Doelbereik is niet te bepalen, maar de trend laat een gunstige ontwikkeling zien.
Na een jarenlange stijging is tussen 2015 en 2018 is het betaalrisico van huurders afgenomen. Bij eigenaren-bewoners was er een lichte toename. In 2018 had bijna 14 procent van alle huurders een ontoereikend huishoudensinkomen voor de betaling van de netto huur en de meest noodzakelijke uitgaven voor het levensonderhoud. Een dergelijke situatie resulteert in een betaalrisico: het risico dat een huishouden op een gegeven moment de maandelijkse woonlasten niet meer kan betalen. In de koopsector had 5 procent van de huishoudens een betaalrisico. De relatief hoge betaalrisico's in de huursector betekenen niet automatisch dat huren te hoog zijn. Betaalrisico's hangen bovenal samen met problemen in de inkomenssfeer.

Betaalrisico's op zijn retour?

Na de publicatie van het WoON2015 is er veel aandacht geweest voor het grote aantal huurders dat een betaalrisico loopt. Volgens onze berekeningen, waarbij we uitgaan van zeer minimale budgetten om mee rond te komen, had rond 2015 bijna één op de vijf huurders moeite de eindjes aan elkaar te knopen. In werkelijkheid zullen dus heel wat meer huurders het gevoel hebben gehad slechts met moeite rond te kunnen komen. Deze 18 procent van de huurders had een inkomen dat lager lag dan de som van wat ze minimaal nodig hadden om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien (gebudgetteerd door Nibud) én de huur (WoON2015).

In 2018 is het aandeel huurders met een betaalrisico flink afgenomen ten opzichte van het vorige WoON en ligt nu op 14%. Het ligt daarmee nog net boven het niveau van het WoON2012. Er is echter wel sprake van een beperkte toename van het aandeel eigenaren-bewoners met een betaalrisico. Niettemin blijven betaalrisico's voornamelijk een probleem voor huurders: in de huursector wonen immers de meeste huishoudens met een laag inkomen, wat de belangrijkste drijver achter het ontstaan en in stand blijven van betaalrisico's is (Schilder & De Groot 2017).

Enige terughoudendheid bij de trendbreuk in de betaalrisico's moet in acht genomen worden. Hoewel een groot deel van de huurders een vorm van uitkering als belangrijkste inkomstenbron heeft, kan de opbloeiende economie en de afname van het aantal werklozen bijgedragen hebben aan de afname van de betaalrisico's. De effecten van de Corona-crisis op de economie beginnen echter nu pas net zichtbaar te worden (DNB 2020). Een nieuwe stijging van het aandeel huishoudens met betaalrisico's valt niet uit te sluiten; niet alleen binnen, maar ook buiten de sociale sector. In de volgende alinea's volgt een korte duiding van enkele ontwikkelingen die bij hebben gedragen aan de recente ontwikkeling van het aandeel huishoudens met een betaalrisico. We hebben niet gekwantificeerd welk deel van de daling aan welke trend of beleidsmaatregel kan worden toegeschreven.

Beleidsmatige (re)acties

Na de introductie van de verhuurdersheffing kregen corporaties de mogelijkheid om huren én boven inflatie én inkomensafhankelijk te verhogen. Hierdoor stegen de huren in de periode 2013 - 2016 sterker dan in de periode daarvoor (Lejour & Möhlmann 2017). De sterke stijging van het aandeel huurders met een betaalrisico heeft echter geleid tot beleidsmatige reacties. Vanuit de Rijksoverheid is het passend toewijzen ingevoerd: huurders met lage inkomens konden daardoor, in ieder geval bij een corporatie, geen te duur geachte woning meer huren. Maar ook corporaties hebben hun huurprijsbeleid aangepast en dat, in overleg met de Woonbond, vertaald in het Sociaal Huurakkoord. In dit akkoord werd een huurmatiging afgesproken, gebaseerd op de zogenaamde huursombenadering: de totale huurinkomsten van een corporatie uit reguliere sociale verhuur stijgt ieder jaar maximaal 1% boven inflatie. Deze maatregelen lijken bij te dragen bij aan het afremmen, of zelfs terugbrengen, van het aandeel huurders met een betaalrisico.

