Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Biodiversiteit

De biodiversiteit is de afgelopen decennia sterk afgenomen. Dat geldt zowel op het mondiale, Europese als Nederlandse schaalniveau. De wereldwijde zorg betreft niet alleen het verlies aan soorten zelf: er is ook zorg over de uitputting van biodiversiteit als hulpbron, denk aan vis of hout, waarvan toekomstige generaties hinder ondervinden. Een ander punt van zorg betreft de teloorgang van ecosysteemdiensten met de afnemende biodiversiteit, bijvoorbeeld het wegvallen van waterregulatie bij het kappen van bossen, waardoor de kans op overstromingen en modderstromen toeneemt. Deze zorgen hebben geleid tot de Convention on Biological Diversity (CBD) in 1992, de uitkomst van een initiatief van het Environmental Program van de Verenigde Naties.

De acht belangrijkste conclusies over biodiversiteit zijn:

  • Achteruitgang biodiversiteit is wel geremd, maar niet gestopt

    De achteruitgang van de biodiversiteit is in Nederland in 2010 niet gestopt, maar wel geremd; het remmen komt door de aanleg van nieuwe natuurgebieden en door de verlaging van de milieudruk. Vooral in moerassen is de natuurkwaliteit gestabiliseerd.

  • Milieudruk belangrijke oorzaak biodiversiteitsverlies

    De belangrijkste oorzaken van biodiversiteitsverlies in Nederland zijn het gebrek aan geschikt leefgebied, verdroging, vermesting, verzuring en versnippering. Het gaat slecht met planten en dieren die het meest gevoelig zijn voor niet optimale ruimte- en milieucondities. Klimaatverandering blijkt voor deze soorten een extra drukfactor.

  • Het opstellen van de Natura 2000-beheerplannen komt op gang

    Beheerplannen van Natura 2000-gebieden worden opgesteld terwijl er onduidelijkheid is over wat wel en niet mag rond Natura 2000-gebieden. Deze onzekerheden leiden in een deel van de gebieden tot weerstand tegen de plannen. In 62 van de 162 gebieden worden beheerplannen opgesteld zonder dat problemen gemeld worden.

  • Verminderen van negatieve effecten van landgebruik

    In het agrarisch gebied gaat de biodiversiteit nog snel achteruit. Door verduurzaming van de landbouw en versterking van de aan landbouw gerelateerde biodiversiteit, de agrobiodiversiteit, kan de druk op biodiversiteit verminderen. De herziening van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid na 2013 kan hieraan bijdragen als meer geld voor ‘maatschappelijke diensten’ zoals onderhoud van landschap en behoud van biodiversiteit beschikbaar komt.

  • Kansen voor duurzamere visserij

    Het visserijbeleid heeft de overbevissing niet kunnen afremmen. Zo zijn de bijvangsten nog onverminderd hoog en is de visserij in beschermde gebieden nog onvoldoende duurzaam. De Europese Unie gaat het Gemeenschappelijk Visserijbeleid herzien. Daarbij zijn kansen de duurzaamheid van de visserij te verbeteren.

  • Achteruitgang in biodiversiteit in de wereld ook een Nederlandse verantwoordelijkheid

    Het wereldwijd remmen van de achteruitgang van biodiversiteit is deels een Nederlandse verantwoordelijkheid. Het Nederlandse beleid is nog niet succesvol. Er is geen vermindering van de lokale effecten op de biodiversiteit van de buitenlandse productie van agrarische producten voor de Nederlandse markt.

  • Behoud biodiversiteit door verduurzaming internationale handelsketens

    Duurzaam gebruik van biodiversiteit in het buitenland vergt samenhang tussen certificering van handelsketens, een ecoregionale benadering die bescherming van natuurgebieden en de lokale economie combineert en het voorkomen van negatieve effecten van biodiversiteitbescherming op de bevolking, zoals armoede.

  • Gelijktijdig beschermen en duurzaam gebruiken

    Het stoppen van de achteruitgang van de biodiversiteit blijft het uitgangspunt van de Europese Unie in het komend decennium. In Nederland betekent het de voortzetting van het natuurbeleid en een zodanige verduurzaming van productiesectoren (landbouw, visserij) dat ook op productiegronden ruimte voor biodiversiteit blijft.

Evaluatie van het beleid voor biodiversiteit

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het biodiversiteitsbeleid. Kan het Nederlandse beleid ertoe bijdragen dat nationaal en internationaal het biodiversiteitsverlies wordt tegengegaan? Kan het streven naar biodiversiteitsbehoud samengaan met een verduurzaming van de landbouw, bosbouw en visserij? Welke maatregelen kan de overheid nog meer nemen om de achteruitgang van biodiversiteit tegen te gaan? Antwoorden op deze en andere vragen, en aanvullende informatie, staan op de volgende pagina’s: