Balans van de Leefomgeving

Landbouw en voedsel

Hoofdpunten

  • Milieudruk van de landbouw onverminderd groot

    In de afgelopen jaren is de milieudruk van de landbouw op de natuur en het oppervlaktewater niet wezenlijk veranderd. De uitstoot van ammoniak, de verontreiniging van het oppervlaktewater en de milieubelasting door gewasbeschermingsmiddelen blijven zo hoog dat de doelen voor de natuur- en waterkwaliteit nauwelijks dichterbij komen . Het in Europees verband afgesproken emissiedoel voor 2020 voor ammoniak wordt wel gerealiseerd. De procentuele bijdrage van de veehouderij aan de uitstoot van broeikasgassen in Nederland is sinds 2015 toegenomen. Dit komt door de groei van de melkveestapel sinds het vervallen van de melkquota en door de afname van de uitstoot in andere sectoren, zoals de energie- en vervoerssector.
  • Nieuwe regels milieudruk veehouderij lossen probleem niet op

    In 2017 was de beleidsontwikkeling vanuit het Rijk voor de landbouw vooral gericht op het streven om de zogeheten derogatie te behouden, waardoor Nederlandse melkveebedrijven meer mest op het land mogen toedienen dan in de Europese Nitraatrichtlijn is vastgelegd. Daartoe is onder andere een fosfaatreductieplan ontwikkeld, zijn afspraken gemaakt over de samenstelling van veevoer en is een stoppersregeling van kracht om boeren uit te kopen om zo de omvang van de melkveestapel te beteugelen. Het pakket aan maatregelen lijkt zijn vruchten af te werpen: op basis van de ontwikkelingen in de eerste helft van dit jaar kunnen de Europese afspraken over de fosfaatproductie voor 2017 haalbaar zijn. Echter, de rechter heeft het reductieplan voor een deel van de melkveehouders buiten werking gesteld. Hierdoor is bij het verschijnen van deze Tussenba-lans nog onduidelijk wat het totale effect van het reductieplan zal zijn, en of het geheel aan maatregelen voldoende is om blijvend aan de Europese afspraken voor de derogatie te voldoen. Hoewel door de daling van het aantal melkkoeien de milieueffecten licht afnemen, zal een oplossing van het omgevingsvraagstuk van de veehouderij hierdoor niet wezenlijk dichterbij komen. Uit de beleidsdrukte op het gebied van fosfaatproductie in 2017 is de nodige onrust en onzekerheid onder agrarische ondernemers voortgekomen. Uit de evaluatie van de Meststoffenwet (PBL 2017) blijkt dat het draagvlak voor het beleid afkalft en dat de ingewikkelde regels niet aansluiten bij de dagelijkse praktijk van boeren.
  • Bedrijven en consumenten hebben een deel van de sleutel in handen

    Naast beleid dat rechtstreeks is gericht op boeren, zijn er mogelijkheden om via de voedselketen en consumenten de druk op de leefomgeving te verminderen. De rol van het beleid is hierbij vooral faciliterend en stimulerend. Positieve ontwikkelingen zijn onder andere de stijgende verkoop van vlees van bedrijven die voldoen aan bovenwettelijke welzijnsnormen, de licht gedaalde voedselverspilling en de eveneens licht gedaalde vleesconsumptie.

Hoofdstuk Landbouw en voedsel en natuur

Lees meer in de Tussenbalans van de Leefomgeving 2017, hoofdstuk Voedsel, landbouw en natuur. Zie: Landbouw en voedsel (PDF, 2 MB).

Evaluatie van het beleid voor landbouw en de duurzame consumptie van voedsel

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het beleid voor landbouw en voedsel. In hoeverre zijn bijvoorbeeld de beleidsdoelen gehaald voor de productie van mest? En hoe staat het met het aantal duurzame stallen? Kan de overheid nog meer doen om de beleidsdoelen te halen? Onderstaande stoplichten geven een bondig overzicht van de mate waarin doelen naar verwachting tijdig worden gehaald. Een uitgebreidere analyse vindt u door te klikken op de link “lees meer”.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Landbouw en voedsel

