Balans van de Leefomgeving

Energiebesparingsdoel voor 2011 wordt waarschijnlijk niet gehaald

Het tussendoel van een energiebesparing van 29 tot 61 PJ in 2011 wordt met het huidige beleid waarschijnlijk niet gehaald. Als het nieuwe kabinet ook het voorgenomen beleid van het kabinet-Balkenende IV uitvoert, komt het doel waarschijnlijk binnen bereik.

 Volgens een studie van ECN en PBL uit 2009 komt het energiebesparingsdoel voor 2011 binnen bereik wanneer het voorgenomen beleid van Balkenende IV wordt uitgevoerd. Uitvoering van alleen het vastgestelde beleid is onvoldoende. Dit doel is ten opzichte van het referentiepad volgens de Geactualiseerde Referentieraming (UR-GE(h)). Het is echter onduidelijk of het doel gehaald wordt bij toepassing van het meest recente referentiepad (Referentieraming Emissies 2010-2020).

Volgens een studie van ECN en PBL uit 2009 komt het energiebesparingsdoel voor 2011 binnen bereik wanneer het voorgenomen beleid van Balkenende IV wordt uitgevoerd. Uitvoering van alleen het vastgestelde beleid is onvoldoende. Dit doel is ten opzichte van het referentiepad volgens de Geactualiseerde Referentieraming (UR-GE(h)). Het is echter onduidelijk of het doel gehaald wordt bij toepassing van het meest recente referentiepad (Referentieraming Emissies 2010-2020).

Energiebesparingdoel in 2011 wordt niet gehaald met het vastgestelde beleid

Op basis van een eerdere studie van ECN en PBL wordt er in 2011 een energiebesparing verwacht van 12 tot 24 PJ door uitvoering van het vastgestelde beleid (ECN en PBL, 2009). Dit is onvoldoende voor het halen van het doel om in 2011 29 tot 61 petajoule (PJ) aan energie te besparen. Deze studie maakt echter gebruik van een ander referentiepad dan de meest recente referentieraming (ECN en PBL, 2010), omdat het doel is bepaald ten opzichte van een referentiepad uit 2009 (Daniëls en Van der Maas, 2009) en er in de laatste raming geen beleidseffecten voor 2011 zijn bepaald. Het effect van Schoon en Zuinig zal daarom ten opzichte van de meeste recente referentieraming anders uitpakken. Hoeveel is echter niet bekend.

Doel wel binnen bereik bij uitvoering van het voorgenomen beleid

Bij uitvoering van het voorgenomen beleid van het kabinet Balkenende IV komt de energiebesparing waarschijnlijk uit op 23 tot 54 PJ, waarmee het halen van het doel binnen bereik ligt (ECN en PBL, 2009) Ook hier geldt dat bij toepassing van het meest recente referentiepad, de beoordeling anders kan uitpakken. Volgens de studie uit 2009 wordt dit doel met uitvoering van het voorgenomen beleid wél gehaald, met name vanwege toenemende besparingen in de gebouwde omgeving en de verkeerssector. In de gebouwde omgeving is dit het gevolg van de uitvoering van het convenant ‘Meer met Minder’ waar een besparing van 4 tot 9 PJ mee wordt verwacht. De uitvoering van dit convenant ligt echter niet op schema (zie hieronder). Het effect zal in 2011 daarom waarschijnlijk lager uitvallen. Ten slotte levert de invoering van de Europese CO2-normen voor personenauto’s in de verkeerssector een besparing op van 8 tot 14 PJ. Ook hiervan zal het effect waarschijnlijk wat lager uitvallen, omdat het wegverkeer in het referentiepad waar de Verkenning Schoon en Zuinig (2009), sneller toeneemt dan volgens het meest recente referentiepad (ECN en PBL, 2010). Het potentieel voor besparing is dan kleiner.

Over het voorgenomen beleid is overigens nog geen politiek besluit genomen. Het is onzeker in hoeverre de EU en het kabinet dat Balkenende IV opvolgt deze voornemens zullen uitvoeren.

