Balans van de Leefomgeving

Energie, klimaat en lucht

Hoofdpunten

  • Energieagenda 2016

    Energieagenda 2016: na 2023 primair sturen op vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. Mondiaal bezien was 2016 het warmste jaar dat ooit is gemeten. In Nederland was het vooral een tussenjaar, waarin het ministerie van EZ de Energieagenda uitbracht die de weg schetst voor beleid na het Energieakkoord. Het ministerie stelt voor na 2023 niet langer primair te sturen op een toename van hernieuwbare energie en energiebesparing, maar de reductie van de uitstoot van broeikasgassen centraal te stellen.
  • Budget SDE+ verhoogd, nieuw convenant energiebesparing

    Budget SDE+regeling is aanzienlijk verhoogd en een nieuw convenant moet leiden tot extra energiebesparing in de gebouwde omgeving. Sinds het verschijnen van de Balans 2016 zijn er in Nederland twee belangrijke beleidsontwikkelingen zichtbaar. Ten eerste zijn aanvullende afspraken gemaakt over hernieuwbare energie en energiebesparing. Dit naar aanleiding van de constatering in de Nationale Energieverkenning 2016 (ECN & PBL 2016) dat nog niet alle doelen van het Energieakkoord binnen bereik zijn. In de Nationale Energieverkenning 2017, die in oktober verschijnt, zal worden aangegeven in hoeverre deze afspraken de doelen inderdaad binnen bereik zullen brengen. Ten tweede is de gaswinning in Groningen teruggebracht vanwege de kans op aardbevingen en andere risico’s van de winning.
  • Lichte toename energieverbruik en uitstoot broeikasgassen

    Het energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen zijn in 2016 licht toegenomen. Het energieverbruik wordt op twee manieren gemeten: finaal en primair. Het finale verbruik geeft aan wat bedrijven en huishoudens daadwerkelijk aan energie verbruiken. Dit nam in 2016 volgens de eerste cijfers van het CBS met 2,9 procent toe. Dit werd vooral veroorzaakt door een koude winter, maar ook door meer energieverbruik in de industrie. Het primaire verbruik neemt ook het verbruik van energie mee als grondstof, en het verbruik bij de productie en transport van elektriciteit. Het primaire verbruik nam met 1,5 procent toe. Door het toenemende energieverbruik stegen ook de CO2-emissies in Nederland, met 1,6 procent (gecorrigeerd voor de temperatuur met 1,2 procent). De toename van CO2-emissies is lager dan die van het finale energieverbruik, doordat er minder kolen en meer gas in de elektriciteitsproductie werd gebruikt. In 2016 nam ook de emissie van broeikasgassen met 1 procent licht toe (zie figuur 2.4 en 2.5) (CBS 2017). Opvallend in dit verband is de toename van het vliegverkeer. Het aantal vervoerde passagiers op Nederlandse luchthavens is in 2016 met bijna 9% toegenomen ten opzichte van 2015 tot 70 miljoen passagiers. Het aantal vluchten nam met 6% toe tot een record aantal van 535 duizend (PBL, CBS en WUR, 2017). Het energiegebruik en de bijbehorende CO2-uitstoot van vliegverkeer maken echter geen deel uit van de internationale afspraken (zoals Parijs 2016) en worden niet meegerekend bij het vaststellen van de nationale CO2-uitstoot.

Hoofdstuk Energie en klimaat

Lees meer in de Tussenbalans van de Leefomgeving 2017, hoofdstuk Klimaatverandering en energietransitie, zie: Energie en klimaat (PDF, 2 MB).

Evaluatie van het klimaat, energie en luchtbeleid

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het beleid voor energie, klimaat en lucht. In hoeverre zijn bijvoorbeeld de beleidsdoelen gehaald voor de uitstoot van broeikasgassen? En hoe staat het met de voorgenomen energiebesparing? Kan de overheid nog meer doen om de beleidsdoelen te halen? Onderstaande stoplichten geven een bondig overzicht van de mate waarin doelen naar verwachting tijdig worden gehaald. Een uitgebreidere analyse vindt u door te klikken op de link “lees meer”.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Energie en klimaat

Voor Energie en klimaat zijn het doelbereik en de toelichting afgeleid van de Nationale Energieverkenning (NEV) 2015. In oktober 2016 wordt een nieuwe NEV gepubliceerd.

