betekent niet automatisch dat Nederland in gebreke wordt gesteld. Er is namelijk consensus in Europa dat landen niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor wijzigingen in de geregistreerde emissiecijfers die niet bekend waren bij het afspreken van de reductiedoelen.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland. Na herberekening van de ammoniakemissie in 2016 bedraagt de emissie voor zowel 2014 als 2015 128 Kton. Daarmee lijkt het (NEC-richtlijn)plafond voor de periode vanaf 2010 van 128 Kton binnen bereik te zijn. Aangezien er momenteel discussie is over de methodiek voor het vaststellen van de ammoniakemissies, kan op dit moment niet worden vastgesteld of het emissiedoel voor ammoniak voor 2010 ook daadwerkelijk is bereikt.lees meer
NH3-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland.
De reductieverplichting voor ammoniak in 2020 is 13 % t.o.v. 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 139 kton (nieuw Gotenburg protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 127 kton en valt daarmee binnen het 2020 plafond. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 tov 2005). Hierdoor is bij een recente herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland. In tegenstelling tot de absolute doelstelling voor 2010 zal vanaf 2020 een relatief doel voor de uitstoot van ammoniak van kracht zijn, in de vorm van een reductieverplichting. Zoals is vastgelegd in de herziene Europese NEC-richtlijn van december 2016, geldt van 2020 een reductieverplichting van 13% ten opzichte van 2005. Op basis van de gerapporteerde ammoniakemissie voor 2005 komt het doel voor de periode na 2020 uit op maximaal 135 Kton. De geraamde emissie van 117 Kton ligt bij vastgesteld beleid ruim onder het 2020-plafond.lees meer
Nitraat in het bovenste grondwater
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
"Zuidelijk zandgebied en lössregio zijn ook na 2013 nog een knelpunt."lees meer
"Zuidelijk zandgebied en lössregio zijn ook na 2013 nog een knelpunt."lees meer
"In het klei- en veengebied ligt in 2015 de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder de doelstelling van 50 mg nitraat per liter. In het zuidelijk zand- en lössgebied (Noord-Brabant en Limburg) ligt de gemiddelde nitraatconcentratie nog ruim boven het nitraatdoel, terwijl in het noordelijk en centraal zandgebied gemiddeld het doel wordt bereikt. Gemiddeld doelbereik in het zandgebied betekent overigens in de praktijk dat bijna de helft van de bedrijven niet aan de norm voldoet."lees meer
In het klei- en veengebied ligt in 2015 de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder de doelstelling van maximaal 50 mg nitraat per liter. In het zuidelijk zand- en l�ssgebied (Noord-Brabant en Limburg) ligt de ge-middelde nitraatconcentratie nog ruim boven het nitraatdoel, terwijl in het noordelijk en centraal zandgebied gemiddeld het doel wordt bereikt. Gemiddeld doelbereik in het zandgebied betekent overigens in de praktijk dat bijna de helft van de bedrijven niet aan de norm voldoet.lees meer
Gewasbeschermingmiddelen in oppervlaktewater
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Afname van de belasting van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw stagneert.lees meer
Stoffen met een jaargemiddelde (JG) MKN-norm overschrijden op ongeveer 25% van de meetpunten de norm, zowel in 2010 als in 2012. Voor stoffen met een MTR-norm is dat 50%. De MTR-normen zullen op den duur vervangen worden door JG en MAC (maximale concentratie)-MKN-normen.lees meer
In 2014 werden op iets meer dan 60% van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de (stofafhankelijke) normen overschreden. Op veel locaties wordt de norm door minder dan 5% van het totale aantal stoffen overschreden. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken.lees meer
In 2015 werden op iets meer dan 60% van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de (stofafhankelijke) normen overschreden. Dat is hetzelfde aandeel als in 2014. Op veel locaties overschrijdt minder dan 10% van het totale aantal gemeten stoffen de norm. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken.lees meer
Duurzame stallen (2016)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
10% integraal duurzame stallen: doel 8% ruimschoots gehaald.lees meer
Met 13% integraal duurzame stallen begin 2016 is het doel van 12% gehaald.lees meer
