Balans van de Leefomgeving

Circulaire economie

Hoofdpunten

  • Beleidsopgave

    De hoeveelheid grondstoffen die wereldwijd wordt gebruikt, is in de afgelopen eeuw verachtvoudigd. Inkomensgroei en de toename van de bevolking zijn hiervan de belangrijkste oorzaken. Naar verwachting zet deze trend in de komende decennia door. Zonder aanvullend beleid leidt dit tot toenemende milieudruk; de huidige milieuschade in Nederland is geraamd op 31 miljard euro per jaar. Bovendien leidt de toenemende internationale concurrentie om grondstoffen tot leveringszekerheids- risico’s voor cruciale grondstoffen. Het kabinet zet voor Nederland daarom concreet in op een halvering van het gebruik van nieuw gewonnen mineralen, fossiele grondstoffen en metalen in 2030. De Rijksoverheid beoogt de transitie naar een circulaire economie te versnellen met beleid dat is neergelegd in het Rijksbrede programma Circulaire Economie (2016), het Grondstoffenakkoord (2017) en de kabinetsreactie op de transitieagenda’s (juni 2018).
  • Hergebruik en recycling

    Nederland behoort met ruim 80 procent recycling al jaren tot de kopgroep van Europese landen. De inzet van secundair materiaal in de Nederlandse economie bedraagt evenwel maar 8 procent. Dit grote verschil wordt deels verklaard doordat veel materialen fysiek zijn ‘opgeslagen’ in producten met een lange gebruiksduur, zoals gebouwen en auto’s. De in deze goederen opgeslagen grondstoffen en materialen vormen een voorraad in de economie die pas na verloop van tijd vrijkomt voor hergebruik en recycling. Vooralsnog gebruikt Nederland echter veel meer grondstoffen dan er als recyclaat beschikbaar komt.
  • Beleid

    Een circulaire economie vraagt om een kabinetsbrede aanpak. Het bevorderen van een circulaire economie vergt immers niet alleen afvalbeleid, maar bijvoorbeeld ook beleid(saanpassingen) voor fiscale vergroening, het verduurzamen van de internationale handel, en het stimuleren van milieusparende innovaties. In zijn reactie van juni 2018 op de transitieagenda’s voor de circulaire economie brengt het kabinet focus aan in zijn beleid door in te zetten op tien doorsnijdende thema’s, zoals het beprijzen van milieuschade, circulair ontwerpen, circulair inkopen, het opheffen van belemmerende regelgeving en producentenverantwoordelijkheid. De uitdaging voor de komende jaren is om deze thema’s zodanig uit te werken en vorm te geven dat deze een circulaire economie versnellen. Bij fiscale vergroening zou dat bijvoorbeeld kunnen door een inputheffing op grondstoffengebruik naar rato van de veroorzaakte milieuschade.

    Het kabinet heeft in zijn beleid geen extra geld gereserveerd voor de transitie naar een circulaire economie. Voor de beleidsuitvoering wil het kabinet gebruikmaken van geld uit bestaande regelingen, zoals die voor de klimaatopgave en regionale ontwikkeling. Dit maakt het realiseren van de ambities van het Rijksbrede programma Circulaire Economie en de halveringsdoelstelling voor primair grondstoffengebruik lastig.

  • Kennis

    Om de voortgang naar een circulaire economie onomstreden in beeld te kunnen brengen en overheidsbeleid te evalueren, is veel kennis van diverse kennisinstellingen nodig. Zo is het van belang om de vermeden milieuschade en verbeterde leverings- zekerheid inzichtelijk te maken van het realiseren van de kabinetsdoelstelling om het gebruik van primaire mineralen, fossiele grondstoffen en metalen in 2030 te halveren. Dit vraagt om analyses van de mogelijkheden en belemmeringen voor een grote variëteit aan grondstoffen, materialen, productketens en producten.
  • Biomassa

    De transitie naar een circulaire economie zal ook tot nieuwe problemen leiden.
    Een voorbeeld hiervan is de wens fossiele grondstoffen en grondstoffen waarvan de aanvoer onzeker is (zogenoemde kritieke grondstoffen) te vervangen door onder andere biomassa. De vraag naar biomassa neemt inmiddels snel toe. Zo is biomassa niet alleen gewild als basis voor bijvoorbeeld chemische producten en bouwmaterialen, maar ook als duurzame energiebron en om te voorzien in de toenemende mondiale voedselvraag. Door al deze claims op biomassa dreigt (verdergaande) overexploitatie van de natuur, zoals uitputting en erosie van bodems.

Lees verder

  • Voor het thema Circulaire economie is een factsheet gemaakt die een beknopt overzicht geeft van de ontwikkelingen in dit thema lees de factsheet (PDF)
  • Voor meer informatie kunt u het hoofdstuk Circulaire economie in de Balans van de Leefomgeving 2018 lezen lees verder in de Balans (PDF)

Evaluatie van het beleid voor Afval

Er zijn voor circulaire economie alleen kwantitatieve beleidsdoelen voor afval. Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van dit beleid. Hoe zit het met de hoeveelheid en scheiding van het huishoudelijk afval? En hoe staat het met de nuttige toepassing van afval? Onderstaande stoplichten geven een bondig overzicht van de mate waarin doelen naar verwachting tijdig worden gehaald. Een uitgebreidere analyse vindt u door te klikken op de link “lees meer”.

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Circulaire economie

Er zijn voor circulaire economie alleen kwantitatieve beleidsdoelen voor afval. In 2014 zijn diverse afvaldoelen aangepast en zijn nieuwe doelen voor afval geformuleerd.

