Natuurverkenning 2010-2040

Studiedag Nieuwe kennis voor een nieuw natuurbeleid

Panel op WLO symposium over de Natuurverkenning

Het natuurbeleid op de schop, de wetenschap in diskrediet en burgers die zich stil houden. Tegen die achtergrond organiseerden Wageningen UR, de WLO en het PBL op 22 maart 2012 een studiedag over nieuwe kennis voor een nieuw natuurbeleid. Met inleidingen van Ed Nijpels, Esther Turnhout, Maarten Hajer en Kris van Koppen.

Dagvoorzitter Matthijs Schouten, voorzitter van de Werkgemeenschap Landschapsecologisch Onderzoek (WLO), opent de dag met een terugblik. Natuur, als ‘commons’, was eeuwenlang het domein van de gemeenschap. In de jaren 70 en 80 werd het ook een domein van intrinsieke waarde. De wetenschap gaf haar een stem door te definiëren wat natuur was en wat goed voor de natuur was. Maar anno 2012 bepaalt de staatssecretaris wat natuur is en wordt wetenschap als elitair gezien. En onderwijl zijn ook de instituties veranderd. De wetenschap staat voor de vraag hoe hier mee om te gaan. De negatieve consequenties van het beleid aangeven? Actie voeren? Onderzoeksterreinen herzien? En wat is de betekenis voor het wetenschapsbedrijf? De vragen zijn uiteenlopend en verstrekkend.

Laat u niet misbruiken
Ed Nijpels, voorzitter van het Bosschap, staat pal voor het oude natuurbeleid. Dit had een stevige wetenschappelijke basis, de EHS lag grotendeels binnen de Natura 2000 gebieden en de robuuste verbindingen waren aantoonbaar essentieel voor realisatie van de Natura 2000 doelen. Kortom, het beleid deugde. “Maar dit kabinet framet natuur als luxe”, stelt Nijpels, “en dat mogen we onszelf aanrekenen.” Er wordt bezuinigd, gedecentraliseerd en er is een nieuwe natuurwet die nauwelijks beschermt. Hoe kon het zo eindigen? Nijpels noemt het langdurige realisatieproces van de EHS, wat het tot een zuur verhaal maakte. Maar ook het gebrek aan bestuurlijke ruggengraat, de verminderde maatschappelijke sympathie voor natuur, de gebrekkige koppeling met beleving van burgers en de economische crisis zijn er debet aan. De plotselinge besluitvorming tijdens de kabinetsformatie deed de rest.

Meekoppelen met belangrijke dossiers zoals het Deltaplan en kennis aanbieden aan lagere overheden lijken op dit moment goede kansen te zijn voor de wetenschap. Een kennisnetwerk als OBN is van het grootste belang en zou zeker moeten worden voortgezet. “Maar realiseer je als wetenschapper ook dat je sommige onderzoeken gewoon niet moet willen doen”, stelt Nijpels. “Laat u zich niet misbruiken voor politieke doelen en sta niet toe dat uw uitspraken uit hun context worden gehaald!”

Wees expliciet over de waarden die je dient
Esther Turnhout, onderzoeker aan Wageningen UR, stelt de legitimiteit van kennis aan de orde. Het oude model van ‘speaking truth to power’ werkt niet meer, aldus Turnhout. Achter de vragen die het beleid aan de wetenschap stelt, gaan normen en waarden schuil. Ontkenning daarvan leidt tot problemen. De kloof tussen wetenschap en beleid moet worden overbrugd, maar niet gedicht.

Om dat succesvol te doen, kan het helpen om je bewust te zijn van de verschillende rollen die je als wetenschapper kunt vervullen. Bijvoorbeeld de rol van ‘pure wetenschapper’ of de ‘scheidsrechter’, die zijn kennis bruikbaar probeert te laten zijn. In die twee rollen lijkt het alsof je niet echt na hoeft te denken over normen en waarden. Dat moet expliciet wel als je ‘makelaar’ wilt zijn. In deze rol verruimt de wetenschapper de perspectieven en stelt andere vragen voor. Hij maakt het debat open. De ‘pleitbezorger’ is de advocaat van een bepaalde preferentie. Een rol die elke wetenschapper wel eens vervult en die eigenlijk nooit ver weg is.

