Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Handelingsopties: verduurzamen Nederlandse productie

Biodiversiteitsdoelen concurreren in Nederland vaak met andere gebruiksdoelen. Door dat andere gebruik duurzamer te maken, kan een synergie worden bereikt. Zo kan zuiniger worden omgegaan met grond en water en kunnen we leren van de duurzame bosbouw. Agrarisch natuurbeheer, toepassen van biologische maatregelen, groenblauwe dooradering, randenbeheer en bevorderen van agrobiodiversiteit zijn maatregelen die al worden toegepast.

Gelijktijdig beschermen en duurzaam gebruiken

Een spanningsveld in het biodiversiteitsbeleid is dat personen en organisaties enerzijds denken en handelen met als motivatie het behouden van biodiversiteit en anderzijds motivaties hebben die duurzaam gebruik van biodiversiteit benadrukken. Goedlopende combinaties vormen een gewenst perspectief, ze leveren draagvlak en meerwaarde op, maar waar behoud niet samen gaat met gebruik, levert dit een spanning op. Als het beleid behoud en gebruik goed wil combineren, dan is kennis nodig over welke ecosystemen en soorten zich met welk gebruik verhouden. Een gedifferentieerde aanpak kan tegemoetkomen aan de wens behoud en gebruik te combineren.

Verminderen van negatieve effecten van landgebruik

In Nederland wordt een groot deel van het land-, water- en zeeoppervlak intensief gebruikt, bijvoorbeeld voor landbouw, wonen, visserij en recreatie. De biodiversiteit in deze gebieden staat onder druk. Als Nederland de achteruitgang in biodiversiteit in de volle breedte wil stoppen, dan is behoud van biodiversiteit in deze intensief gebruikte gebieden een sleutelfactor. Een perspectief is het gebruik van de gebieden zodanig te verduurzamen dat er zuinig met grond en water wordt omgegaan, dat de afwenteling op de omgeving wordt geminimaliseerd en dat productie en biodiversiteit optimaal worden gecombineerd.

Lessen uit de duurzame bosbouw

In de Nederlandse bosbouw is de beweging naar duurzaamheid al gemaakt. Naar verwachting zijn bij intensieve gebruiksvormen als landbouw en visserij verdergaande veranderingen nodig om een optimale combinatie te vinden. Als een duurzamere visserij uitgangspunt voor beleid is, dan is een omslag van het beleid voor het beschermen en gebruik van vispopulaties en ecosystemen in de Noordzee nodig. Speerpunten zijn een vangstquotum dat beter bij het wetenschappelijk advies aansluit en het beter omgaan met bijvangst.

Opties voor duurzamere landbouw

Als het beleid de verduurzaming van de landbouw wil doorzetten, dan kan dit door verbreding, door het overnemen van maatregelen die in de biologische sector worden gebruikt of via technologische innovaties. Het combineren van agrarisch natuurbeheer en agrobiodiversiteit (waaronder inheemse veerassen) is daarnaast een interessante optie, maar vergt additionele maatregelen omdat de inzet van agrarisch natuurbeheer blijft steken bij 10% van het bedrijfsoppervlak. Een verdere versterking van de biodiversiteit in het agrarisch gebied en verduurzaming van de landbouw kan worden bereikt met behulp van groenblauwe dooradering en randenbeheer.
Mogelijk kan het Europese Gemeenschappelijke Landbouwbeleid na de herziening in 2013 bijdragen aan deze versterking. Groenblauwe dooradering helpt de ‘doorlaatbaarheid’ van het landelijk gebied voor planten en dieren uit natuurgebieden te vergroten, de randen leveren ecosysteemdiensten als plaagreductie voor naastgelegen gewassen en ze maken het landschap ook aantrekkelijker voor recreatie. Om dit te doen slagen, is op gebiedsniveau een plan nodig met een hoge deelnamebereidheid. In de Agenda Landschap geeft het Rijk aan te verwachten dat private partijen bereid zullen zijn in landschap te investeren. Tot nu toe blijken deze partijen daartoe echter niet bereid.

Bewandel ook het pad van de kleine stappen

Het stoppen of afremmen van biodiversiteitsverlies is een complexe opgave waarbij het boeken van vooruitgang een prestatie is. Kleine stappen kunnen nodig zijn om op de langere termijn grote resultaten te behalen. Dit kan zijn omdat het kennisniveau aanvankelijk te laag is of dat grote stappen nog niet haalbaar zijn. Om toch vooruitgang te boeken, kunnen kleine stappen van groot belang zijn. In het kader van de transitie naar duurzame landbouw worden bijvoorbeeld pilots voor agrobiodiversiteit uitgevoerd. Deze richten zich onder andere op de inpasbaarheid van agrobiodiversiteit in de agrarische bedrijfsvoering. Met deze pilots kan de kennis worden ontwikkeld en verspreid die er later toe leidt dat landbouw duurzamer wordt, en beter te combineren is met het behoud van biodiversiteit dan de huidige agrarische sector. Pilots zijn bovendien ook een manier om betrokkenheid en draagvlak bij boeren te realiseren.