Jaarlijks is in de begroting van Economische Zaken een streefwaarde voor het lopende jaar opgenomen. Voor begin 2017 is dit 14% en voor 2018 is dit 16%. Met 13,6% integraal duurzame stallen op 1 januari 2017 is het doel van 14% vrijwel gehaald.lees meer
Duurzamer vlees (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Consumptie 'duurzamer' geproduceerd vlees stijgt, maar huidige tempo van verbetering nog te laag om doel in 2023 te halen.lees meer
De ambitie van overheid en bedrijfsleven is dat in 2020 100% van de consumptie van varkensvlees en pluimveevlees ten minste voldoet aan een hoger niveau van dierenwelzijn. In 2014 zijn de bestedingen aan duurzaam vlees ten opzichte van 2013 gelijkgebleven. De bestedingen aan producten met een Beter Leven Keurmerk zijn in 2014 met 4% gestegen. Dit tempo is te laag om het doel in 2020 te bereiken.lees meer
De ambitie van overheid en bedrijfsleven is dat in 2020 100% van de consumptie van varkens- en pluimveevlees ten minste afkomstig is van dieren die voldoen aan een hoger niveau van welzijn. In 2015 zijn de beste-dingen aan duurzaam geproduceerd(e) vlees en vlees-waren ten opzichte van 2014 met 19% gestegen. De bestedingen aan producten met een Beter Leven-Keurmerk zijn in 2015 met 24% gestegen. Het markt-aandeel duurzaam geproduceerd vlees steeg daarmee van 11 naar 12%. In supermarkten is het aandeel duur-zaam geproduceerd varkensvlees de laatste jaren sterk gestegen, tot 47% in 2015, bij pluimveevlees is dit 18%. Deze cijfers laten een positieve ontwikkeling zien. Het blijft de vraag of deze ambitie in 2020 gehaald zal wor-den. Als deze ontwikkelingen doorzetten en als ook vlees van kippen met een hoger welzijnsniveau, maar zonder onafhankelijk keurmerk, zoals veel supermark-ten aanbieden (of op korte termijn aan gaan bieden) meetellen, dan zou het tempo voldoende kunnen zijn om deze ambitie in 2020 te bereiken.lees meer
Voedselverspilling (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het rijksdoel is de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten op zicht van 2009. Verspilling door consumenten, die het grootste aandeel hebben, neemt nog niet af.lees meer
Doel is de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. In 2013 is de hoeveelheid verspild voedsel op het niveau van 2009. Aangezien het algemene beeld is dat er tussen 2009 en 2013 niet veel is veranderd in de hoeveelheid verspild voedsel, lijkt het doel van 20% reductie in 2015 buiten bereik.lees meer
Doel is de voedselverspilling in de voedselketen in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. De voedselverspilling ligt in 2015 tussen de 105 en 152 kg (128,5) per persoon. Hoewel de voedselverspilling in 2015 circa 4% is gedaald ten opzichte van 2013, is het doel van 20% reductie ten opzichte van 2009 niet gehaald. Wel lijkt er een dalende trend te zijn in de hoeveelheid voedsel die in Nederland verspild wordt.lees meer
Antibioticagebruik veehouderij (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het doel voor 2015 is een reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij met 70% ten opzichte van 2009. De verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik is in 2014 met bijna 60% gedaald in vergelijking met 2009. De snelle daling sinds 2009 stokte in 2014, hetgeen het bereiken van 70% reductie in 2015 aanzienlijk bemoeilijkt.lees meer
Het doel voor 2015 is een reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij met 70% ten opzichte van 2009. De verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik is in 2014 met bijna 60% gedaald in vergelijking met 2009. De snelle daling sinds 2009 stokte in 2014, hetgeen het bereiken van 70% reductie in 2015 een aanzienlijke opgave maakt.lees meer
Ten opzichte van 2009 is de verkoop van antibiotica voor de veehouderij in 2016 met 64% gedaald. Het beleidsdoel van 70% reductie van het gebruik ten op-zichte van 2009 is daarmee niet gehaald. Als de ingezette beleidsintensivering en de vertaling naar specifieke doelen voor de afzonderlijke veehouderijsectoren onverkort worden uitgevoerd, zal het einddoel van 70% reductie in 2020 waarschijnlijk worden gehaald. De overheid heeft de verantwoordelijkheid hiervoor bij de verschillende sectoren gelegd. De sectoren hebben in 2016 hiervoor reductieplannen gemaakt. Momenteel loopt onderzoek om de sectorspecifieke doelen vast te stellen.lees meer

