Planbureau voor de Leefomgeving in vogelvlucht

Wat is de leefomgeving? De leefomgeving is eigenlijk alle ruimte om je heen: de buurt waar je woont, de route die je rijdt naar het werk, en de natuur tijdens een strandwandeling. Het nieuwe huizenblok aan de overkant, de windmolens in de weilanden, de winkelstraat waar je boodschappen doet. De leefomgeving is ook het klimaat, de regen die valt, de lucht die je inademt en het water dat je drinkt.

Maar waar houdt het Planbureau voor de Leefomgeving zich nu concreet mee bezig? We onderzoeken bijvoorbeeld het functioneren van de woningmarkt en de bereikbaarheid van grote steden. En we analyseren welk effect beleid heeft op de gevolgen van klimaatverandering. Vaak kijken we ook verder dan onze landsgrenzen: waar ter wereld neemt de kans op extreme droogte toe?

Het werk van het PBL is, kortom, zeer divers. De thema’s variëren van verstedelijking en mobiliteit tot natuur en circulaire economie, en van klimaat en energie tot landbouw. Uit dat brede palet aan onderwerpen vindt u hier een kleine selectie.

Huurders tussen wal en schip

De woningmarkt staat onverminderd in de belangstelling. En geen wonder. Menig Nederlander is op zoek naar een geschikte, betaalbare huur- of koopwoning. De groep mensen met een middeninkomen dreigt bij die zoektocht tussen wal en schip te vallen, blijkt uit PBL-onderzoek naar middeninkomens op de woningmarkt.

Appartementencomplex aan het water in IJburg.

Voor een sociale huurwoning komen ze niet in aanmerking omdat ze te veel verdienen, voor een huurwoning in de vrije sector verdienen ze te weinig, en ook een koopwoning is vaak te duur. Volgens de wet- en regelgeving is een sociale huurwoning bedoeld voor lage inkomens, en zouden middeninkomens een woning moeten kunnen betalen van boven de 700 euro. Maar in praktijk blijkt 28 procent van de middeninkomens dit bedrag niet te kunnen ophoesten.

De middeninkomens die wél meer dan 700 euro kunnen betalen, hebben een ander probleem: het aanbod aan woningen tussen 700 en 1000 euro is ronduit karig. In het Regeerakkoord hebben partijen afgesproken dat er meer huurwoningen in die prijsklasse moeten worden gebouwd. Dit is een voor de hand liggende oplossing, maar het is niet voldoende en heeft pas op de langere termijn effect. Er zijn aanvullende maatregelen nodig, zoals een (groter) deel van de sociale huurwoningen beschikbaar stellen voor mensen met een laag middeninkomen.

Hand houdt een sleutelbos vast.

Dat het middensegment niet alleen de belangstelling geniet van een onderzoeksinstituut als het PBL, bleek wel tijdens de Middag van het Middensegment die in januari 2017 in Utrecht werd georganiseerd. Vertegenwoordigers van gemeenten, woningcorporaties en Rijksoverheid schoolden daar samen met huurders en vastgoedbeleggers. Aan het eind van de middag kreeg toenmalig minister van Wonen, Stef Blok, het eerste exemplaar overhandigd van de studie Perspectieven voor het middensegment van de woningmarkt.

De leefomgeving stopt niet bij de grens

Veel van de onderwerpen waar het PBL zich mee bezighoudt zijn grensoverschrijdend. Natuurgebieden en klimaatverandering houden zich nu eenmaal niet aan landsgrenzen. Het PBL doet dan ook regelmatig internationaal onderzoek en werkt daarvoor samen met (inter)nationale kennisorganisaties.

Te veel en te weinig water

Waterreservoir in Ethiopië.

Door klimaatverandering, economische en bevolkingsgroei kan er in verschillende gebieden een gebrek aan water ontstaan. En in andere delen van de wereld neemt juist de kans op overstromingen toe. De problematiek is complex en urgent, want deze waterkwesties kunnen grotere instabiliteit en conflicten tot gevolg hebben.

Samen met Deltares en het Instituut Clingendael onderzochten we hoe de beschikbaarheid van water in de wereld aan het veranderen is.

Op 12 en 13 december 2017 vond in Den Haag de Planetary Security Conference plaats. PBL-directeur Hans Mommaas hield de keynote tijdens de plenaire opening van deze internationale bijeenkomst; hij ging in op de veiligheidsrisico’s die klimaatverandering met zich meebrengt in steden. Het PBL werkte daarnaast mee aan twee workshops, onder andere over de droogste gebieden ter wereld en de invloed van klimaatverandering daarop.

