Balans van de Leefomgeving

Bijmenging biobrandstoffen bij verkeer op koers; netto CO2-reductie is echter onzeker

In 2007, 2008 en 2009 zijn de tussendoelen gehaald voor het bijmengen van biobrandstoffen in de brandstofmix voor het wegverkeer. Daarmee ligt het percentage bijmenging op koers voor het halen van het 2010-doel (4%). De netto CO2-reductie kan echter tegenvallen of zelfs negatief uitpakken wanneer rekening wordt gehouden met indirecte effecten in de productieketen van biobrandstoffen.

 Het bijmengen van biobrandstoffen in de brandstofmix voor het wegverkeer ligt op schema.

Het bijmengen van biobrandstoffen in de brandstofmix voor het wegverkeer ligt op schema.

Bijmenging biobrandstoffen bij verkeer ligt op koers

In 2009 bedroeg het aandeel biobrandstoffen in de brandstofmix voor het wegverkeer 3,75% (VROM 2010). Daarmee is het doel van een bijmengpercentage van 3,75% in 2009 gehaald. In 2007 en 2008 bedroegen de aandelen respectievelijk 2% en 3,26%, wat voor beide jaren voldoende was om de doelen voor die jaren te halen. De kans op het halen van het doel in 2010 (4%) bedraagt ongeveer 50%, omdat het aandeel biobrandstoffen dan waarschijnlijk rond het doel ligt. Uit de statistieken van het CBS blijken de bijmengpercentages overigens af te wijken van de percentages die worden gerapporteerd naar de Europese Commissie. Dit komt doordat het Besluit biobrandstoffen (de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn) het voor bedrijven mogelijk maakt om een administratieve voorraad biobrandstoffen aan te houden. Als een bedrijf in een jaar fysiek meer heeft afgezet dan de verplichting aangeeft, dan kan dat bedrijf dat teveel in administratieve zin ‘opsparen’ voor een volgend jaar. In fysieke zin kan het aandeel in dat volgende jaar dus wat lager uitvallen terwijl volgens het Besluit toch aan de verplichting wordt voldaan. De CBS-methode verschilt hierin en gaat voor elk jaar uit van de fysieke hoeveelheden die op voorraad zijn gehouden en/of op de markt zijn gebracht.

Milieu-effecten bijmengen biobrandstoffen vallen tegen

Het bijmengen van biobrandstof leidt echter niet altijd tot een lagere CO2-emissie dan bij gebruik van gewone benzine of diesel. Afhankelijk van het al dan niet meerekenen van (in)directe CO2-emissies die bij de teelt, productie en/of verbranding van biobrandstoffen ontstaan, varieert de CO2-uitstoot ten opzichte van benzine van een reductie van 95% tot een toename van 180%. Momenteel wordt er in de broeikasgasbalans van landen (conform internationale afspraken) geen CO2-emissie toegekend aan de verbranding van biobrandstoffen. De koolstof die bij de teelt in biomassa is vastgelegd, komt namelijk bij verbranding weer in de atmosfeer, waardoor de netto emissie nul is. De vastlegging vindt echter grotendeels buiten Nederland plaats. Daarnaast wordt er, voorzover deze buiten Nederland plaats vinden, geen rekening gehouden met emissies die in de productieketen optreden (bijvoorbeeld door transport en kunstmest) en met de indirecte emissies die ontstaan door bijvoorbeeld ontbossing. Zie voor een nadere toelichting de volgende pagina:

Doelen voor aandeel biobrandstoffen bij wegverkeer tot en met 2010

De Europese richtlijn 2003/30/EG is erop gericht om in 2010 een aandeel van 5,75% biobrandstoffen in het brandstofgebruik van het wegverkeer te realiseren. Nederland heeft deze richtlijn in een nationale verplichting omgezet. Het bijmengpercentage is op energiebasis, wat betekent dat 5,75% van de energie-inhoud uit biobrandstoffen zou moeten bestaan. Wegens zorgen over de duurzaamheid van biobrandstoffen heeft Nederland deze doelstelling in 2009 verlaagd naar 4% (PBL, 2009). Om de doelstelling in 2010 te realiseren heeft Nederland tussendoelen gesteld voor de tussenliggende jaren (zie tabel 1). Om deze doelstellingen te realiseren, worden leveranciers van benzine en diesel verplicht om een minimumpercentage biobrandstoffen bij te mengen.
Tabel 1 Doelen voor het aandeel biobrandstoffen in de brandstofmix van het wegverkeer tot en met 2010

Jaar Bijmengpercentage (gemiddelde per jaar)
2007 2,00%
2008 3,25%
2009 3,75%
2010 4,00%

Doelen biobrandstoffen voor 2020 nog onzeker

Voor de periode na 2010 is het nog onzeker welke doelstelling de overheid voor het bijmengen van biobrandstoffen zal hanteren. In het werkprogramma Schoon en Zuinig is aangekondigd dat een aandeel van 20% in 2020 onderzocht zou worden. Het kabinet Balkenende IV heeft echter nog geen besluit genomen over een doelstelling voor 2020. De Europese richtlijn 2009/28/EC stelt voor 2020 overigens al wel een aandeel verplicht van 10% hernieuwbare energie in de transportsectoren van de afzonderlijke lidstaten. Andere vormen van hernieuwbare energie dan biobrandstoffen (zoals elektrisch rijden) kunnen daar ook aan bijdragen. De verwachting is dat deze Europese doelstelling voor een belangrijk deel met biobrandstoffen zal worden ingevuld. Vanaf 2011 mogen echter nog slechts biobrandstoffen worden gebruikt die tot minimaal 35% emissiereductie leiden. Dit percentage stijgt in 2017 tot 50% en vanaf 2018 zelfs tot 60% voor de biobrandstoffen uit nieuwe installaties. In de berekening hiervan wordt rekening gehouden met alle emissies in de productieketen, uitgezonderd indirecte emissies. Het is de verwachting dat de Europese Commissie met een voorstel komt hoe deze indirecte emissies in criteria meegenomen zouden kunnen worden.

Referenties

  • CBS (2009) Statline. CBS, Den Haag.
  • PBL (2009) Milieubalans 2009. PLB-publicatienummer 500081015, Bilthoven.
  • VROM (2010). Voortgangsrapportage bijmenging biobrandstoffen in 2009 volgens richtlijn 2003/30/EG. Ministerie van VROM, Den Haag.

Relevante informatie

Naam van het gegeven

Bijmenging biobrandstoffen

Omschrijving

Aandeel biobrandstoffen in brandstofmix voor het wegverkeer

Verantwoordelijk instituut

Ministerie van VROM

Geografisch verdeling

Nederland

Betrouwbaarheidscodering

A1