Natuur

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Natuurnetwerk Nederland (2027)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Locatie van verworven gronden cruciaal in kleinere Ecologische Hoofdstructuurlees meer
"Doelstelling Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalig EHS) is recent herzien in het Natuurpact; het areaal NNN neemt toe."lees meer
Doelstelling Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalig EHS) uit het Natuurpact is om tussen 2011 en 2027 80.000 ha natuur in te richten. Daarvan is tussen 2011 en 2014 ruim 25.000 ha ingericht. In de evaluatie van het Natuurpact analyseert het PBL de realisering van het NNN als een belangrijk onderdeel van het provinciale natuurbeleid. Hierover wordt begin 2017 gerapporteerd.lees meer
Met het beschermen en vergroten van ecosystemen en leefgebieden van soorten wordt gestreefd naar verbetering van de ruimtelijke en milieucondities die nodig zijn voor duurzaam behoud van biodiversiteit. Het Rijk en de provincies hebben in het Natuurpact afgesproken om in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalig EHS) tussen 2011 en 2027 minimaal 80.000 ha nieuwe natuur te realiseren, waarvan de helft nog moet worden verworven, dan wel van functie veranderen. Tussen 2011 en 2015 is ruim 28.000 ha ingericht. Hoewel met de huidige provinciale plannen ruim in de gestelde opgave van 80.000 hectare is voorzien, is de verwachting dat verwerving en functiewijziging van gronden voor nieuwe natuur nog lastig zullen worden omdat de medewerking van grondeigenaren vaak ontbreekt.lees meer
Milieucondities natuur
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Milieudruk op natuur is afgenomen maar blijft een knelpunt voor het duurzaam behoud van planten en dieren.lees meer
Milieudruk op natuur is afgenomen, maar blijft boven het niveau voor een duurzaam behoud van planten en dieren.lees meer
De milieudruk op natuur is sinds 1990 afgenomen, maar een verbetering in milieucondities uit zich nog niet in de vegetatie.lees meer
Het beleid streeft naar verbetering van bodem-, water- en luchtcondities om biodiversiteit te herstellen en te behouden. De milieudruk is sinds 1990 flink verminderd door de gedaalde uitstoot van vervuilende stoffen. Echter, de druk op natuur, zoals stikstofdepositie, is nog te hoog en belemmert een duurzaam voorkomen van veel soorten en ecosystemen. Een te hoge milieudruk heeft blijvende gevolgen voor lokale bodem- en watercondities en vegetatieontwikkelingen. Uit de aanwezige vegetatie in verschillende ecosystemen in de periode 1999-2016 blijkt dan ook dat de lokale milieucondities voor landnatuur gemiddeld genomen zijn verslechterd. Verbeteringen zijn er wel in minder gevoelige gebieden en in gebieden waar herstel- en inrichtingsmaatregelen zijn uitgevoerdlees meer
Rode Lijst van bedreigde soorten
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Er zijn minder soorten bedreigd en de bedreiging neemt gemiddeld genomen af.lees meer
Het beleid streeft ernaar dat de Rode Lijsten van bedreigde soorten korter en 'minder rood' worden. Na 2005 is het aantal soorten op de Rode Lijsten gemiddeld wat afgenomen, evenals de mate waarin ze worden bedreigd. De laatste jaren lijkt de afname niet door te zetten. lees meer
