Het doel wordt waarschijnlijk niet gehaald. De trend laat geen noemenswaardige verandering zien in de tijd, maar met extra beleidsinzet is het mogelijk om het doel nog te halen.
De Rode Lijst identificeert de soorten die op nationaal niveau met uitsterven worden bedreigd, zodat passende beschermingsmaatregelen kunnen worden genomen om hun toestand te verbeteren. In 2020 is ongeveer 40% van de Nederlandse soorten zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders, libellen en hogere planten bedreigd en staat op de Rode Lijst. Het aantal bedreigde dier- en plantensoorten op de lijst is sinds 1995 nog licht gestegen, maar het gemiddelde niveau van bedreiging is wel afgenomen. Na 2015 is de mate van bedreiging echter weer licht toegenomen en de lijst ook nog iets langer geworden. Gemiddeld genomen is de trend echter stabiel en laat zien dat het eerder gerapporteerde herstel nog niet bestendig is

Na een lichte verbetering nu weer meer soorten op de Rode Lijst

De Rode Lijst Indicator (RLI) brengt de verandering in het aantal Nederlandse soorten op de Rode Lijst en de mate van bedreiging van deze soorten in beeld. Het percentage soorten dat in Nederland op de Rode Lijst van bedreigde soorten staat is één van de kernindicatoren voor de toestand van de Nederlandse biodiversiteit. De indicator geeft het jaarlijkse percentage weer van een vaste set van 1771 soorten uit 7 soortgroepen, dat op basis van de trend en toestand in aantallen of verspreiding een bedreigde status heeft volgens de Nederlandse Rode Lijst methodiek. Hoe meer soorten bedreigd zijn, des te slechter staat de natuur ervoor en andersom. Tussen 1950 en 1995 is het aantal bedreigde soorten sterk toegenomen. Bijna 40% van alle beschouwde soorten is in de jaren 90 van de vorige eeuw op de Rode Lijst geplaatst.

Het aantal soorten op de Rode Lijst is iets hoger dan ten tijde van het opstellen van de eerste Rode Lijsten in de jaren 90. Tot het jaar 2005 liep het aantal bedreigde soorten nog licht op, maar in de 10 jaar daarna herstelden populaties van een aantal dier- en plantensoorten enigszins en werden de Rode Lijsten iets korter.

Meest bedreigde soorten wat vooruitgegaan

De RLI kent verschillende categorieën voor de mate van bedreiging (de RLI-kleur). Van de bedreigde soorten is na 2005 een aantal soorten ernstiger bedreigd geraakt, maar er zijn er meer die vooruitgingen. Van de "kwetsbare" en "gevoelige" soorten zijn er 36 die verbeterden en 33 die verslechterden. Negen soorten die "ernstig bedreigd" of "bedreigd" waren in 2005 zijn in de periode t/m 2020 verder verslechterd, maar 46 soorten met deze classificaties zijn juist verbeterd. Juist de meest bedreigde soorten zijn er dus wat op vooruitgegaan. Daarbij komt dat er na 2005 meer soorten zijn teruggekomen (12) dan dat er zijn verdwenen (5).

Na vele jaren waarin achteruitgang van de biodiversiteit is gemeld - of op zijn gunstigst een afvlakking van de achteruitgang - is er in Nederland de laatste jaren voorzichtige verbetering in de bedreiging van soorten te zien. Echter de recente stijging van het aantal soorten op de Rode Lijst laat zien dat het herstel fragiel is.

Libellen en zoogdieren minder bedreigd Veranderingen in Rode Lijst-status zijn niet in elke soortgroep hetzelfde. Vooral hogere planten, libellen en zoogdieren zijn gemiddeld minder bedreigd dan in 1995 (zie derde tabblad), al heeft in recente jaren een aantal libellensoorten een ernstiger bedreigde status gekregen. Ook zijn een aantal plantensoorten de laatste jaren afgenomen in verspreidingsgebied, met een (negatieve) verandering in Rode Lijst-status tot gevolg. De overige soortgroepen laten ten opzichte van 1995 geen herstel zien, al is het aantal dagvlinders met een bedreigde status sinds 2005 wel afgenomen, en is de gemiddelde bedreiging van zowel dagvlinders als reptielen t.o.v. 2005 iets lager.