Hernieuwbare energie, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Inzet hernieuwbare energie in 2020 te laag om te voldoen aan EU-doellees meer
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
EU-doel voor het aandeel hernieuwbare energie is 14% in 2020. In 2015 is het aandeel hernieuwbare energie licht toegenomen naar 5,8% ten opzichte van 2014. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 en toepassing van de huidige Europese rekenmethode komt het aandeel uit op 11,9% in 2020. Hiermee lijkt het doel van 14% nog niet binnen bereik.lees meer
EU-doel voor het aandeel hernieuwbare energie is 14% in 2020. In 2016 is het aandeel hernieuwbare energie licht toegenomen naar 5,9%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 en toepassing van de huidige Europese rekenmethode komt het aandeel uit op 12,5% in 2020.Hiermee lijkt het doel van 14% nog niet binnen bereik. In de Nationale Energieverkenning 2017 volgen nieuwe cijfers.lees meer
Hernieuwbare energie, doel Energieakkoord (2023)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het doel uit het Energieakkoord voor het aandeel hernieuwbare energie in 2023 is 16%. In 2015 is het aandeel 5,8%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt Nederland in 2023, met de toepassing van Europese rekenmethodes, uit op 15,7% en komt het doel in zicht.lees meer
Het doel uit het Energieakkoord voor het aandeel hernieuwbare energie in 2023 is 16%. In 2016 is het aandeel 5,9%. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 komt Nederland in 2023, met de toepassing van Europese rekenmethodes, uit op 15,8% en komt het doel in zicht.lees meer
Energiebesparing, EU-richtlijn (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het (cumulatieve) energiebesparingsdoel in EU-verband is 482 PJ in de periode 2014-2020. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de cumulatieve reductie uit op circa 540 PJ in 2020 en daarmee binnen bereik.lees meer
Het (cumulatieve) energiebesparingsdoel in EU-verband is 482 PJ in de periode 2014-2020. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 komt de cumulatieve reductie uit op circa 520 PJ in 2020 en daarmee binnen bereik.lees meer
Energiebesparing, doel Energieakkoord (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het energiebesparingsdoel uit het Energieakkoord betreft een additionele besparing van 100 PJ in 2020 ten opzichte van het besparingstempo zonder Energieakkoord. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 is de geraamde besparing 55 PJ in 2020 en blijft het doel buiten bereik.lees meer
Het energiebesparingsdoel uit het Energieakkoord betreft een additionele besparing van 100 PJ in 2020 ten opzichte van het besparingstempo zonder Energieakkoord. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2016 is de geraamde besparing 68 PJ in 2020 en blijft het doel buiten bereik.lees meer
Aanvullend beleid hernieuwbaar en besparing, doelen EU-richtlijn, Energieakkoord (2020 en 2023)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Tussen oktober 2015 en mei 2016 zijn extra maatregelen aangekondigd die het doelbereik, voor met name hernieuwbaar en besparing, voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog beogen te realiseren. De Nationale Energieverkenning 2016 zal de effecten van dit extra beleid op het doelbereik doorrekenen.lees meer
Tussen oktober 2015 en mei 2017 zijn extra maatregelen aangekondigd die het doelbereik, voor met name hernieuwbaar en besparing, voor 2020 en 2023 uit het Energieakkoord alsnog beogen te realiseren. In de Nationale Energieverkenning 2016 zijn deze maatregelen nog niet nader gekwantificeerd. De Nationale Energie-verkenning 2017 zal de effecten van dit extra beleid op het doelbereik doorrekenen.lees meer
Windenergie op land (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het doel is 6.000 MW in 2020. In 2015 bedroeg het opgestelde windvermogen op land 3.031 MW. Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2015 (vrijwel) zeker 4.574 MW productief opgesteld zijn en voor nog eens ruim 600 MW is dat aannemelijk. De monitor geeft ook aan dat er nog veel inspanning nodig is van alle betrokken partijen om de resterende opgave tot 6.000 MW voor 2020 te realiseren.lees meer
Het doel is 6.000 MW in 2020. In 2016 bedroeg het opgestelde windvermogen op land 3.297 MW. Voor eind 2020 zal volgens de Monitor wind op land 2016 (vrijwel) zeker 4.576 MW productief opgesteld zijn en voor nog eens ruim 331 MW is dat aannemelijk, maar dat aandeel blijft kwetsbaar voor vertraging. De Monitor geeft ook aan dat er nog veel inspanning nodig is van alle betrokken partijen om de resterende opgave tot 6.000 MW voor 2020 te realiseren.lees meer
Windenergie op zee (2023)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Het doel uit het Energieakkoord is 4.450 MW in 2023. In 2015 was 357 MW windvermogen op zee opgesteld en nog eens 600 MW is in aanbouw. In het Energieakkoord is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee van 2013 tot 2023. Ontwikkelingen sindsdien laten zien dat dit realistisch is. De ambitie lijkt daarom haalbaar.lees meer
Het doel uit het Energieakkoord is 4.450 MW in 2023. In 2016 was 957 MW windvermogen op zee opgesteld. In het Energieakkoord is een tenderpad afgesproken met een taakstellend kostendalingspad van 40% kostenreductie voor windenergie op zee van 2013 tot 2023. Ont-wikkelingen sindsdien laten zien dat dit realistisch is. De ambitie lijkt daarom haalbaar. Ook hier komt de Nationale Energieverkenning met een actualisering.lees meer
Broeikasgasemissies niet-ETS-sectoren EU-doel (2020)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Geraamde totale emissie waarschijnlijk onder het doel voor 2020, emissies van sectoren echter niet altijd onder sectorale emissieplafondslees meer
Op dit moment niet te bepalen. In oktober 2014 verschijnt de nationale energieverkenning van PBL en ECNlees meer
Doel voor de reductie van broeikasgasemissies uit de niet-ETS-sectoren in EU-verband is 16% in 2020 ten opzichte van 2005. Uitgaande van (voorgenomen) beleid per 1 mei 2015 komt de reductie uit op circa 21%. Ook de bijbehorende doelen voor de maximale cumulatieve emissies tussen 2013 en 2020 worden gehaald.lees meer
Doel voor de reductie van broeikasgasemissies uit de niet-ETS-sectoren in EU-verband is 16% in 2020 ten opzichte van 2005. De jaarlijkse niet-ETS-emissies dalen bij voorgenomen beleid van 102 Mton CO2-equivalenten in 2015 (voorlopig cijfer) tot 95 Mton CO2-equivalenten in 2020. De cumulatieve niet-ETS-emissies in de periode van 2013 tot en met 2020 komen met voorgenomen beleid uit op 800 Mton CO2-equivalenten. Dit is ruim onder het Europese reductiedoel voor Nederland van 920 Mton CO2-equivalenten voor die periode.lees meer