Het natuurbeleid heeft als doel dat de Rode Lijsten van bedreigde soorten korter en �minder rood� worden. Na 2005 is het aantal soorten op de Rode Lijsten gemiddeld wat afgenomen, evenals de mate waarin ze worden bedreigd. Deze afname zet in de laatste jaren niet door. Nader onderzoek en monitoring zijn nodig om dit te bevestigen.lees meer
Staat van instandhouding EU-soorten en habitattypen (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Staat van instandhouding beschermde soorten en habitats verslechtert.lees meer
Van veel soorten en natuurlijke habitats van de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn is de staat van instandhouding in Nederland ongunstig.lees meer
Het operationele doel voor 2020 is dat twee keer zoveel beschermde habitattypen en de helft meer van de soorten uit de Habitatrichtlijn ten minste een gunstige of verbeterde staat van instandhouding laten zien ten opzichte van 2010. Bijna alle habitattypen hebben een zeer tot matig ongunstige staat van instandhouding. Van de Habitatrichtlijnsoorten verkeert ongeveer een kwart in een gunstige staat van instandhouding.lees meer
Ecosysteemkwaliteit
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Voorlopige metingen indiceren een afnemende natuurkwaliteit.lees meer
Sinds 1994 is de gemiddelde kwaliteit van veel typen natuur achteruitgegaan. De laatste jaren neemt de mate van achteruitgang echter af.lees meer
De gemiddelde ecosysteemkwaliteit, in natuurgebieden op het land, lijkt de laatste jaren iets toe te nemen. In gebieden met een hoge ecosysteemkwaliteit treedt nog achteruitgang op.lees meer
De gemiddelde (ecosysteem)kwaliteit van natuurgebieden op het land, afgemeten aan het voorkomen van soorten neemt de laatste jaren iets toe. In gebieden met een hoge ecosysteemkwaliteit treedt nog achteruitgang op.lees meer
Ecologische barrières door aanleg nationale infrastructuur (2018)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Nog onduidelijkheid over de oplossing van knelpunten in voormalige Robuuste Verbindingen.lees meer
Begin 2016 waren 99 van de 215 in het Meerjarenprogramma Ontsnippering opgenomen knelpunten geheel opgelost en 51 gedeeltelijk opgelost. In 2015 is het aantal binnen het programma op te lossen knelpunten herzien en is het doel bijgesteld naar 178. In 2018 zijn naar verwachting 168 knelpunten opgelost. De herziene doelstelling is met de huidige planning net buiten bereik.lees meer
Het doel is de ruimtelijke samenhang tussen natuurgebieden te verbeteren en daarnaast lokale knelpunten in versnippering binnen gebieden als gevolg van rijksinfrastructuur op te lossen. Eind 2016 waren in totaal 107 van de 215 in het Meerjarenprogramma Ontsnippering op-genomen knelpunten geheel opgelost en 44 gedeeltelijk opgelost. In 2015 is het aantal binnen het program-ma op te lossen knelpunten herzien en is het doel bijge-steld naar 178. Eind 2018 zijn naar verwachting 159 knelpunten opgelost. De herziene doelstelling wordt niet tijdig gehaald (eind 2018), maar er is beleid ingezet om de resterende knelpunten na 2018 op te lossen.lees meer