Maatschappelijke ontwikkelingen

Dezelfde periode gaat gepaard met een toenemend maatschappelijk onbehagen (b.v. Van der Wouden 2017). Dat onbehagen uit zich ook op de woningmarkt, waar ondanks de economische bloei sinds het WoON2015 thema's als betaalbaarheid en beschikbaarheid altijd zijn blijven spelen (Schilder et al. 2020). Het is van belang te benadrukken dat hier gepresenteerde cijfers gemiddelden betreffen: specifieke groepen huishoudens kunnen het aanzienlijk minder makkelijk hebben dan anderen. Starters op de woningmarkt, bijvoorbeeld: strengere toegangsnormen in de sociale sector en striktere hypotheeknormen drijven hen naar de particuliere huurwoningmarkt. Prijzen liggen daar echter hoger dan in de overige sectoren, en zijn door een gebrek aan toegankelijk woningaanbod, sterk gestegen. Verder hebben steeds meer huishoudens te maken met een onzeker inkomen als gevolg van een toenemend aandeel zelfstandigen en tijdelijke dienstverbanden (Weterings et al., 2019). Een relatief hoge kostenpost als de huur kan dan al snel (te) zwaar drukken.

  • DNB. (2020). Economische ontwikkelingen en vooruitzichten, juni 2020, nr. 19. Amsterdam: De Nederlandsche Bank.
  • Lejour, A., & Möhlmann, J. (2017). Het huurbeleid van woningcorporaties. CPB Policy brief 2017/09. Den Haag: Centraal Planbureau.
  • Schilder, F., Daalhuizen, F., Groot, J., Lennartz, C., & Van der Staak, M. (2020). Wonen en gevoelens van onbehagen? Een verkenning naar de relatie tussen onzekerheid, controle en het Nederlandse woonbeleid. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
  • Schilder, F. & De Groot, C. (2017). Inkomensdynamiek en de betaalbaarheid van het wonen. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
  • Van der Wouden, R. (2017). Omgevingsbeleid op een tweesprong. De leefomgeving als maatschappelijke en ruimtelijke opgave. PBL Policy brief. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
  • Weterings, A., Buitelaar, E., & Edzes, A. (2019). Regionale verschillen in werkzekerheid: de rol van beleid. Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
Naam van het gegeven
Betaalrisico's in de huur- en koopsector, 2002-2018
Berekeningswijze
Voor de analyses is gebruik gemaakt van een reeks van woononderzoeken (vanaf 2006 bekend onder de naam WoonOnderzoek Nederland, tot 2006 bekend onder de naam WoningBehoefte Onderzoek) voor de periode 2002-2018. Voor het vaststellen of een huishouden een betaalrisico heeft is uitgegaan van de budgetbenadering. Daarbij is gekeken of het netto besteedbaar huishoudinkomen toereikend is voor de netto woonlasten en de minimale bedragen die het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) hanteert voor de meest basale, noodzakelijke uitgaven voor het levensonderhoud (zoals energie, water en voeding). In deze benadering is er geen ruimte voor onverwachte uitgaven zoals extra ziektekosten of voor uitjes. De netto woonlasten refereren naar de lasten die voortvloeien uit het aangaan van een hypotheek (aflossing en hypotheekrente) of het tekenen van een huurcontract (basishuur), vermindert met een eventueel ontvangen huurtoeslag en het effect van de hypotheekrenteaftrek. Om te bepalen wat een alleenstaande minimaal nodig heeft voor de noodzakelijke uitgaven inzake het levensonderhoud is gebruik gemaakt van de minimale bedragen uit de Nibud voorbeeldbegrotingen. Om van het minimale budget voor een alleenstaande naar het minimale budget voor een meerpersoonshuishouden te komen, is het minimale budget vermenigvuldigd met zogenaamde equivalentiefactoren. Als het inkomen niet toereikend is voor de netto woonlasten en de noodzakelijke uitgaven voor het levensonderhoud, bestaat er een risico dat het huishouden de woonlasten niet kan betalen. Er is dan sprake van een betaalrisico. Een betaalrisico betekent niet automatisch dat er sprake is van een betaalachterstand. Sommige huishoudens hebben wellicht nog een spaarpotje waarmee ze het 'tekort' al dan niet tijdelijk kunnen dichten.Een uitgebreidere toelichting op de gehanteerde methodiek is te vinden in de PBL-publicatie 'Kwetsbaarheid van regionale woningmarkten. Financiële risico's van huishoudens en hun toegang tot de woningmarkt' (2014).
Geografisch verdeling
Nederland en COROP-gebieden
Verschijningsfrequentie
In principe om de drie jaar (frequentie WoON-onderzoek)
Achtergrondliteratuur
De Groot, C., F. Schilder, F. Daalhuizen & F. Verwest (2014), Kwetsbaarheid van regionale woningmarkten. Financiële risico's van huishoudens en hun toegang tot de woningmarkt, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.PBL (2016) Betaalbaarheid van het wonen in de huursector. Verkenning van beleidsopties, Den Haag: Planbureau voor de Leefomgeving.
PBL (2020) Betaalrisico's wonen (indicator 0147, versie 57, 07-09-2020) Website Balans van de Leefomgeving. www.pbl.nl/balans. Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag.