Natuurverkenning 2010-2040

De visie van Gijs Kuneman

Gijs Kuneman - Directeur Centrum Landbouw & Milieu

‘Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid biedt een kans voor verbindingszones-met-verbinding in het agrarisch gebied.’

De turbulentie rond het natuurbeleid heeft als pluspunt dat partijen wakker zijn geschud. Voorheen had je het kamp van de grootschalige natuur, van de soortenbescherming, van de mixlandschappen, van de boerennatuur. Discussies werden meestal vanuit de vaste stellingen gevoerd. Tijd voor een herijking.

Ondertussen gaat het deels goed en deels slecht met de biodiversiteit. Roofvogels, ganzen, moerassen, flora en fauna van de bossen: die floreren veel meer dan twintig jaar geleden. Maar duinen, hoogvenen en heide gaan achteruit. En de agrarische natuur, zoals de weidevolgels en natuur van kleinschalige cultuurlandschappen: om somber van te worden. Daar is soms wel wat aan te doen; zie het succes van de grauwe kiekendief in de akkerranden van Groningen en Flevoland. Maar over het algemeen is moderne landbouw moeilijk te verenigen met rijke natuur.

Hoe dan verder?
In mijn visie blijft een EHS met robuuste kerngebieden essentieel. Liefst met ook wildernisnatuur, ook langs de grote rivieren. De crux is hoe we om de EHS heen de natuur en het landschap ‘invullen’.

Het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid biedt een kans. Dat vereist dat boeren 7% van hun areaal niet gebruiken voor productie. Via regionale arrangementen en samenwerkingsverbanden kan die 7% slim ingevuld worden. Natuur, recreatie en een aantrekkelijk cultuurlandschap kunnen daar perfect samengaan. En agrarische natuurverenigingen en natuurorganisaties, bijvoorbeeld verenigd in een gebiedscoöperatie, slaan de handen ineen om dat voor elkaar te krijgen. Zo krijg je ‘verbindingszones-met-verbinding’!

Nieuwe plattelanders, vaak met een paar hectare grond, doen graag mee. Zij worden betrokken in de planvorming en dragen bij aan het beheer van hún gebied. Samen plukken de coöperatieleden de vruchten, bijvoorbeeld in de vorm van ganzenvlees, paddenstoelen of exclusieve arrangementen.

Gijs Kuneman
Directeur Centrum voor Landbouw en Milieu

3 reacties op “De visie van Gijs Kuneman”

  1. Max Snel zegt om 12:41 op 21-03-2012:

    Helemaal gelijk, ik heb precies dezelfde mening

  2. Jaap Rouwenhorst zegt om 10:25 op 31-01-2012:

    ZEVEN procent van het boerenareaal niet gebruiken voor productie, Tjonge tjonge – daar kijk ik van op! Het ” nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid” wat is dat? En wat gaan we (?) / ze(?) er dan mee doen. Ik ben benieuwd, want zoals Gijs zegt: met de agrarische natuur, de (bio) diversiteit op het platteland – of het nu om (weide) vogels gaat of vlinders of etc. – is het triest gesteld – tenminste als je nog de referentie hebt van lang geleden ‘en naar de cijfterjtes kijkt. Ik ben natuur-bos- en faunabeheerder van professie, maar het agrarisch landschap rondom de natuur- en bosgebieden of daar ver buiten gaat me ook zeer na aan eht hart. C+Be sceptisch – wie gaat die 7% andere benutting vormgeven en hoe, en wie gaat er op toezien, ” farmercobs” ?

  3. Peter Erkens zegt om 13:40 op 08-01-2012:

    Conclusie: meer geld voor agrarisch natuurbeheer i.v.m. weidevogels en cultuurlandschappen. Verschuiven van middelen naar groen blauwe dienstenregelingen. Met als doel met het zelfde budget meer realiseren.

Geef een reactie

You must be logged in to post a comment.

De Natuurverkenning is een wettelijk product van het Planbureau voor de Leefomgeving met medewerking van Wageningen UR.