Beleid gericht op het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit

De afgelopen 30 jaar is veel beleid gevoerd om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. Niet alleen zijn op grote schaal emissies van milieubelastende stoffen teruggedrongen, maar ook zijn veel gebieden op de schop genomen om natuurwaarden te herstellen. Het areaal beschermde natuur is gegroeid (zie Realisatie Natuurnetwerk) en ruimtelijke, milieu- en watercondities zijn de afgelopen decennia verbeterd. Echter de laatste jaren daalt de stikstofdepositie niet meer, neemt de verzuring van de bodem verder toe en zijn de condities op veel plekken nog onvoldoende voor een duurzaam voorkomen van soorten en ecosystemen (zie Milieucondities natuur).

De gerealiseerde verbeteringen zullen eraan hebben bijgedragen dat een aantal soorten in Nederland is teruggekeerd. Zo hebben de verbetering van de waterkwaliteit en herstelmaatregelen in het rivierengebied de terugkeer van de rivierrombout mede mogelijk gemaakt en heeft het herstel van kalkgraslanden waarschijnlijk mede geleid tot de terugkeer van de veldparelmoervlinder. Andere soorten zijn teruggekomen doordat ze zijn geherintroduceerd, zoals otter en pimpernelblauwtje.

Het beleid streeft naar verminderen van de bedreiging van soorten

De RLI is een indicator voor het bereiken van de doelstellingen van de internationale verdragen die Nederland heeft geratificeerd, met name het Bern-verdrag, het Biodiversiteitsverdrag en de EU-biodiversiteitsdoelstelling. Deze verdragen hebben als doel tegen te gaan dat inheemse soorten uit Nederland verdwijnen. Het hoofddoel van de Europese Biodiversiteitsstrategie 2020 is het biodiversiteitsverlies en de achteruitgang van ecosysteemdiensten uiterlijk in 2020 tot staan te brengen en zo veel mogelijk ongedaan te maken, en tevens de bijdrage van de Europese Unie te vergroten in het tegengaan van het wereldwijde biodiversiteitsverlies. Vanuit het strategische doel 'behoud biodiversiteit' streeft het Rijk ernaar de lengte van de Rode Lijsten te verkorten en de kleur van de lijsten 'minder rood' te maken, dat wil zeggen de mate van bedreiging te verminderen.