Overbelaste bodems

De achteruitgang van de kwaliteit van de bodem is een wereldwijd probleem. Dit is van grote invloed op de toekomstige leefomstandigheden. Zo worden reeds droge gebieden door klimaatverandering nog onvruchtbaarder. Daarnaast wordt de druk op het ruimtegebruik steeds groter, door een toenemende vraag naar woningen, voedsel, hout en bio-energie. Vooral regio’s in Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië krijgen het zwaar. Deze en andere conclusies staan in de PBL-studie Exploring future changes in land use and land condition die we uitvoerden voor het internationale project van de Verenigde Naties, de Global Land Outlook. We verkennen daarvoor de toekomstige veranderingen in het landgebruik en de achteruitgang van de kwaliteit van de bodem.

Een nieuwe kijk op Europese natuur

Kinderen zwemmen in een riviertje vlak bij een sluis, in Tsjechië.

In Europa is het verlies aan biodiversiteit een hardnekkig probleem. Het aantal soorten neemt naar verwachting verder af tussen nu en 2050. Door burgers en bedrijven meer te betrekken bij de bescherming en ontwikkeling van natuur, kan het Europese beleid effectiever worden. Het PBL heeft een nieuwe benadering van natuur ontwikkeld, in de vorm van vier verschillende perspectieven die meer aansluiten bij de verschillende waarden die mensen aan natuur hechten. Voor de een is natuur bijvoorbeeld een mooi landschap om in te recreëren, voor de ander een te beschermen zeldzame vogel, en weer een ander ziet natuur als leverancier van nuttige zaken zoals schoon water of als bron van inkomsten. Met deze uiteenlopende perspectieven op natuur willen we bijdragen aan een strategisch debat over biodiversiteit en natuurbeleid vanaf 2020, zowel in de Europese Unie als geheel als in de lidstaten.

Meer mest op de mesthoop

Boerderij in Schalkwijk.

Niet iedereen is altijd blij met onderzoek van het PBL. Bijvoorbeeld wanneer in het voorjaar van 2017 menig krant en vaktijdschrift meldt: ‘grootschalige mestfraude in Noord-Brabant en Limburg’. Boeren zouden mest dumpen of meer mest op het land uitrijden dan ze in de boekhouding vermelden. De media baseren zich onder andere op de Evaluatie Meststoffenwet van het PBL. Daarin wordt geconcludeerd dat de kwaliteit van het oppervlaktewater niet voldoende verbetert om de waterkwaliteitsdoelen te kunnen halen – ondanks de maatregelen die zijn genomen. Volgens de Evaluatie kan dit achterblijvende resultaat mede zijn veroorzaakt door mestfraude.

De aanwijzingen voor fraude zijn niet te negeren, en in diverse media volgen andere onthullingen. In december 2017 ziet het Plan van Aanpak Mestfraude het licht, een initiatief van de dan kersverse minister van Landbouw Carola Schouten, samen met onder andere de Rabobank en de Land- en Tuinbouworganisatie LTO. Het is een eerste stap in de bestrijding van mestfraude en het realiseren van een cultuurverandering in de agrarische sector.

Het groene gehalte van het regeerakkoord

In oktober 2017 is het derde kabinet-Rutte aangetreden. De nieuwe regering spreekt in het regeerakkoord de ambitie uit om de klimaatafspraken van Parijs na te komen. D66 en de ChristenUnie noemen het zelfs het ‘groenste akkoord ooit’.

Energiecentrale in Moerdijk.

De motie-Klaver zet vraagtekens bij het groene gehalte van het regeerakkoord. Een meerderheid van de Tweede Kamer besluit daarop om het regeerakkoord te laten doorrekenen door het PBL. Hoeveel invloed hebben de voorgestelde maatregelen op de broeikasgasuitstoot, en in hoeverre brengen ze de daarvoor benodigde energietransitie op gang?

In onze Analyse regeerakkoord Rutte-III: effecten op klimaat en energie signaleren we dat het regeerakkoord in elk geval aansluit bij de ambities van het Parijsakkoord om de temperatuurstijging te beperken tot ruim onder de 2°C. Oftewel: wanneer Nederland de doelstelling uit het regeerakkoord haalt, voldoet het aan de afspraken uit het Parijse klimaatverdrag. Die doelstelling van de regering luidt: 49% minder broeikasgassen in 2030 dan in 1990.

