Natuurverkenning 2010-2040

Van visies naar beleid

Door de jaren hebben verschillende natuurvisies ten grondslag gelegen aan het natuurbeleid. In de periode tot 1990 stond het in stand houden van het door de mens gevormde 19e-eeuwse cultuurlandschap als ideaalbeeld in het natuurbeleid voorop. Sinds halverwege de jaren tachtig is het wildernisbeeld in opkomst. Vanaf 2000 komt het functionele natuurbeeld meer naar voren, maar de andere beelden lijken nog dominant te zijn in het beleid.

De vraag is hoe het natuurbeleid kan inhaken op opkomende natuurvisies zoals het functionele natuurbeeld. Als onderdeel van de Natuurverkenning 2010-2040 voert het PBL daarom onderzoek uit naar de aangrijpingspunten voor het formuleren van nieuw beleid, georiënteerd op actuele natuurvisies. Deze informatie zal gebruikt worden bij het vertalen van de kijkrichtingen naar beleidsopties voor de korte termijn en lange termijn.

Beleidskansen voor beleefbare natuur

Het huidige natuurbeleid is deels gebaseerd op wat men in de periode 1970-1990 een ‘mooi landschap’ vond. Dat is inmiddels een behoorlijke tijd geleden. Recent heeft het PBL daarom ook een studie verricht naar wat Nederlanders de meest aantrekkelijke plek met water, groen of natuur vinden.

Uit het onderzoek blijkt dat Nederlanders anno 2010 vooral waardering hebben voor de Nederlandse kuststrook met zijn duinen, strand en de zee, het Limburgse heuvelland en de Veluwe.

Lees meer over
Natuurgebieden hoog gewaardeerd door Nederlanders

Beleidskansen voor ecosysteemdiensten

In de Natuurverkenning-kijkrichting Functionele Natuur maakt de mens gebruik van de diensten die de natuur biedt. Voorjaar 2010 heeft het PBL samen met Wageningen UR een verkennende studie uitgevoerd naar deze zogenoemde ecosysteemdiensten. Wat zijn ecosysteemdiensten precies? Wat zijn hun mogelijkheden en onmogelijkheden en welke kansen biedt het concept voor beleid?

De onderzoekers concludeerden dat de overheid met haar beleid ervoor kan zorgen dat de ecosysteemdiensten in de praktijk beter worden benut. Dit kan onder meer met positieve en negatieve prijsprikkels, en met andere dan financiële middelen, zoals keurmerken, kennisoverdracht en wet- en regelgeving. Een mogelijk voorbeeld hiervan is biologische plaagbestrijding. Om biologische plaagbestrijding te stimuleren in teelten waar dat nog niet veel gebeurt, zou de overheid bijvoorbeeld gerichte subsidies kunnen inzetten. Nadat voldoende praktijkervaring is opgedaan, kan zij bepaalde chemische middelen verbieden, zodat biologische plaagbestrijding vanzelf een aantrekkelijk alternatief wordt.

Publicaties

Geef een reactie

You must be logged in to post a comment.

De Natuurverkenning is een wettelijk product van het Planbureau voor de Leefomgeving met medewerking van Wageningen UR.