Natuurverkenning 2010-2040

Landbouw in de vier kijkrichtingen

Voor de landbouw is het bieden van toegevoegde waarde op producten en landschap een steeds belangrijker strategie. Het Centrum voor Landbouw en Milieu plaatste de trends in de landbouw in de context van de kijkrichtingen van de Natuurverkenning 2010-2040.

De landbouw loopt tegen de grenzen aan van het ontwikkelingsmodel van de afgelopen eeuw. De effecten van schaalvergroting en intensivering op de leefomgeving en de kwetsbaarheid van de bedrijfsvoering zijn dermate groot dat nieuwe wegen moeten worden gezocht. In elk van de vier kijkrichtingen van de Natuurverkenning gebeurt dat op een andere manier.

Melkveebedrijven bewegen weg van natuur
In de kijkrichting Vitale Natuur is natuur georganiseerd in grote eenheden. De invloed van de landbouw op de omgevingskwaliteit van de natuur is daardoor relatief beperkt. Door de hoge milieu-eisen ontstaat een afwaartse beweging van melkveebedrijven van de natuur en dan met name van de Natura 2000 gebieden. Op het grensvlak van natuur en landbouw neemt de landbouw specifieke maatregelen om de omgevingskwaliteit voor natuur te verbeteren.

Multifunctionele landbouw speelt in op omgevingskansen
In de kijkrichting Beleefbare Natuur wordt het cultuurlandschap onderhouden, hersteld en ontwikkeld door ondernemende boeren. Een groeiende groep multifunctionele landbouwers speelt effectief in op de vraag naar beleefbare natuur. Zij investeren in landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit, sturen de koe de wei in, organiseren toegankelijkheid met de buren, ontvangen scholen etc. Een gebiedsfonds wordt ingezet om de investeringen in natuur, landschap en recreatie te ondersteunen.

Natuur organiseren rond langetermijnbelangen
In de kijkrichting Functionele Natuur daagt de kwetsbaarheid van de monoculturen in de landbouw ondernemers uit om op een andere manier naar het landbouwecosysteem te kijken. Aanwezigheid van nuttige biodiversiteit wordt gezien als investering voor een duurzame toekomst. Ook is de boer terug als partner in het waterbeheer. Ondernemers werken samen; met elkaar en met bedrijven, maatschappelijke partijen en overheden die diensten waarderen en willen afnemen. De ondernemer geeft zelf het landschap vorm en combineert op een relevant schaalniveau meerdere functies.

Landbouw structureert zichzelf en het landschap
In de kijkrichting Inpasbare Natuur concentreren agrarische ondernemers zich op het verhogen van de productie. De verkaveling van het landschap wordt aanzienlijk verbeterd. De percelen hebben een minimale omvang van 10 hectare, sloten worden verlegd, houtwallen verdwijnen en worden deels vervangen, wegen worden verbreed. Er ontstaat een nieuw casco landschap.

Geef een reactie

Deel deze pagina via: 
De Natuurverkenning is een wettelijk product van het Planbureau voor de Leefomgeving met medewerking van Wageningen UR.