Water

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Watertekort en zoetwatervoorziening (2015)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
"In normale én in droge jaren kunnen de meeste gebruikers van voldoende water worden voorzien"lees meer
"In normale én in droge jaren kunnen de meeste gebruikers van voldoende water worden voorzien."lees meer
Het beleid is erop gericht om, onder normale omstandigheden, zoveel mogelijk aan de behoeften van watergebruikers te voldoen. In normale en in droge jaren kunnen de meeste gebruikers van voldoende zoet water worden voorzien.lees meer
Robuuste, duurzame en klimaatbestendige zoetwatervoorziening (2050)
  • Balans 2016
De beleidsopgave van het Deltaprogramma Zoetwater, zowel potentiele zoetwatertekorten als kosteneffectieve oplossingen na 2021, is nog niet vastgesteld.lees meer
Waterveiligheid preventie: Toestand primaire waterkeringen (2050)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Het beschermingsniveau voor waterveiligheid is niet op het gewenste peil. In het Deltaprogramma wordt nieuw veiligheidsbeleid ontwikkeld.lees meer
Het beschermingsniveau voor waterveiligheid is niet op het gewenste peil. In het Deltaprogramma wordt nieuw veiligheidsbeleid ontwikkeld.lees meer
In 2050 moeten alle primaire waterkeringen (laag 1) aan de (nieuwe)waterveiligheidsnormen voldoen. In 2013 voldeed 65% van de keringen en 55% van de kunstwerken aan de huidige normen. Of het beleid tot het halen van het doel leidt, is afhankelijk van de beschikbare financiele middelen, efficiency en doorlooptijd van dijkverbetering.lees meer
Waterveiligheid gevolgbeperking (2050)
  • Balans 2016
De onderdelen ruimtelijke inrichting (laag 2) en rampenbeheersing (laag 3) van het waterveiligheidsbeleid zijn nog in ontwikkeling. De beleidsopgave is nog niet bekend.lees meer
Ruimtelijke adaptatie (2050)
  • Balans 2016
De deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie beoogt dat Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten samen zorgen dat Nederland in 2050 zo goed mogelijk klimaatbestendig en robuust is ingericht. Uiterlijk in 2020 moet hiervoor beleid zijn ontwikkeld en geimplementeerd. Gemeenten, waterschappen en provincies zijn relatief ver met de thema's overstromingsrisico's en wateroverlast, iets minder ver met droogte en het minst ver met de thema's hittestress en vitale en kwetsbare functies.lees meer
Kwaliteit oppervlaktewater Europese Kaderrichtlijn Water (2027)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Het aantal oppervlaktewateren dat in 2027 aan alle KRW-doelen voldoet ligt tussen de 5 en 40%lees meer
Het aantal oppervlaktewateren dat in 2027 aan alle KRW-doelen voldoet ligt tussen de 5 en 40%.lees meer
De kwaliteit van de oppervlaktewateren is de laatste decennia sterk verbeterd. Naar verwachting worden in 2027 in 15% van de regionale wateren en 55% van de rijkswateren alle biologische doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water volledig gehaald. Op veel onderliggende parameters is een verbetering te zien. In de nieuwe deltaaanpak Waterkwaliteit en Zoetwater wordt de noodzaak van en bereidheid voor extra inspanning door de stakeholders onderschreven. Dit biedt ruimte om de benodigde aanvullende stappen te zetten.lees meer
Kwaliteit grondwater Europese Kaderrichtlijn Water (2027)
  • Balans 2016
"De algemene KRW-beoordeling voor grondwater is in 2015 overwegend goed. Regionaal blijven er problemen; voor 2021 is geraamd dat 50% van de grondwaterlichamen ontoereikend is voor terrestrische natuur en 15% voor drinkwaterwinning. Ondanks de verbetering in het zuidelijk loss- en zandgebied zal daar ook in 2027 de norm van 50 milligram nitraat per liter nog worden overschreden."lees meer
Zwemwaterkwaliteit (vanaf 2015)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Doelbereik voor 2015 conform Nieuwe EU- richtlijn onvoldoendelees meer
Doel 2015 'alle locaties hebben aanvaardbaar kwaliteitsniveau' dicht genaderd, maar geen duidelijke verbetering meer in de laatste jaren.lees meer
Vanaf 2015 moeten alle zwemwaterlocaties ten minste tot de klasse aanvaardbaar behoren volgens de EU-Zwemwaterrichtlijn. In 2015 voldeed circa 93% van de binnenwateren en circa 97% van de kustwateren aan deze eis. De laatste jaren is er geen duidelijke verbetering meer in het kwaliteitsniveau.lees meer
Vanaf 2015 moeten alle zwemwaterlocaties ten minste tot de klasse aanvaardbaar behoren volgens de EU-Zwemwaterrichtlijn. In 2016 voldeed circa 94% van de binnenwateren en circa 97% van de kustwateren aan deze eis. De laatste jaren is er geen duidelijke verbete-ring meer in het kwaliteitsniveau.lees meer

Gezonde leefomgeving

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Onderstaande doelen uit het thema Gezonde leefomgeving verwijzen naar webpagina’s uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte 2016.