“Laten we stoppen om als wetenschappers te doen alsof we alleen over feiten spreken”, bepleit Turnhout. Een alternatief is om los van het dominante discours een tegendiscours te organiseren en nieuwe coalities te vormen. Waarbij je expliciet bent over de waarden die je dient. Meer afstand kan leiden tot nieuwe vormen van legitimiteit en effectiviteit.

Beelden van de discussie tussen publiek en het panel

Verkennen en evalueren
Het Planbureau voor de Leefomgeving bezint zich ook op haar rol. Ze moet dienend zijn, en tegelijk op gezonde afstand staan tot het beleid. Met de normatieve scenario’s van de Natuurverkenning 2010-2040 hebben we enkele jaren geleden al voorgesorteerd op de politisering van het beleid, stelt directeur Maarten Hajer. Belangrijke principes daarin zijn het hoog houden van de internationale verplichtingen en de erkenning dat er meerdere drijfveren in de samenleving zijn om natuur te beschermen, leidend tot verschillende perspectieven op natuur. In de Natuurverkenning werkte PBL vier kijkrichtingen voor natuur uit op kaart en in scores voor biodiversiteit, beleving, ecosysteemdiensten en kosten en baten. Als een strategisch adviseur maakt het planbureau hier zichtbaar en inzichtelijk dat er wel degelijk iets te kiezen en desgewenst te combineren valt.

Een Natuurverkenning in deze vorm speelt zijn rol helemaal vooraan een beleidstraject. Maar ook gaande de beleidsvorming ziet Hajer een rol voor het PBL. Hij wil dat het planbureau al tijdens het debat aangeeft wat kansen en bedreigingen zijn, ten koste waarvan bepaalde keuzes gaan. Dergelijke analyses kunnen bijdragen aan de totstandkoming van evidence-based beleid. Nog meer naar het einde van een beleidstraject voert het PBL evaluaties uit, zoals recent de analyse van het Natuurakkoord. Zo treedt PBL op als zowel strategisch adviseur als rationeel beleidanalist. Rollen die het planbureau nu op landelijk niveau vervult, en als het aan Hajer ligt in de nabije toekomst ook decentraal.

Alle natuur is beleefbare natuur
Kris van Koppen van Wageningen UR schetst de technocratisering van het beleidsdiscours in de afgelopen decennia en het verdwijnen van belevingswaarden daarin. Inmiddels ziet hij pogingen om natuurbeleid weer in toegankelijke termen te verwoorden. Zoals in de Natuurverkenning: Vitale natuur voor de biodiversiteit, beleefbare natuur voor de burgers, functionele natuur voor de economie, en inpasbare natuur waar dan nog plaats over is. Maar eigenlijk gebeurt hier niets anders dan het verkavelen van natuur tussen de verschillende concepten in het bestaande beleidsdiscours, aldus van Koppen. Dat sluit opnieuw niet aan bij beleving van natuur door de burger. Is de meest bijzondere natuur van het land er dan niet voor hun beleving?

Biografieën over natuurbeleving zouden een waardevol middel zijn om meer te gaan begrijpen over de natuurbeleving van mensen. Er is ook behoefte aan nieuwe verhalen. Verhalen die aansluiten bij de esthetische, cultuurhistorische en morele natuurbeleving van mensen en zo kunnen helpen om het draagvlak voor natuur te herwinnen. Specifieke verhaallijnen die uitwerking verdienen gaan over de betekenis van dieren in de vrije natuur, over wilde soorten in de eigen leefomgeving van mensen en over natuur als collectief goed. Over gebieden die we niet teruggeven aan de natuur, maar doorgeven aan onze kinderen.

Aanknopingspunten voor nieuw onderzoek
Na de lezingen is de beurt aan de zaal voor een discussie met het sprekersforum. Het levert nog veel meer aanknopingspunten op voor nieuw onderzoek. De energieke samenleving, nieuwe coalities, meervoudig ruimtegebruik, ruimtelijke planvorming, de betekenis van herkenbaar en smakelijk voedsel, eten uit de natuur, streekeigen landschap. Eén ding lijkt belangrijk: maak er geen consensusverhaal van. Esther Turnhout: “Nodig is een gediversificeerde wetenschap die kan bijdragen aan lokale initiatieven.”

Na de presentaties en de forumdiscussie volgde een middagprogramma met workshops voor de ca. 200 aanwezigen.

Overzicht van de zaal tijdens de studiedag

Geef een reactie

You must be logged in to post a comment.

De Natuurverkenning is een wettelijk product van het Planbureau voor de Leefomgeving met medewerking van Wageningen UR.