Met de maatregelen die in het regeerakkoord worden voorgesteld, neemt de broeikasgasuitstoot inderdaad flink af. Maar nog niet genoeg. De nu al concreet aangekondigde plannen kunnen leiden tot ongeveer de helft van de geambieerde 49% reductie. Relatief veel effect hebben het sluiten van kolencentrales en het invoeren van een minimum CO2-prijs in de elektriciteitssector. Ook de voorgestelde verbreding van subsidieregelingen, die voorheen vooral waren gericht op hernieuwbare energie, kan leiden tot verdere CO2-reductie; bijvoorbeeld door subsidie te verlenen aan initiatieven voor koolstofafvang en -opslag.

Maar er zijn dus aanvullende maatregelen nodig om het doel te halen. Het kabinet heeft in het regeerakkoord aangekondigd te streven naar een nieuw klimaat- en energieakkoord waarin die aanvullende maatregelen worden opgenomen. De energietransitie vergt grote ingrepen, denk aan het vérgaand verminderen van het gasverbruik voor het verwarmen van gebouwen, aanpassingen in de infrastructuur zoals laadpalen voor elektrische auto’s, en het aanleggen van pijpleidingen voor CO2-transport.

PBL-directeur Hans Mommaas komt aan op het Binnenhof voor een gesprek met informateur Edith Schippers en de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en GroenLinks.

Gedurende de formatie van het nieuwe kabinet werden verscheidene deskundigen uitgenodigd om hun kennis te delen met de onderhandelaars. Zo schoof ook PBL-directeur Hans Mommaas aan om de politieke partijen bij te praten over de stand van zaken op het gebied van ‘de leefomgeving’. Het klimaatprobleem is een van de grote opgaven die moeten worden aangepakt. Daarnaast vroeg Mommaas aandacht voor de circulaire economie, landbouw en natuur en versterking van de stedelijke regio’s.

Lees verder...

De Nacht van de circulaire economie

‘De Nacht van de leefomgeving’ is al snel een begrip geworden. Het jaarlijkse PBL-evenement in Pakhuis de Zwijger is in september 2017 gewijd aan de circulaire economie.

In een avondvullend programma zijn ondernemers en beleidsmakers met elkaar in gesprek gegaan. Hoe kunnen ze de draai maken van een lineaire naar een circulaire economie? Wat kan de markt doen, en wat is een taak van de overheid?

Uitbeelding circulaire economie

Bij een circulaire economie wordt al snel gedacht aan recycling. Hergebruik van producten en materialen. Maar een circulaire economie is meer dan dat en vergt bijvoorbeeld ook investeringen in het ontwerpen van nieuwe producten en een steeds hoogwaardiger hergebruik van materialen.

De aanwezige programmamanager Corporate Responsibility van Schiphol, Denise Pronk, verwacht bijvoorbeeld dat er over een jaar of twintig hybride en zelfs elektrische vliegtuigen zijn ontwikkeld. En Bob Hutten wil met zijn Verspillingsfabriek voorkomen dat rest- en bijstromen uit de voedselindustrie in de afvalbak belanden, en verwerkt ze in nieuwe voedselproducten.

Impressie van de Nacht van de circulaire economie.

Ook de Rijksoverheid probeert initiatieven voor groene groei verder te helpen, bijvoorbeeld met het programma Ruimte in Regels, aldus Lidewijde Ongering, de secretaris-generaal van het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu. En het ministerie van (op dat moment) Economische Zaken ondersteunt de broodnodige innovatie-initiatieven met kennis, een beetje financiering of door partijen bij elkaar te brengen. Maar, erkent secretaris-generaal Maarten Camps, alles staat nog in de kinderschoenen. ‘De echte transitie moet nog komen’.

Om te kunnen volgen of de transitie naar een circulaire economie op gang komt en op koers ligt, is een monitoringssysteem nodig. In het rapport Circulaire economie: wat we willen weten en kunnen meten heeft het PBL daar een eerste voorstel voor gedaan. De komende jaren werken we verder aan de ontwikkeling van deze monitoring.

Over het PBL

Kennispaleis

Het gebouw waarin het PBL is gehuisvest: ‘B30’.

