Balans van de Leefomgeving

Nederlandse Natura 2000-gebieden belangrijk

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Nederland heeft met de Waddenzee, duinen en kwelders natuurgebieden die van internationaal belang zijn. De mate van instandhouding van habitattypen laat echter nog te wensen over. Er worden beheerplannen voor deze zogenoemde Natura 2000-gebieden opgesteld, waarin duidelijk zal worden wat wel en niet mag rond deze gebieden. Het proces daartoe leidt soms tot weerstand.

Internationaal belang van Natura 2000habitats

Internationaal belang van Natura 2000habitats
Internationale vergelijking staat van instandhouding Natura 2000 habitats

Internationale vergelijking staat van instandhouding Natura 2000 habitats

Wat houdt Natura 2000 in?

Natura 2000 komt voort uit de Europese verplichtingen die Nederland is aangegaan in het kader van de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Deze richtlijnen staan centraal in het biodiversiteitsbeleid van de Europese Unie. Ze dienen de instandhouding van soorten en habitattypen door bescherming van bestaande, waardevolle gebieden die onderdeel zijn van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), (IBO Werkgroep 2010). De EHS en Natura 2000 zijn gericht op de intrinsieke waarde van natuur en het behoud van deze natuur. Gebruik wordt niet uitgesloten als het maar niet ten koste gaat van de aanwezige biodiversiteit op gebiedsniveau.

Nederlandse kwelders, duinen en heide van internationaal belang

In Europa worden tweehonderd verschillende natuurtypen (habitats) via Natura 2000 beschermd. Een kwart van die habitattypen komt in Nederland voor, een deel ervan zelfs bovengemiddeld in vergelijking met andere landen in Europa. Het gaat vooral om habitats van de kust, zoals kwelders en duinen. Binnen onze landsgrenzen komen echter ook relatief veel droge en natte heiden voor. Van een aantal habitattypen van droge heide heeft Nederland zelfs het grootste aandeel in heel Europa. Deze internationale natuurwaarden zijn in verschillende verdragen onderkend, bijvoorbeeld RAMSAR, OSPAR, Conventie van Bern en de Conventie van Bonn. Nederland heeft zich door ondertekening van de verdragen achter de afgesproken doelen geschaard. Dit onderstreept het belang van Nederland voor het bereiken van de Europese doelstellingen op het gebied van biodiversiteit.

Staat van instandhouding Natura 2000-habitats ongunstig

Doordat het waterrijke Nederland in de winter een gematigd klimaat heeft en gelegen is in een delta van grote rivieren, trekt een groot aantal vogels van de broedgebieden in de poolcirkel naar en langs Nederland om te overwinteren. Voor de meeste steltlopers zijn de Wadden en de Zeeuwse delta van groot internationaal belang als overwinteringsgebied. Met de overwinterende vogels mag het dan over het algemeen goed gaan, de meeste habitats die beschermd zijn onder het Natura 2000-regime in Nederland hebben een ongunstige staat van instandhouding. Dat betekent veelal dat ze achteruitgaan. Habitats met de minst gunstige staat van instandhouding zijn estuaria, slijkgrasvelden, stuifzanden, zeer zwak gebufferde vennen, halfnatuurlijke graslanden, hoogvenen en een aantal bostypen.

Opstellen van de Natura 2000-beheerplannen komt op gang

Door de wettelijke verankering van natuurdoelen voor Natura 2000-gebieden, heeft natuur in deze gebieden een sterkere positie gekregen dan natuur in de EHS of daarbuiten. Milieudruk krijgt steeds meer aandacht en belangrijke gebieden worden daadwerkelijk aangekocht. Provincies en het Rijk werken actief aan het opstellen van Natura 2000-beheerplannen. Bovendien betrekken zij in beheerplanprocessen externe partijen betrekken die invloed hebben op de natuurwaarden van de gebieden en hier afspraken mee maken.

Juridisch-bestuurlijke- en milieuknelpunten leiden tot vertraging

Bij het opstellen van de beheerplannen van Natura 2000-gebieden werden in 62 van de 162 gebieden geen knelpunten aangegeven bij het Regiebureau Natura 2000.
Maar in 50 van de 162 gebieden is het beheerplanproces sinds november 2009 vertraagd. Aangevoerde argumenten zijn dat de provincies wachten op de Crisis- en herstelwet, de Programmatische Aanpak Stikstof, de uitkomst van de discussie over sociaaleconomische aspecten en op hydrologische onderbouwing. Verder hebben de provincies tijd nodig om in te spelen op wijzigingen van het wettelijke Aanwijzingsbesluit voor het gebied en is er onduidelijkheid over financiering, monitoring van de typische soorten en de Natuurbeschermingswet. Ook zetten provincies zich in op enkele voortouwgebieden waardoor andere gebieden achterblijven.

Milieuknelpunten

Ook milieuknelpunten belemmeren het opstellen van de beheerplannen. Het terugbrengen van de stikstofdepositie vormt het grootste knelpunt. Op de tweede plaats staan allerlei watergerelateerde zaken (verdroging, vernatting, diepe winningen en de planning van de Kaderrichtlijn Water versus die van Natura 2000).
Tot slot worden de complexiteit en de juridisering van het proces, het gebrek en de veelheid aan bestaand gebruik binnen de gebieden vaak genoemd.
Lastig was ook dat de beheerplannen werden gemaakt op het moment dat nog veel onduidelijk was.