Uitvoering convenant Meer met Minder nog niet op schema

In de gebouwde omgeving ligt de uitvoering van het convenant ‘Meer met Minder’ in de gebouwde omgeving niet op schema. Een van de kortetermijndoelen uit dit convenant is om tot en met 2011 van 500.000 woningen de energieprestatie te verbeteren. Er zijn echter geen aanwijzingen dat dit convenant tot een versnelling van het (autonome) besparingstempo leidt. Volgens een steekproefsgewijs onderzoek zouden in de jaren 2008 en 2009 in totaal zo’n 350.000 woningen zijn verbeterd (Gerdes, 2010). Het tempo waarbij de isolatie van woningen in 2008 en 2009 is verbeterd ligt daarmee tot dusver in lijn met het gemiddelde tempo in de periode van 2001 tot en met 2006. Daarnaast blijkt uit een evaluatie van elf recente woningrenovatieprojecten dat slechts drie projecten een energiebesparing realiseren die aan het convenantdoel voldoet (Hoppe, 2009).

Energiegebruik in 2009

Het binnenlandse, primaire energiegebruik bedroeg in 2009 op basis van voorlopige statistieken 3262 PJ (CBS, 2010). Dat is inclusief het gebruik van energiedragers als grondstof (ook wel feedstocks genoemd). Het energiegebruik is daarmee 2% minder dan in 2008. Slechts een derde van de ingevoerde energie binnen Nederland gebruikt. De rest wordt (na bewerking) weer uitgevoerd. Het lagere energiegebruik is overigens niet zozeer vanwege energiebesparing, maar voornamelijk vanwege een lager consumptie- en productieniveau. Energiebesparing treedt op wanneer er minder energie wordt gebruikt voor eenzelfde eenheid productie, dienst of consumptie.

Tussendoel energiebesparing 29 tot 61 PJ in 2011

Om te beoordelen of de uitvoering van Schoon en Zuinig op koers ligt om de 2020-doelen te realiseren, heeft het kabinet Balkenende IV tussendoelen voor 2011 gesteld. Ten aanzien van energiebesparing heeft het kabinet zich ten doel gesteld om 29 tot 61 PJ energie te besparen. Pas in 2013 kan worden getoetst of het doel is gehaald. Dit komt omdat de berekening van de gerealiseerde energiebesparing pas kan worden uitgevoerd als de energiestatistieken van 2011 definitief zijn. De besparing geldt ten opzichte van het Global Economy -referentiepad (met hoge olieprijzen) (Daniëls en Van der Maas, 2009).

Referenties

Relevante informatie

Naam van het gegeven

Energiebesparing S&Z 2011

Omschrijving

Evaluatie tussendoel 2011 energiebesparing

Verantwoordelijk instituut

ECN en PBL

Berekeningswijze

Het doel om 29 tot 61 PJ energie te besparen in 2011 is ten opzichte van het WLO scenario GE (inclusief hoge olieprijzen). Omdat dan niet duidelijk is welk energiegebruik wordt beoogd, is deze doelstelling omgezet in een absoluut energiegebruik. In het gepubliceerde WLO-materiaal wordt echter geen energiegebruik gerapporteerd over 2011. Daarom is er een lineaire interpolatie toegepast op het geraamde primaire energieverbruik in 2010 en 2015 volgens de Geactualiseerde Referentieraming 2008-2020 (Daniëls en Van der Maas, 2009). In die raming is het oude WLO GE-scenario geactualiseerd. Bovendien is daarin rekening gehouden met het vastgestelde klimaat- en energiebeleid tot en met september 2008. Omdat hierin dus ook het vastgestelde beleid is verwerkt, is het afgeleide doel hiervoor gecorrigeerd door het verwachte besparingseffect (van het vastgestelde beleid) op te tellen bovenop het verwachte energieverbruik.Beleidseffecten zijn volgens de Verkenning Schoon en Zuinig (ECN en PBL, 2009)

Basistabel

“0013_001g_lba10.xls” (in beheer bij M.Verdonk)

Geografisch verdeling

Nederland

Betrouwbaarheidscodering

A1 (tav historisch energiegebruik)B1 (tav raming)