Het PBL is het nationale kennisinstituut op het gebied van milieu, natuur en ruimte. We bieden wetenschappelijk onderbouwde kennis, analyses en evaluaties, die beleidsmakers en politici kunnen gebruiken om weloverwogen besluiten te nemen en beleid uit te stippelen. Onze belangrijkste klant is dan ook de Rijksoverheid. Maar onze kennis is er ook voor lokale overheden, internationale organisaties, bedrijfsleven en ngo’s.

Het PBL is gevestigd in het gerenoveerde ‘B30’, een monumentaal pand aan de Bezuidenhoutseweg in Den Haag. Een ‘kennispaleis’. Zo werd het in april 2017 genoemd bij de feestelijke opening door koning Willem-Alexander. We delen het pand met het Centraal Planbureau, het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur en de Autoriteit Persoonsgegevens.

De koning in gesprek met enkele PBL-medewerkers.

Kennis voor beleid

Het PBL levert dus wetenschappelijke kennis voor het beleid. Maar hoe beoordeel je of die kennis daadwerkelijk wetenschappelijk betrouwbaar en zinvol is? Dat is de taak van een visitatiecommissie. Om de vijf jaar wordt de wetenschappelijke kwaliteit en de beleidsgerichtheid van het PBL getoetst en beoordeeld.

De laatste visitatie was in november 2017, onder voorzitterschap van prof. dr. André Knottnerus, hoogleraar aan de Universiteit Maastricht en tot voor kort voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR).

De visitatiecommissie beoordeelde de beleidsmatige en maatschappelijke relevantie van het PBL als ‘zeer goed’, de wetenschappelijke kwaliteit als ‘excellent’ en de toekomstige koers die het PBL heeft uitgezet als ‘zeer goed’, dit alles conform de methodiek van het Standard Evaluation Protocol van universiteiten.

Onder professoren en doctoren

Het belang van de wetenschappelijke kwaliteit weerspiegelt zich in het personeelsbestand. Meer dan 80 procent van de medewerkers heeft een academische achtergrond; onder hen bevinden zich zeven hoogleraren. Promoveren wordt gestimuleerd bij het PBL, en elk jaar weer met resultaat. In 2017 promoveerden PBL’ers Mariësse van Sluisveld en Eva Kunseler aan respectievelijk de Universiteit Utrecht en de Vrije Universiteit van Amsterdam. Wetenschap is een belangrijke basis, maar nooit een doel op zich. Net als het PBL zelf zijn de proefschriften van Van Sluisveld en Kunseler maatschappelijk relevant, sluiten ze aan bij actuele ontwikkelingen en bekijken ze de wereld met open vizier.

Van Sluisveld keek naar het akkoord van Parijs, om de opwarming van de aarde te beperken tot ruim onder de 2°C. Beleidsmakers die deze doelstelling nastreven, staan voor enorme opgaven. Van Sluisveld bepleit om daarvoor zo veel mogelijk kennisbronnen te bestuderen en met elkaar te vergelijken, ook kennis van verschillende vakgebieden en publieke actoren.

Kunseler onderzocht voor haar proefschrift hoe publieke kennisorganisaties hun rol en werkwijze aanpassen aan veranderende omstandigheden en eisen van deze tijd. In het post-truth tijdperk stuiten kennisorganisaties steeds vaker op betwiste feiten, uiteenlopende waarden en bestuurlijke complexiteit. Kennisorganisaties zijn gaan experimenteren met ‘participatieve kennisproductie’; ze werken dan samen met andere actoren en beleidsbetrokkenen, waarbij kennis tot stand komt door onderlinge wisselwerking en reflectie.

Begin 2018 promoveerden ook Didi van Dooren met een proefschrift over de transitie naar duurzame steden, en Albert Bleeker, met een onderzoek naar de uitstoot van stikstof.

De organisatie

Groepsfoto van PBL-medewerkers.

Bij het PBL werken circa 240 medewerkers in vast of tijdelijk dienstverband. Dit zijn onder meer planologen, natuurkundigen, economen, biologen, wiskundigen, sociologen, sociaal-geografen, bestuurskundigen en landbouwingenieurs. In 2018 doen zij vooral onderzoek op het gebied van vier grote thema’s:

  • Klimaatverandering en energietransitie
  • Voedsel, landbouw en natuur in transformatie
  • Sterke stedelijke regio’s en leefomgevingsbeleid
  • Vergroening en circulair maken van de economie
Organogram PBL