Halvering primaire abiotische grondstoffen (2030)
  • Balans 2018
Dit is een nieuw doel uit het Rijksbrede programma Circulaire Economie. Op dit moment kan nog niet worden beoordeeld of dit doel wordt gehaald.lees meer
Afvalaanbod (2021 en 2029)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Afvalproductie afgelopen jaren redelijk stabiel onder afvalaanbod-plafond.lees meer
De afvalproductie bevindt zich met 60 Mton in 2014 ruim onder het plafond van 68 Mton in 2015 en 74 Mton in 2021.lees meer
De afvalproductie bevindt zich met 60 megaton in 2014 onder het plafond van 61 megaton in 2021 en 63 megaton in 2029. Het doel is in LAP3 aangescherpt ten opzichte van LAP2 (BLO2016).lees meer
Nuttige toepassing van afval (2015)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Doel in 2010 gehaald.lees meer
Het doel voor 2015 is 95% nuttige toepassing van het totaal aan afvalstoffen. In 2014 bedraagt het aandeel nuttige toepassing 93% en daarmee komt het doel binnen bereik.lees meer
Het doel voor 2015 is 95% nuttige toepassing van het totaal aan afvalstoffen. In 2014 bedraagt het aandeel nuttige toepassingen 93% en daarmee komt het doel binnen bereik.lees meer
Hergebruik en recycling van afval (2023)
  • Balans 2018
Of het doel van 85% voorbereiding voor hergebruik en recycling van het totaal aan afvalstoffen in 2023 wordt gehaald is nog onzeker. Het aandeel in 2014 bedraagt 77%. Deze doelstelling komt in plaats van doelstelling van nuttige toepassing.lees meer
Reduceren hoeveelheid huishoudelijk restafval (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
  • Balans 2018
Doel is om de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2020 terug te brengen tot 100 kilo per persoon per jaar. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald. In 2015 lag de hoeveelheid huishoudelijk restafval op 230 kilogram per inwoner.lees meer
Het doel is om de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2020 terug te brengen tot 100 kg per persoon per jaar. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald. In 2016 bedraagt het huishoudelijk restafval 230 kg per inwoner.lees meer
Doel is om de hoeveelheid huishoudelijk restafval in 2020 terug te brengen tot 100 kilo per persoon per jaar. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald. In 2016 lag de hoeveelheid huishoudelijk restafval op 210 kilogram per inwoner.lees meer
Scheiding van huishoudelijk afval (2020)
  • Balans 2016
  • Balans 2017
  • Balans 2018
Doel is om 75% van het huishoudelijk afval te scheiden in 2020. In 2015 bedraagt de scheiding aan de bron bij huishoudens 53%. Om het doel te realiseren is de komende jaren een stijging van ongeveer 40 procentpunten ten opzichte van het huidige scheidingspercentage nodig. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald omdat de instrumentering nog onvoldoende aansluit.lees meer
In 2020 moet 75% van het huishoudelijk afval gescheiden zijn. In 2016 bedraagt de scheiding aan de bron bij huishoudens 54%. Om het doel te realiseren, is de komende jaren een stijging van ongeveer 40 procentpunten ten opzichte van het huidige schei-dingspercentage nodig. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald, omdat de instrumentering nog onvoldoende aansluit.lees meer
Doel is om 75% van het huishoudelijk afval te scheiden in 2020. In 2016 bedraagt de scheiding aan de bron bij huishoudens 55%. Dit doel wordt naar verwachting niet gehaald, omdat de instrumentering nog onvoldoende aansluit om in vier jaar tot 75% te komen.lees meer
Verbranden en storten van Nederlands afval (2022)
  • Balans 2014
  • Balans 2016
  • Balans 2018
Doel voor storten van brandbaar afval wordt waarschijnlijk gehaald. Totale hoeveelheid gestort afval neemt echter fors toe in 2012.lees meer
Het doel om de hoeveelheid te verbranden en storten Nederlands afval te halveren in 10 jaar wordt naar verwachting niet gehaald. De hoeveelheid Nederlands verbrand en gestort afval is tussen 2012 en 2014 met circa 15% afgenomen. Er is 0,5 Mton minder afval verbrand en ongeveer 1 Mton minder gestort. De hoeveelheid gestort afval in 2014 ligt weer rond het niveau van 2010. De piek in 2012 komt door het afschaffen van de belasting op storten per 1 januari 2012.lees meer
Het doel om de hoeveelheid te verbranden en storten Nederlands afval in tien jaar te halveren, wordt naar verwachting niet gehaald. Die hoeveelheid is tussen 2012 en 2016 met 8% afgenomen. Er is 0,5 megaton minder afval verbrand en 0,3 megaton afval minder gestort.lees meer
Voedselverspilling (2030)
  • Balans 2018
Doel is de voedselverspilling in de voedselketen in 2015 met 20% te verminderen ten opzichte van 2009. In 2018 is SDG 12.3 expliciet in beleid opgenomen: in 2030 een halvering van de voedselverspilling ten opzichte van 2015. De voedselverspilling bedroeg in 2016 circa 125 kilogram per persoon. De hoeveelheid voedselverspilling is in de jaren 2009-2016 ongeveer gelijk gebleven; er kan geen stijgende of dalende trend worden waargenomen. Het doel van 20% reductie ten opzichte van 2009 is niet gehaald. Het doel van 2030 zal waarschijnlijk niet gehaald worden, aangezien er nog geen dalende trend zichtbaar is, terwijl de opgave groot is.lees meer