Lokale luchtkwaliteit PM10-blootstelling (vanaf 2011)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Doelbereik drukke stadswegen gevoelig voor tegenvallers in effectiviteit maatregelen en weersinvloedenlees meer
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
"De normen voor de PM10-concentratie (jaargemiddeld maximaal 40 µg/m3 en daggemiddeld maximaal 50 µg/m3, met maximaal 35 overschrijdingsdagen) werden in 2014 langs 7 km weg overschreden. Voor 2015 is een overschrijding langs 10 km geraamd. Overschrijdingen door een verhoogde achtergrondconcentratie komen vooral voor in gebieden met veel pluimveestallen in Gelderland en Noord-Limburg, en in mindere mate nabij hoogovens. Ook nabij veehouderijbedrijven werd in 2014 in 19 gemeenten, voornamelijk in Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, niet aan de PM10-normen voldaan."lees meer
Lokale luchtkwaliteit PM2,5-blootstelling (2015)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Reductiedoel wordt waarschijnlijk 15%lees meer
"Voor de jaargemiddelde PM2,5-concentratie geldt vanaf 2015 een grenswaarde van 25 µg/m3 en voor 2020 een 'indicatieve grenswaarde' van 20 µg/m3. Deze normen zijn in 2013 ruimschoots gehaald, met gemiddelde PM2,5-achtergrondconcentraties van rond de 13 µg/m3 en in stedelijke en verkeersbelaste gebieden rond de 14 µg/m3."lees meer
Lokale luchtkwaliteit NO2 blootstelling (2015)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Nog gering aantal overschrijdingen mogelijk langs drukke wegen in hoogstedelijk gebied in 2015lees meer
"Nog 50 km rijksweg voldoet niet aan de norm; sterke verbetering sinds 2000."lees meer
"Door beeindiging van de derogatie daalt de norm voor stikstofdioxide (NO2) per 1-1-2015 van 60 naar 40 µg/m3 (jaargemiddeld). In 2014 voldeed 30 km wegen, waarvan 1 km rijksweg, niet aan de norm van 40 µg NO2/m3. Voor 2015 is een verdere daling tot 12,5 km wegen geraamd."lees meer
Geluidproductie wegverkeer (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Opties zijn versnelde aanleg van stil asfalt en aanscherping Europese eisen voor de geluidproductie van vracht- en personenauto'slees meer
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Actualisatie indicator na update geluidsbelastingkaarten in 2017.lees meer
Knelpunten geluid rijkswegen (vanaf 2012)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Het bereiken van het doel is nog gevoelig voor het effect van Europese bronmaatregelenlees meer
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Sinds 2012 wordt gewerkt met geluidsproductie-plafonds voor rijvakken van rijkswegen. In 2014 werd het plafond langs 83,3 km snelweg (1,4%) overschreden, 2,2 keer zoveel als in 2013.lees meer
Geluidproductie railverkeer (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Tempo te langzaam voor halen van het doel, maar implementatie zal naar verwachting versnellen door nieuwe prestatieregelinglees meer
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Actualisatie indicator na update geluidsbelastingkaarten in 2017.lees meer
Knelpunten geluid spoorwegen (vanaf 2012)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Data niet tijdig beschikbaar.lees meer
Sinds 2012 wordt gewerkt met geluidsproductie-plafonds voor rijvakken van spoorwegen. In 2014 werd het plafond langs 37 km spoor (0,6%) overschreden, in 2013 was dat langs 31 km spoor. Het aantal dreigende overschrijdingen halveerde tussen 2013 en 2014 tot 44 km.lees meer
Geluidsbelasting Schiphol (vanaf 2009)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Geluidbelasting op handhavingspunten erg gevoelig voor vlootsamenstelling en fluctuaties in het weerlees meer
Grenswaarden voor geluidbelasting op handhavingspunten sinds 2009 niet meer overschreden.lees meer
De grenswaarde voor geluidsbelasting op handhavingspunten rond Schiphol werd in 2012 tweemaal en in 2014 eenmaal overschreden.lees meer
Veiligheidsrisico Schiphol (vanaf 2004)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Op basis van veiligheidsnorm Totaal Risico Gewichtlees meer
Op basis van veiligheidsnorm Totaal Risico Gewicht.lees meer
"Het totale risicogewicht (TRG) van het luchtverkeer op Schiphol mag per jaar niet meer dan 9,724 ton bedragen. Sinds 2004 is deze grenswaarde geen enkel jaar overschreden. Wel neemt het TRG jaarlijks toe. In 2004 lag het TRG bijna 40% onder de grenswaarde; in 2014 was deze marge gekrompen tot 27% (bij een TRG van 7,100 ton)."lees meer

Mobiliteit

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

De doelen Trajecten met gewenste reistijd in spits, Nabijheid van wonen en werken, Verkeersveiligheid en Uitstoot luchtverontreinigende stoffen wegverkeer verwijzen naar webpagina’s uit de Monitor Infrastructuur en Ruimte 2016.

