Balans van de Leefomgeving

Doel hernieuwbare elektriciteit al bijna in 2009 gehaald

De Europese doelstelling voor Nederland om in 2010 het aandeel hernieuwbare elektriciteit 9% te laten zijn, is in 2009 al bijna gehaald.

 Door de snelle toename van het aandeel hernieuwbare elektriciteit is het doel voor 2010 bijna al in 2009 gehaald.

Door de snelle toename van het aandeel hernieuwbare elektriciteit is het doel voor 2010 bijna al in 2009 gehaald.

Doelstelling voor 2010 al bijna gehaald in 2009

Op basis van voorlopige cijfers wordt het Europese doel om in 2010 het aandeel hernieuwbare elektriciteit 9% te laten zijn, in 2009 al bijna gehaald (zie bovenstaand figuur). Het is daarmee vrijwel zeker dat dit doel in 2010 wordt gehaald. Het aandeel hernieuwbare elektriciteit bedroeg in 2009 8,9% (CBS, 2010). In 2008 was dat nog 7,5%. Net zoals in 2008 is de bijdrage van elektriciteit uit windenergie in 2009 weer verder toegenomen. De inzet van biomassa is echter nog sneller toegenomen en levert tot dusver de grootste bijdrage aan de productie van hernieuwbare elektriciteit. De bijdrage van biomassa is in 2009 voor het eerst weer boven het recordjaar van 2005 uitgekomen. Ook heeft een afname in het elektriciteitsverbruik bijgedragen aan een hoger aandeel hernieuwbare elektriciteit. Dit verbruik is volgens voorlopige cijfers met circa 5% gedaald ten opzichte van 2008. De inmiddels stopgezette MEP-regeling (Milieukwaliteit Elektriciteitsproductie) heeft tot nu toe de voornaamste bijdrage geleverd aan de toename van het aandeel hernieuwbare elektriciteit. De huidige SDE-regeling, die sinds 2008 van kracht is, heeft tot en met 2010 maar een bescheiden rol gespeeld, omdat het vaak nog enkele jaren kan duren voordat een gesubsidieerd project gaat produceren.

Import groene stroom in 2009 afgenomen

De import van groene stroom (door middel van certificaten) is tussen 2008 en 2009 licht afgenomen tot een aandeel van 15% van het binnenlandse elektriciteitsverbruik. In 2008 was dit aandeel nog bijna 16% (CBS, 2010). Deze import wordt overigens niet meegerekend voor de Nederlandse doelstelling.

Doelstelling voor hernieuwbare elektriciteit in 2010

De doelstelling om in 2010 een aandeel van 9% hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben, komt voort uit de implementatie van de Europese richtlijn 2001/77 uit 2001. Daarin hebben alle EU-lidstaten bindende doelstellingen gekregen om de productie van hernieuwbare elektriciteit te stimuleren. Volgens deze richtlijn wordt het aandeel betrokken op het binnenlandse elektriciteitsverbruik. Het doel maakt geen onderdeel uit van het Schoon en Zuinig beleid van het kabinet Balkenende IV, maar draagt wel bij aan het nationale doel voor hernieuwbare energie in Schoon en Zuinig. Pas zodra definitieve statistieken beschikbaar zijn over het gerealiseerde aandeel hernieuwbare elektriciteit, kan met zekerheid het doel worden getoetst. Deze worden in het voorjaar van 2011 verwacht.

Naam van het gegeven

Hernieuwbare elektriciteit tot en met 2010

Omschrijving

Doelbereik en realisatie van hernieuwbare elektriciteit volgens de Europese richtlijn.

Verantwoordelijk instituut

CBS

Berekeningswijze

Historische data komen uit registraties van CBS. Schatting van doelbereik is gebaseerd op trendextrapolatie. Geen modelmatige onderbouwing.

Basistabel

“0008_001g_lba10.xls” (in beheer bij M.Verdonk)

Geografisch verdeling

Nederland

Achtergrondliteratuur

CBS (2010). ‘Opnieuw forse groei duurzame elektriciteit’ CBS Webmagazine, 24-02-2010, CBS, Den Haag/Heerlen.

Betrouwbaarheid

Hoge mate van betrouwbaarheid, gezien de conclusies zijn gebaseerd op gerealiseerde cijfers. Deze zijn overigens nog wel voorlopig, waardoor het 2009 cijfer iets hoger of lager kan uitvallen. Gezien de groeiende productie van hernieuwbare elektriciteit lijkt het zeer onwaarschijnlijk dat het 2010 doel niƩt gehaald wordt.