Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Behoud biodiversiteit in ontwikkelingslanden vereist ook tegengaan armoede

In gebieden waar armoede heerst, worden natuurlijke hulpbronnen snel over-geëxploiteerd, wat kan leiden tot onomkeerbaar verlies van biodiversiteit. Voor duurzaam behoud van de biodiversiteit is daarom het tegengaan van negatieve effecten op de bevolking noodzakelijk.

Gecombineerde armoedebestrijding en biodiversiteitsbescherming is mogelijk

De relatie tussen armoede en biodiversiteit is niet eenduidig, maar laat een vast patroon zien. Natuurlijke hulpbronnen (hout, voedsel) worden overgeëxploiteerd, kunnen niet meer herstellen en worden uiteindelijk vernietigd. Een verbeterd inkomen op korte termijn gaat ten koste van biodiversiteit. Ook andere ecosysteemdiensten zoals waterregulering komen in gevaar. Dit samen vormt een bedreiging van duurzame productie en een kwetsbare bevolking.
Er zijn ook projecten bekend waarbij armoedebestrijding en biodiversiteitsbescherming samengaan. Er zijn diverse successen gemeld door milieuorganisaties. Succes op beide aspecten hangt in grote mate af van sociaaleconomische en politieke context, en speciaal de mate waarin de bevolking eigendom is of gebruiksrechten heeft van natuurlijke hulpbronnen en land.

Locale successen veroorzaken negatieve impact elders

Lokale ontwikkeling staat niet los van de rest van de wereld. Lokale successen van biodiversiteitsherstel en armoede bestrijding veroorzaken (on)bekende veranderingen van handelsstromen, geldstromen (subsidies van de nationale overheid of internationale donoren bijvoorbeeld) en migratiestromen (in- en uitmigratie van arme mensen). Het lokale succes kan niet worden gerealiseerd indien alle negatieve afwentelingen daarbuiten en in de toekomst zijn meegenomen. Gecombineerde armoede bestrijding en biodiversiteitsherstel is mogelijk, maar niet overal tegelijkertijd vanwege de afwentelingmechanismen. Vaak is het zo dat problemen die lokaal uit armoede zijn ontstaan niet op hetzelfde geografische en politieke niveau kunnen worden opgelost.

Agroexport leidt niet altijd tot verlagen van de armoede

Verhogen van de productie en export van landbouwgewassen, vlees, vis en hout in het buitenland kan inkomen en werkgelegenheid ter plekke opleveren. Daardoor kunnen de lokale en nationale economie verbeteren, waarvan ook arme bevolkingsgroepen kunnen profiteren. Echter in meer dan 50% van de gevallen laten sociaaleconomische indicatoren in de productiegebieden juist een negatieve ontwikkeling zien (Kessler et al., 2007). Lokale welvaart komt in gedrang als de economische groei ongelijk verdeeld wordt, als de agroexport ten koste gaat van de lokale voedselvoorziening en als productie tot een zodanig achteruitgang van de omgeving leidt dat essentiële ondersteunende ecosysteemdiensten aangetast worden.

Samenhang internationaal beleid is nodig

Behoud, duurzaam gebruik en eerlijke verdeling van de voordelen van biodiversiteit hebben een mondiaal perspectief. De Nederlandse overheid kiest voor het duurzame gebruik van biodiversiteit en voor het sturen in maatschappelijke netwerken. De complexiteit van de internationale handelsrelaties, de beperkte invloed en afhankelijkheid van Nederland in deze context liggen ten grondslag aan de keuze voor netwerksturing (Kamphorst 2009).