Balans van de Leefomgeving

Herstel natuurkwaliteit van wateren gering

In zoete en zoute wateren treedt weinig tot geen herstel van de natuurkwaliteit op.

 De verandering van de natuurkwaliteit in de regionale wateren is op basis van macrofaunabemonsteringen gering

De verandering van de natuurkwaliteit in de regionale wateren is op basis van macrofaunabemonsteringen gering
Natuurkwaliteit Noordzee, Waddenzee en Deltawateren

Natuurkwaliteit Noordzee, Waddenzee en Deltawateren

Herstel in oppervlaktewateren gaat langzaam vanwege voedselrijke bodem

De kwaliteit van de regionale wateren laat sinds 1990 een heel licht positieve trend zien. Bij beken, sloten en kanalen is de gemiddelde kwaliteit enkele procentpunten gestegen, maar bij de regionale meren is deze kwaliteit stabiel gebleven. De biologische kwaliteit van het oppervlaktewater is meestal matig of onvoldoende. Deze resultaten zijn gebaseerd op de gegevens van de biologische meetnetten van de waterschappen en getoetst aan de macrofauna-maatlat van de Kaderrichtlijn Water.
Het herstel gaat moeilijk doordat veel soorten lokaal verdwenen of zelfs uitgestorven zijn. Van de steenvliegen is 45 procent verdwenen en van de eendagsvliegen 25 procent. Het herstel van de natuurkwaliteit gaat ook langzaam omdat veel oppervlaktewateren een voedselrijke bodem hebben. De inrichting en het beheer geven weinig mogelijkheden voor natuurontwikkeling, zoals bij gekanaliseerde beken en oevers die met steen zijn versterkt.

Herstel mariene ecosystemen gering

In de mariene ecosystemen Noordzee, Waddenzee en Zeeuwse delta) neemt de natuurkwaliteit in de laatste tien jaar gemiddeld niet verder af. Deze blijft op ongeveer 40 procent van de natuurlijke situatie steken. De kwaliteit wordt bepaald aan de hand van ruim 30 indicatoren zoals aanwezigheid van plankton, bodemdieren, vissen en vogels.
In de Noordzee, Waddenzee en Deltawateren daalt het aandeel van de indicatoren die slecht scoren (minder dan 20 procent natuurkwaliteit). Alleen in de deltawateren stijgt ook het aandeel van de indicatoren die goed scoren, wat een lichte verbetering van de biodiversiteit betekent.
De kwaliteitsontwikkeling verschilt dus tussen de verschillende mariene ecosystemen. In de Waddenzee is de populatie van de gewone zeehond, de grote stern en de steenloper toegenomen, evenals het oppervlak mosselbanken in de oostelijke Waddenzee. Afgenomen zijn vogels als eider, kluut, kanoet, nonnetje en visdief. In de deltawateren zijn de populaties van een aantal estuariene soorten vis, kanoet en visdief toegenomen, maar zijn het oppervlak zeegras en de populaties van scholekster, kluut en strandplevier achteruitgegaan. In de Noordzee gaan vooral de populaties van bodemdieren nog hard achteruit (Wortelboer 2010).

Referenties

Relevante informatie