Trajecten met gewenste reistijd in spits (vanaf 2000)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Verbeter de doorstroming door uitbreiding wegcapaciteit, spitsheffing, verkeersmanagement en belasten van kilometervergoedinglees meer
"Reistijdverlies door files onder het niveau van 2000; op 94% van het hoofdwegennet wordt aan norm voldaan."lees meer
Op 186 trajecten van autosnelwegen is, sinds 2000, een streefwaarde voor de snelheid in de spits gedefinieerd. Op stedelijke ringwegen is dit 50 km/uur, op verbindingssnelwegen 66 km/uur. In 2015 kon men op 87% van de trajecten de gewenste snelheid halen.lees meer
Nabijheid van wonen en werken (vanaf 1996)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
De nabijheid is ongeveer gelijk gebleven, omdat de grootste groei van arbeidsplaatsen en bevolking heeft plaatsgevonden in de steden.lees meer
De nabijheid is tussen 1996 en 2015 met 2,5% toegenomen omdat de grootste groei van arbeidsplaatsen en bevolking heeft plaatsgevonden in de steden.lees meer
Verkeersveiligheid (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Aantal verkeersdoden sterk afgenomen, maar aantal ernstig gewonden juist toegenomenlees meer
Aantal verkeersdoden sterk afgenomen, maar doel voor ernstig gewonden buiten bereik.lees meer
In 2015 is het aantal verkeersdoden opgelopen tot 621. Het doel van maximaal 500 verkeersdoden in 2020 komt daarmee verder buiten bereik. Het streven van maximaal 10.600 ernstig verkeersgewonden in 2020 blijft met 20.700 gewonden in 2014 nog buiten bereik.lees meer
Uitstoot luchtverontreinigende stoffen wegverkeer (vanaf 1990)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Dankzij maatregelen zijn de emissies van fijn stof en stikstofoxiden gedaald bij een toegenomen aantal kilometers dat voertuigen afleggen.lees meer
Emissies van stikstofoxiden (NOx) en fijnstof (PM10) door wegverkeer zijn tussen 1990 en 2014 gedaald met 58% (NOx) en 60% (PM10). Ondanks dat in 2014 het aantal voertuigkilometers 33% hoger is dan in 1990.lees meer
CO2 uitstoot transportsector, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
"Volgens de NEV 2014 (ECN/PBL, 2014; p.93) nemen de CO2 emissies van verkeer en vervoer met 30 tot 37 Mton af tot 2020; boven het doel van 25 Mton."lees meer
De streefwaarde voor de CO2-uitstoot uit de transportsector bedraagt 35,5 Mton in 2020. In 2014 was de emissie 33,9 Mton. Uitgaande van het (voorgenomen) beleid is dit doel met een geraamde emissie van 34,6 Mton CO2-equivalenten binnen bereik.lees meer
De streefwaarde voor de CO2-uitstoot van de transportsector bedraagt maximaal 35,5 Mton in 2020. In 2015 was de emissie 34,5 Mton. Uitgaande van het voorgenomen beleid is dit doel met een geraamde emissie van 33,1 Mton CO2 binnen bereik.lees meer
CO2 uitstoot transportsector, Energieakkoord (2030)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het doel uit het Energieakkoord voor de CO2-uitstoot uit de transportsector bedraagt 25 Mton in 2030. In 2014 was de emissie 33,9 Mton. Uitgaande van het (voorgenomen) beleid blijft dit doel met een geraamde emissie van 32,7 Mton CO2 in 2030 buiten bereik.lees meer
Het doel uit het Energieakkoord voor de CO2-uitstoot van de transportsector bedraagt 25 Mton in 2030. In 2015 was de emissie 34,5 Mton. Uitgaande van het voorgenomen beleid blijft dit doel met een geraamde emissie van 31,5 Mton CO2 in 2030 buiten bereik.lees meer
Energiebesparing mobiliteit (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Door de combinatie van de reeds vastgestelde en de voorgenomen maatregelen uit het Energieakkoord ligt het energiegebruik door de transportsector in 2020 circa 14 PJ lager dan zonder deze maatregelen het geval was geweest. Hiermee is de besparingsdoelstelling voor mobiliteit uit het Energieakkoord van 15 tot 20 PJ binnen bereik, maar onzeker.lees meer
De vastgestelde en voorgenomen afspraken uit het Energieakkoord voor de transportsector leiden in 2020 tot een energiebesparing van circa 19 PJ. Hiermee wordt de besparingsdoelstelling voor mobiliteit uit het Ener-gieakkoord van 15 tot 20 PJ waarschijnlijk gehaald.lees meer

Ruimtelijke economie

Er zijn geen doelbereikindicatoren voor het thema Ruimtelijke Economie.