Naam van het gegeven
Rode Lijst Indicator, 1995-2020
Omschrijving
Verandering in aantal soorten en de mate van bedreiging op de Rode Lijst van 7 soortgroepen
Verantwoordelijk instituut
Centraal Bureau voor de Statistiek
Berekeningswijze
De Rode Lijst Indicator (RLI) is opgesteld met gegevens van zeven soortgroepen: zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders, libellen en hogere planten. Per soortgroep is voor elke soort de categorie van bedreiging vastgesteld. Als een soort niet bedreigd wordt, geldt de categorie "Thans Niet Bedreigd". Een soort die steeds meer achteruitgaat, in aantal individuen dan wel in verspreiding, valt achtereenvolgens in de categorie "Gevoelig", "Kwetsbaar", "Bedreigd", "Ernstig Bedreigd" en "Verdwenen uit Nederland". Verdwenen soorten blijven op de Rode Lijst staan. De zeldzaamheid wordt bepaald op basis van de populatiegrootte dan wel het aantal 5 bij 5 km-hokken (atlashokken) waarin een soort voorkomt. De trend vanaf 1950 is de populatietrend, de trend in verspreiding, of een combinatie van beide. Rode Lijsten hanteren namelijk 1950 als referentie.Veel monitoringgegevens komen uit de meetprogramma's van het Netwerk Ecologische Monitoring. Omdat er niet voor alle soortgroepen goede monitoringgegevens zijn, is ook veel gebruik gemaakt van niet-gestandaardiseerde gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna. Dat zijn geen monitoringgegevens, maar losse waarnemingen van één soort of soortenlijsten van een locatie. Om uit die gegevens betrouwbare trendschattingen te berekenen zijn occupancy modellen toegepast (Van Strien et al., 2013).Om veranderingen in de RLI te meten, vergelijken we de actuele situatie met die van rond 1995 en 2005 zoals beschreven in de officiële Rode Lijsten uit die twee perioden. De verzameling soorten waar naar gekeken wordt is gelijk aan de verzameling soorten die in 1995 beoordeeld zijn voor de officiële Rode Lijsten uit die periode. Veranderingen in de Rode Lijststatus van soorten zijn gevalideerd door de soortenexperts van de diverse soortenorganisaties.Het percentage niet-bedreigde soorten is het aantal beschouwde soorten dat niet op de Rode Lijst staat gedeeld door het totaal aantal beschouwde soorten.De lengte van de Rode Lijsten opgeteld over alle soortgroepen en geïndexeerd met 1995 als referentiejaar (=100%), levert de "RLI-lengte" op. Ter verduidelijking: waar voor het opstellen van de Rode Lijsten 1950 als referentiejaar genomen is, is 1995 het referentiejaar van de RLI. Elke soort telt daarbij even zwaar mee.Inheemse soorten die na 1950 in Nederland terug zijn van weggeweest - zoals de Kraanvogel en de Bever- zouden op basis van hun zeldzaamheid bij aankomst meteen als "Gevoelig" op de Rode Lijst terecht komen. Tenzij ze als "Verdwenen" op de Rode Lijst stonden, zou hun terugkeer daarmee ogenschijnlijk tot verslechtering van de toestand van de Nederlandse biodiversiteit leiden. Maar die terugkeer is eerder een winstpost dan een verliespost. Daarom zijn dergelijke nieuwkomers voor de RLI genegeerd.De RLI-lengte geeft alleen weer hoeveel soorten op de Rode Lijst staan ten opzichte van referentiejaar 1995 en houdt geen rekening met verbetering of verslechtering van soorten die op de Rode Lijst blijven staan. De "RLI-kleur" doet dat wel; die sommeert over alle soorten het aantal categorieën dat een soort is verwijderd van "Thans Niet Bedreigd". Een "Ernstig bedreigde" soort is vier categorieën verwijderd van "Thans Niet Bedreigd" en een "Gevoelige" soort slechts 1 categorie. Als een soort bijvoorbeeld verschuift van "Bedreigd" naar "Ernstig bedreigd" wordt de RLI-kleur 1 punt hoger ("roder"), als een soort verschuift van "Ernstig Bedreigd" naar "Kwetsbaar" wordt de RLI-kleur 2 punten lager ("minder rood"), etc..
Geografisch verdeling
Nederland
Verschijningsfrequentie
jaarlijks
Achtergrondliteratuur
Strien, A.J. van, R.J.T. Verweij, M.P. de Zeeuw, L. van Duuren en L.L. Soldaat (2014). Voorzichtig herstel van de biodiversiteit in Nederland? De Levende Natuur (115) 5.Strien, A.J. van, C.A.M. van Swaay en C.A.M. Termaat (2013). Opportunistic citizen science data of animal species produce reliable estimates of distribution trends if analysed with occupancy models. Journal of Applied Ecology 50: 1450-1458.
Opmerking
Representativiteit. De zeven soortgroepen van de RLI zijn de groepen waarop natuurbeleid en terreinbeheer zich vooral richten en waarvoor het grootste draagvlak bestaat bij het grote publiek. Een beperking is dat deze soortgroepen vooral de land-natuur vertegenwoordigen. Mariene soorten missen zelfs geheel, op een paar zeezoogdieren na.
Betrouwbaarheidscodering
A. Integrale waarneming.
Naam van het gegeven
Rode Lijst Indicator, 1995-2020
PBL (2021) Rode Lijst van bedreigde soorten (indicator 0029, versie 58, 08-07-2021) Website Balans van de Leefomgeving. www.pbl.nl/balans. Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.