Mestproductieplafond (vanaf 2006)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Stikstofproductie ruim onder mestproductieplafond, Fosfaat in 2011 vlak onder het productieplafond lees meer
Stikstofproductie ruim onder mestproductieplafond 2002. In 2013 nam fosfaatproductie weer toe door groei van de melkveestapel en toename van fosfaatgehalte in krachtvoer. Onzekerder of voerspoor voldoende effectief zal zijn om de mestproductie te beperken tot niveau 2002.lees meer
Het mestproductieplafond is gekoppeld aan de derogatie van de Europese Commissie sinds 2006 en bedraagt 504 miljoen kg stikstof en 173 miljoen kg fosfaat. De stikstofproductie blijft in 2015 met 498 miljoen kg (dit is inclusief de gasvormige verliezen) net onder dit plafond, de productie van fosfaat zit er met 180 miljoen kg boven. Per 1 januari 2017 voert de overheid fosfaatrechten op bedrijfsniveau in, op basis van de fosfaatproductie op 2 juli 2015. Om in 2018 een fosfaatproductie beneden het plafond te realiseren, vindt er een generieke afroming plaats en wordt bij het verhandelen van fosfaatrechten ook afgeroomd. De hoogte van de generieke afroming moet echter nog worden vastgesteld.lees meer
Het mestproductieplafond is sinds 2006 gekoppeld aan de derogatie van de Europese Commissie en bedraagt 504 miljoen kg stikstof en 173 miljoen kg fosfaat. In 2016 was de stikstofproductie gelijk aan het plafond, terwijl voor fosfaat sprake was van een overschrijding van het plafond met 2,3 miljoen kg. Intussen is een pakket aan maatregelen van kracht geworden, teneinde eind 2017 weer onder het mestproductieplafond te komen. Dit heeft in 2017 al tot een daling van het aantal stuks melkvee met circa 160.000 geleid. Op basis van de ontwikkelingen in de eerste helft van 2017 zouden de afspraken over de fosfaatproductie voor 2017 haalbaar kunnen zijn.lees meer
NH3-emissie (vanaf 2010)
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
In 2011 enkele kilotonnen onder emissieplafond maar nog gevoelig voor tegenvallerslees meer
Ammoniakemissie daalt: het 2010 NEC-doel is al gehaald. Het NEC-doel voor 2020 (-13% t.o.v. 2005) mogelijk ook, maar emissieramingen zijn onzeker.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland.
In de Balans 2012 en 2014 was het beeld dat het 2010-plafond voor ammoniakemissie (128 kton) binnen bereik was. Echter, sinds de herberekening van de ammoniakemissie in 2014/2015 ligt de emissie boven het doel. Zo is voor 2012 de herberekende ammoniakemissies met 15 kton naar boven bijgesteld. De gerealiseerde emissie in 2014 is 134 kton. De overschrijding van het plafond betekent niet automatisch dat Nederland in gebreke wordt gesteld. Er is namelijk consensus in Europa dat landen niet verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor wijzigingen in de geregistreerde emissiecijfers die niet bekend waren bij het afspreken van de reductiedoelen.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland. Na herberekening van de ammoniakemissie in 2016 bedraagt de emissie voor zowel 2014 als 2015 128 Kton. Daarmee lijkt het (NEC-richtlijn)plafond voor de periode vanaf 2010 van 128 Kton binnen bereik te zijn. Aangezien er momenteel discussie is over de methodiek voor het vaststellen van de ammoniakemissies, kan op dit moment niet worden vastgesteld of het emissiedoel voor ammoniak voor 2010 ook daadwerkelijk is bereikt.lees meer
NH3-emissie (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland.
De reductieverplichting voor ammoniak in 2020 is 13 % t.o.v. 2005. Dit komt overeen met een uitstoot van 139 kton (nieuw Gotenburg protocol, is nog niet geratificeerd). De geraamde emissie in 2020 bij voorgenomen beleid is 127 kton en valt daarmee binnen het 2020 plafond. Opvallend is dat het emissieplafond voor 2020 hoger ligt dan voor 2010. Dit verschil hangt samen met de manier waarop beide doelen zijn geformuleerd: als absoluut plafond (2010) dan wel als procentuele reductie (2020 tov 2005). Hierdoor is bij een recente herberekening van historische emissiecijfers voor ammoniak het 2020-plafond automatisch naar boven bijgesteld terwijl het absoluut geformuleerde 2010-plafond onveranderd is gebleven.lees meer