Luchtverontreiniging

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

NOx-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
NOx-emissie daalt gestaag, maar in 2010 nog boven emissieplafondlees meer
De uitstoot van stikstofoxiden in 2012 lag 12 kiloton (5%) onder het Europese emissieplafond dat geldt vanaf 2010 (NEC).lees meer
Het emissieplafond voor stikstofoxiden is 260 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 235 Kton.lees meer
Het emissieplafond voor stikstofoxiden is 260 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie voor 2015 is 228 Kton.lees meer
SO2-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2010lees meer
In 2012 16 kiloton (32%) onder het emissieplafond.lees meer
Het emissieplafond voor zwaveldioxide is 50 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 29 Kton.lees meer
Het emissieplafond voor zwaveldioxide is 50 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie voor 2015 is 30 Kton.lees meer
NH3-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
In 2011 enkele kilotonnen onder emissieplafond maar nog gevoelig voor tegenvallerslees meer
In 2012 8 kiloton (6%) onder het emissieplafond.lees meer
In de Balans 2012 en 2014 was het beeld dat het 2010-plafond voor ammoniakemissie (128 Kton) binnen bereik was. Echter, sinds de herberekening van de ammoniakemissie in 2014/2015 ligt de emissie boven het doel. Zo is voor 2012 de herberekende ammoniakemissie met 15 Kton naar boven bijgesteld. De gerealiseerde emissie in 2014 is 134 Kton. De overschrijding van het plafond betekent niet automatisch dat Nederland in gebreke wordt gesteld. Er is namelijk consensus in Europa dat landen niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor wijzigingen in de geregistreerde emissiecijfers die niet bekend waren bij het afspreken van de reductiedoelen.lees meer
De gerealiseerde emissie voor 2015 is 128 Kton, waarmee het plafond voor 2010 van 128 Kton binnen bereik is. Echter, aangezien er momenteel discussie is over de methodiek voor het vaststellen van de ammoniakemissies, kan op dit moment niet worden vastgesteld of het emissiedoel voor ammoniak voor 2010 ook daadwerkelijk is bereikt.lees meer
NMVOS-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Ruim onder het emissieplafond dat geldt vanaf 2010lees meer
In 2012 35 kiloton (19%) onder het emissieplafond.lees meer
Het emissieplafond voor niet-methaan vluchtige organische stoffen is 185 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie in 2014 is 143 Kton.lees meer
Het emissieplafond voor niet-methaan vluchtige organische stoffen is 185 Kton vanaf 2010. De gerealiseerde emissie voor 2015 is 139 Kton.lees meer
NOx-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor stikstofoxiden in 2020 is 45% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 202 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 172 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor stikstofoxiden voor 2020 is 45% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 203 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 177 Kton.lees meer
SO2-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor zwaveldioxide in 2020 is 28% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 47 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 30 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor zwaveldioxide voor 2020 is 28% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 46 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 30 Kton.lees meer
NH3-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor ammoniak in 2020 is 13% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 139 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 127 Kton. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan dat voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 ten opzichte van 2005). Hierdoor is bij een recente herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld, terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
De reductieverplichting voor ammoniak voor 2020 is 13% ten opzichte van 2005, overeenkomend met een uitstoot van 135 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 117 Kton. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan dat voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 ten opzichte van 2005). Hierdoor is bij een herberekening van historische emissiecijfers in 2016 het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld, terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
NMVOS-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor niet-methaan vluchtige organische stoffen in 2020 is 8% ten opzichte van 2005 oftewel 164 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 146 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor niet-methaan vluchtige organische stoffen voor 2020 is 8% ten opzichte van 2005 oftewel 167 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 143 Kton.lees meer
Fijn stof (PM2,5)-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De reductieverplichting voor fijnstof (PM2,5) in 2020 is 37% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 13,4 Kton (nieuw Gotenburg-protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 10,4 Kton.lees meer
De reductieverplichting voor fijnstof (PM2,5) voor 2020 is 37% ten opzichte van 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 13,5 Kton. De geraamde emissie voor 2020 bij voorgenomen beleid is 10,9 Kton.lees meer