Wonen

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Beschikbaarheid woningen
  • Balans 2016
In stedelijke regio's neemt het woningtekort in de laatste jaren toe. Dit komt tot uiting in de weer snel stijgende woningprijzen, vooral in en rond Amsterdam en Utrecht. Ook de wachttijden voor huurwoningen zijn fors en in de laatste jaren weer toegenomen, met name in de Noordvleugel van de Randstad.lees meer
Betaalbaarheid wonen
  • Balans 2016
In 2015 had 18% van de huurders en 3% van de huiseigenaren een betaalrisico. Het aantal huurders met een betaalrisico is in de afgelopen jaren verder opgelopen. Daarnaast is het aandeel eigenaren-bewoners met een potentiele restschuld in 2015 circa 1 miljoen (bijna 28%). Ondanks de, sinds medio 2013, stijgende woningprijzen duurt het nog jaren voordat alle huidige 'onder water staande' koopwoningen weer 'boven water staan'. Die prijsontwikkeling verschilt overigens per regio.lees meer
Kwaliteit woningvoorraad (energetische kwaliteit)
  • Balans 2016
De bouwkundige kwaliteit van de woningvoorraad is goed te noemen, de tevredenheid onder bewoners over hun woning is hoog. Wel ligt er voor de grote voorraad huurwoningen gebouwd in 1945-1990 een woningverbeteringsopgave, vooral voor het energieverbruik. Het aandeel huurwoningen met minimaal een B-label is tussen 2011 en 2014 toegenomen van 14% naar 24%, maar afspraken over het energiezuiniger maken zijn vertraagd.lees meer

Circulaire economie

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Er zijn voor circulaire economie alleen kwantitatieve beleidsdoelen voor afval. In 2014 zijn diverse afvaldoelen aangepast en zijn nieuwe doelen voor afval geformuleerd.

Afvalaanbod (2015 en 2021)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
afvalproductie afgelopen jaren redelijk stabiel onder afvalaanbod-plafondlees meer
Afvalproductie afgelopen jaren redelijk stabiel onder afvalaanbod-plafond.lees meer
De afvalproductie bevindt zich met 60 Mton in 2014 ruim onder het plafond van 68 Mton in 2015 en 74 Mton in 2021.lees meer
Nuttige toepassing van afval (2015)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
doel in 2010 gehaaldlees meer
Doel in 2010 gehaald.lees meer
Het doel voor 2015 is 95% nuttige toepassing van het totaal aan afvalstoffen. In 2014 bedraagt het aandeel nuttige toepassing 93% en daarmee komt het doel binnen bereik.lees meer
Hoeveelheid huishoudelijk restafval (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Doel is om de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2020 terug te brengen tot 100 kilo per persoon per jaar. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald. In 2015 lag de hoeveelheid huishoudelijk restafval op 230 kilogram per inwoner.lees meer
Het doel is om de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2020 terug te brengen tot 100 kg per persoon per jaar. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald. In 2016 bedraagt het huishoudelijk restafval 230 kg per inwoner.lees meer
Scheiding huishoudelijk afval (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Doel is om 75% van het huishoudelijk afval te scheiden in 2020. In 2015 bedraagt de scheiding aan de bron bij huishoudens 53%. Om het doel te realiseren is de komende jaren een stijging van ongeveer 40 procentpunten ten opzichte van het huidige scheidingspercentage nodig. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald omdat de instrumentering nog onvoldoende aansluit.lees meer
In 2020 moet 75% van het huishoudelijk afval gescheiden zijn. In 2016 bedraagt de scheiding aan de bron bij huishoudens 54%. Om het doel te realiseren, is de komende jaren een stijging van ongeveer 40 procentpunten ten opzichte van het huidige schei-dingspercentage nodig. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald, omdat de instrumentering nog onvoldoende aansluit.lees meer
Verbranden en storten van Nederlands afval (2022)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
Doel voor storten van brandbaar afval wordt waarschijnlijk gehaald. Totale hoeveelheid gestort afval neemt echter fors toe in 2012lees meer
Doel voor storten van brandbaar afval wordt waarschijnlijk gehaald. Totale hoeveelheid gestort afval neemt echter fors toe in 2012.lees meer
Het doel om de hoeveelheid te verbranden en storten Nederlands afval te halveren in 10 jaar wordt naar verwachting niet gehaald. De hoeveelheid Nederlands verbrand en gestort afval is tussen 2012 en 2014 met circa 15% afgenomen. Er is 0,5 Mton minder afval verbrand en ongeveer 1 Mton minder gestort. De hoeveelheid gestort afval in 2014 ligt weer rond het niveau van 2010. De piek in 2012 komt door het afschaffen van de belasting op storten per 1 januari 2012.lees meer