De landbouw is verantwoordelijk voor ruim 85% van de ammoniakemissie in Nederland. In tegenstelling tot de absolute doelstelling voor 2010 zal vanaf 2020 een relatief doel voor de uitstoot van ammoniak van kracht zijn, in de vorm van een reductieverplichting. Zoals is vastgelegd in de herziene Europese NEC-richtlijn van december 2016, geldt van 2020 een reductieverplichting van 13% ten opzichte van 2005. Op basis van de gerapporteerde ammoniakemissie voor 2005 komt het doel voor de periode na 2020 uit op maximaal 135 Kton. De geraamde emissie van 117 Kton ligt bij vastgesteld beleid ruim onder het 2020-plafond.lees meer
Nitraat in het bovenste grondwater
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
"Zuidelijk zandgebied en lössregio zijn ook na 2013 nog een knelpunt."lees meer
"Zuidelijk zandgebied en lössregio zijn ook na 2013 nog een knelpunt."lees meer
"In het klei- en veengebied ligt in 2015 de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder de doelstelling van 50 mg nitraat per liter. In het zuidelijk zand- en lössgebied (Noord-Brabant en Limburg) ligt de gemiddelde nitraatconcentratie nog ruim boven het nitraatdoel, terwijl in het noordelijk en centraal zandgebied gemiddeld het doel wordt bereikt. Gemiddeld doelbereik in het zandgebied betekent overigens in de praktijk dat bijna de helft van de bedrijven niet aan de norm voldoet."lees meer
In het klei- en veengebied ligt in 2015 de gemiddelde nitraatconcentratie ruim onder de doelstelling van maximaal 50 mg nitraat per liter. In het zuidelijk zand- en lössgebied (Noord-Brabant en Limburg) ligt de ge-middelde nitraatconcentratie nog ruim boven het nitraatdoel, terwijl in het noordelijk en centraal zandgebied gemiddeld het doel wordt bereikt. Gemiddeld doelbereik in het zandgebied betekent overigens in de praktijk dat bijna de helft van de bedrijven niet aan de norm voldoet.lees meer
Gewasbeschermingmiddelen in oppervlaktewater
  • Balans 2012
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Afname van de belasting van het oppervlaktewater door gewasbeschermingsmiddelen uit de landbouw stagneert.lees meer
Stoffen met een jaargemiddelde (JG) MKN-norm overschrijden op ongeveer 25% van de meetpunten de norm, zowel in 2010 als in 2012. Voor stoffen met een MTR-norm is dat 50%. De MTR-normen zullen op den duur vervangen worden door JG en MAC (maximale concentratie)-MKN-normen.lees meer
In 2014 werden op iets meer dan 60% van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de (stofafhankelijke) normen overschreden. Op veel locaties wordt de norm door minder dan 5% van het totale aantal stoffen overschreden. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken.lees meer
In 2015 werden op iets meer dan 60% van de meetlocaties van gewasbeschermingsmiddelen en biociden de (stofafhankelijke) normen overschreden. Dat is hetzelfde aandeel als in 2014. Op veel locaties overschrijdt minder dan 10% van het totale aantal gemeten stoffen de norm. Verbetering van de waterkwaliteit is daarom mogelijk door vooral de meest vervuilende stoffen aan te pakken.lees meer
Duurzame stallen (2016)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
10% integraal duurzame stallen: doel 8% ruimschoots gehaald.lees meer
Met 13% integraal duurzame stallen begin 2016 is het doel van 12% gehaald.lees meer
Jaarlijks is in de begroting van Economische Zaken een streefwaarde voor het lopende jaar opgenomen. Voor begin 2017 is dit 14% en voor 2018 is dit 16%. Met 13,6% integraal duurzame stallen op 1 januari 2017 is het doel van 14% vrijwel gehaald.lees meer
Duurzamer vlees (2020)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Consumptie 'duurzamer' geproduceerd vlees stijgt, maar huidige tempo van verbetering nog te laag om doel in 2023 te halen.lees meer
