Balans van de Leefomgeving

Geurbeleid industrie en landbouw redelijk effectief, maar doel niet gehaald

Door het geurbeleid van de overheid is de geurhinder door industrie, verkeer en veehouderij de afgelopen vijftien jaar aanzienlijk verminderd. Daarentegen is de geurhinder door open haarden niet afgenomen. De doelstelling om in 2010 geen ernstige geurhinder meer te hebben, wordt niet gehaald. Ook in 2010 ervaren mensen nog geurhinder uit verschillende bronnen; per bron 5 tot 11% van de mensen.

Hinder van open haarden neemt niet af; wel afname voor industrie, verkeer en veehouderij

De dalende trend in het percentage gehinderden door geur van industrie, verkeer en landbouw is het resultaat van een combinatie van geurreducerende maatregelen en ruimtelijke scheiding die sinds het jaar 2000 in lokaal geurbeleid is vastgelegd (CBS 2009). Lokaal kunnen trends in hinderpercentages echter sterk afwijken van de landelijk trends. Lokaal kunnen er overigens ook hogere percentages geurgehinderden voorkomen. In de Regio Rijnmond ondervonden bijvoorbeeld meer dan 60% van de bewoners hinder door industriestank. Geurhinder door bronnen waarvoor geen doel en geen beleid was geformuleerd, zoals open haarden, houtkachels en riolering, is de afgelopen tien tot vijftien jaar niet afgenomen. De doelstelling ‘geen ernstige hinder’ voor 2010 wordt waarschijnlijk niet gehaald. Met betrekking tot het doel 2010 wordt ervan uitgegaan dat geen ernstige hinder meer optreedt als het percentage gehinderden 3% of minder is.

Bijna de helft van de mensen in randstad gehinderd door geur

In de provincie Zuid-Holland is de blootstelling aan geur van industriƫle activiteiten het hoogst. Enerzijds omdat er veel chemische en olie-industrie is, anderzijds omdat de bevolkingsdichtheid het grootst is (zie figuur). In de zuidoostelijke provincies komt geurhinder door veehouderijbedrijven het meest voor. De bevolkingsdichtheid is daar echter minder groot dan in de randstad, waardoor het aantal mensen dat daaraan blootgesteld relatief laag is (Lagas et al. 2008).

Bijna de helft van de bewoners van Zuid-Holland wordt blootgesteld aan geurhinder van industrie, verkeer of veehouderijbedrijven. Voor heel Nederland is dat eenderde.

Bijna de helft van de bewoners van Zuid-Holland wordt blootgesteld aan geurhinder van industrie, verkeer of veehouderijbedrijven. Voor heel Nederland is dat eenderde.

Gebiedsontwikkeling profiteert van resultaten geurbeleid

Om gebiedsontwikkeling mogelijk te maken worden afstanden tussen geurbron en geurgevoelige objecten vaak verkleind (Lagas & Buijs 2010). Dat is het geval bij veehouderijen in gemeenten die op grond van de wet Stank en Veehouderijbedrijven bevoegd zijn om normen te verruimen. Verder is door de invoering van het Activiteitenbesluit voor een aantal (kleinere) bedrijven het instrument van vergunningverlening (geurcontouren) verdwenen. Het percentage gehinderden zal door deze ontwikkelingen mogelijk toenemen, tenzij er adequate standaard geurbeperkende maatregelen worden genomen. Ook technische verbeteringen en geurbeperkende maatregelen bij bedrijven en industrie komen nu en in de toekomst deels ten goede aan ruimtelijke ontwikkelingen en leiden tot een verdere vermindering van het aantal geurgehinderden. Er zijn echter grenzen aan het inkorten van afstanden tussen geurbronnen en geurgevoelige objecten. Gemeentelijke en provinciale overheden hebben de vrijheid om hun eigen geurbeleid op te stellen en uit te voeren. Ze hanteren daarbij echter vaak verschillende meetmethoden, beoordelingsmethoden, definities en terminologie.

Geurbeleid breder bezien

De afname van het aantal gehinderden is het resultaat van inspanningen van gemeenten, provincies en indirect van de nationale overheid. De afname van geurhinder door verkeer is namelijk vooral een gevolg van het gevoerde luchtbeleid, waarbij de emissies van fijn stof en NO2 door verschillende maatregelen zijn teruggedrongen. De afname van geurhinder door veehouderijen is mede gerealiseerd door het gevoerde ammoniakbeleid, omdat daardoor de emissie van meststoffen als gevolg van het onderwerken van mest is verminderd. De geurhinder door industriƫle activiteiten is deels verminderd door maatregelen ter beperking van verschillende emissies in het kader van verbetering van de luchtkwaliteit. Daarnaast heeft het vergunningenbeleid van de lagere overheden een belangrijke rol gespeeld.

Referenties

  • CBS (2009). StatLine: Milieugedrag en -besef en geur- en geluidshinder. Voorburg/Heerlen: CBS.
  • Lagas, P.,.H. van Belois en F. van Rijn (2008). ‘Results of odour policy in the Netherlands.’ In: 3rd IWA International Conference on Odour and VOCs, Barcelona.
  • Lagas, P. en T. Buijs (2010). ‘Evaluatie geurbeleid in Nederland; Minder hinder maar doel buiten bereik’. Millieu Tijdchrift voor Vereniging van Milieuprofessionals 2010, 23 – 27.

Relevante informatie