De ambitie van overheid en bedrijfsleven is dat in 2020 100% van de consumptie van varkensvlees en pluimveevlees ten minste voldoet aan een hoger niveau van dierenwelzijn. In 2014 zijn de bestedingen aan duurzaam vlees ten opzichte van 2013 gelijkgebleven. De bestedingen aan producten met een Beter Leven Keurmerk zijn in 2014 met 4% gestegen. Dit tempo is te laag om het doel in 2020 te bereiken.lees meer
De ambitie van overheid en bedrijfsleven is dat in 2020 100% van de consumptie van varkens- en pluimveevlees ten minste afkomstig is van dieren die voldoen aan een hoger niveau van welzijn. In 2015 zijn de beste-dingen aan duurzaam geproduceerd(e) vlees en vlees-waren ten opzichte van 2014 met 19% gestegen. De bestedingen aan producten met een Beter Leven-Keurmerk zijn in 2015 met 24% gestegen. Het markt-aandeel duurzaam geproduceerd vlees steeg daarmee van 11 naar 12%. In supermarkten is het aandeel duur-zaam geproduceerd varkensvlees de laatste jaren sterk gestegen, tot 47% in 2015, bij pluimveevlees is dit 18%. Deze cijfers laten een positieve ontwikkeling zien. Het blijft de vraag of deze ambitie in 2020 gehaald zal wor-den. Als deze ontwikkelingen doorzetten en als ook vlees van kippen met een hoger welzijnsniveau, maar zonder onafhankelijk keurmerk, zoals veel supermark-ten aanbieden (of op korte termijn aan gaan bieden) meetellen, dan zou het tempo voldoende kunnen zijn om deze ambitie in 2020 te bereiken.lees meer
Voedselverspilling (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het rijksdoel is de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten op zicht van 2009. Verspilling door consumenten, die het grootste aandeel hebben, neemt nog niet af.lees meer
Doel is de voedselverspilling in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. In 2013 is de hoeveelheid verspild voedsel op het niveau van 2009. Aangezien het algemene beeld is dat er tussen 2009 en 2013 niet veel is veranderd in de hoeveelheid verspild voedsel, lijkt het doel van 20% reductie in 2015 buiten bereik.lees meer
Doel is de voedselverspilling in de voedselketen in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. De voedselverspilling ligt in 2015 tussen de 105 en 152 kg (128,5) per persoon. Hoewel de voedselverspilling in 2015 circa 4% is gedaald ten opzichte van 2013, is het doel van 20% reductie ten opzichte van 2009 niet gehaald. Wel lijkt er een dalende trend te zijn in de hoeveelheid voedsel die in Nederland verspild wordt.lees meer
Antibioticagebruik veehouderij (2016)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2017
Het doel voor 2015 is een reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij met 70% ten opzichte van 2009. De verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik is in 2014 met bijna 60% gedaald in vergelijking met 2009. De snelle daling sinds 2009 stokte in 2014, hetgeen het bereiken van 70% reductie in 2015 aanzienlijk bemoeilijkt.lees meer
Het doel voor 2015 is een reductie van het antibioticagebruik in de veehouderij met 70% ten opzichte van 2009. De verkoop van antibiotica voor veterinair gebruik is in 2014 met bijna 60% gedaald in vergelijking met 2009. De snelle daling sinds 2009 stokte in 2014, hetgeen het bereiken van 70% reductie in 2015 een aanzienlijke opgave maakt.lees meer
Ten opzichte van 2009 is de verkoop van antibiotica voor de veehouderij in 2016 met 64% gedaald. Het beleidsdoel van 70% reductie van het gebruik ten op-zichte van 2009 is daarmee niet gehaald. Als de ingezette beleidsintensivering en de vertaling naar specifieke doelen voor de afzonderlijke veehouderijsectoren onverkort worden uitgevoerd, zal het einddoel van 70% reductie in 2020 waarschijnlijk worden gehaald. De overheid heeft de verantwoordelijkheid hiervoor bij de verschillende sectoren gelegd. De sectoren hebben in 2016 hiervoor reductieplannen gemaakt. Momenteel loopt onderzoek om de sectorspecifieke doelen vast te stellen.lees meer