Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Onvoldoende investeringen in hernieuwbare energie, ondanks voldoende SDE-budget

Er wordt veel minder in hernieuwbare energie geïnvesteerd dan het kabinet Balkenende IV beoogde. Het doel om via de SDE-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie) tot en met 2011 subsidieafspraken te maken over 2.285 MW hernieuwbare energie, lijkt dan ook onhaalbaar.

 Tot en met 2009 is het subsidiebudget voor hernieuwbare energieprojecten maar beperkt benut. Vooral de subsidietoezeggingen voor windenergie vallen tegen.

Tot en met 2009 is het subsidiebudget voor hernieuwbare energieprojecten maar beperkt benut. Vooral de subsidietoezeggingen voor windenergie vallen tegen.

SDE-regeling stimuleert productie hernieuwbare energie onvoldoende

Het is niet waarschijnlijk dat het gestelde tussendoel om tot en met 2011 subsidieafspraken te maken over investeringen in 2.285 MW nieuwe installaties voor hernieuwbare energieproductie nog wordt gehaald. Uit cijfers over de subsidies die tot en met 2009 zijn toegekend, blijkt namelijk dat er veel minder in hernieuwbare energie wordt geïnvesteerd via de SDE-regeling dan het kabinet Balkenende IV beoogde. Er zijn tot en met 2009 subsidietoezeggingen gedaan voor 819 MW, terwijl er budget beschikbaar was voor circa 1.690 MW, exclusief windmolens op zee (zie technische toelichting hieronder). De subsidieafspraken hadden vooral betrekking op windmolens op land, afvalverbranding en biomassa (uit reststromen) voor centrales (zie bovenstaand figuur). Voor het windmolenproject in de Noordoostpolder (van 429 MW) is overigens nog geen milieuvergunning afgegeven. De toekenning van een SDE-subsidie betekent niet automatisch dat er daadwerkelijk wordt geïnvesteerd. Zo hebben tot dusver (juli 2010) ongeveer 25% van de particuliere huiseigenaren met een subsidietoezegging uit het 2009 SDE-subsidiebudget voor zonnepanelen al daadwerkelijk de zonnepanelen geïnstalleerd (AgentschapNL, 2010). Dit aandeel zal echter waarschijnlijk nog wel toenemen, omdat de realisatie tijd vraagt. De SDE-regeling biedt voor zonnepanelen achttien maanden de tijd om de installatie ook daadwerkelijk te installeren.

Verschillende verklaringen voor beperkte effectiviteit SDE-regeling

Het SDE-subsidiebudget bleef vooral onderbenut doordat de vergunningverlening voor windmolens op land was vertraagd (EZ, 2009a). Subsidies worden namelijk pas toegekend nadat de vergunningprocedures zijn doorlopen. Een tweede oorzaak was het ontbreken van subsidieaanvragen in de categorieën waterkracht en stortgas en/of biogas uit waterzuivering (AWZI’s of RWZI’s). De onbenutte budgetten blijven overigens wel beschikbaar voor volgende jaren. Volgens een derde verklaring is de regeling niet aantrekkelijk voor potentiële investeerders. Budgetten en basisbedragen worden voortdurend aangepast, soms naar aanleiding van moties in de Tweede Kamer, soms op grond van ervaringen met de werking van de regeling. Dat maakt de regeling mogelijk efficiënter, maar ook minder voorspelbaar en daardoor minder aantrekkelijk voor potentiële investeerders. Het totale subsidieplafond in 2010 bedraagt 1.955 miljoen euro (EZ, 2009a); bijna 700 miljoen euro minder dan in 2009 (exclusief het budget voor windenergie op zee).

Doelstelling van SDE voor 2011 verhoogd

Het kabinet Balkenende IV verwacht dat het huidige subsidiebudget voor de SDE-regeling voldoende is voor investeringen in 2.753 tot 3.107 MW nieuw hernieuwbaar energievermogen (EZ, 2009a en EZ, 2010). De kabinetsdoelstelling voor de periode 2008-2011 is echter nog ongewijzigd, namelijk: het maken van subsidieafspraken via de SDE-regeling voor 2.285 MW hernieuwbare energie. Dat dit kabinet meer verwacht dan wordt beoogd, komt door diverse aanpassingen in de SDE-regeling. In 2009 werd het ongebruikte budget voor windenergie op land herverdeeld over zonnestroom en biomassa. Omdat dit duurdere technieken zijn, zal deze herverdeling tot een daling van het beoogde vermogen van de SDE-regeling met 112 tot 116 MW leiden (EZ, 2009a). Uitvoering van enkele moties leidt er bovendien toe dat het te committeren vermogen door de SDE-regeling in 2010 zal worden verlaagd met circa 30 MW (EZ, 2010). Dit is het gevolg van het verhogen van enkele basisbedragen voor biomassa elektriciteit en gas en de verruiming van de subsidiabele productie die nog onder de oude MEP-regeling vallen. Aan de andere kant zijn de budgetten voor windenergie (zowel op land als op zee) weer verruimd. In het kader van het aanvullende beleidsakkoord is er 500 miljoen euro extra beschikbaar gesteld voor de realisatie van windparken op zee (AZ, 2009). Om de realisatie van het windpark in de Noordoostpolder te ondersteunen, heeft het Rijk bovendien een eenmalige subsidie toegekend van 104 tot 116 miljoen euro (EZ, 2009b). Overigens kan het doel pas met zekerheid worden getoetst zodra de SDE-regeling 2011 is gesloten. Dat zal begin 2012 het geval zijn.

Subsidiebedragen in Stimulering Duurzame Energieproductie 2010 aangepast

Met de SDE-regeling wordt de productie van hernieuwbare elektriciteit en groen gas met behulp van subsidies gestimuleerd. Voor de SDE-regeling in 2010 zijn de basisbedragen opnieuw vastgesteld. De overheid stelt jaarlijks het basisbedrag vast dat de gemiddelde productiekosten (inclusief een winstmarge) weergeeft voor een techniek om hernieuwbare energie te produceren. Het verschil tussen het basisbedrag en de marktprijs voor energie bepaalt de hoogte van de subsidie. Hoe hoger het basisbedrag, des te groter de subsidie zal zijn bij gelijkblijvende marktprijzen voor energie. Voor de meeste categorieën zijn de basisbedragen in vergelijking met 2009 verlaagd of gelijk gebleven. Alleen voor wind op land en getijdenenergie is het basisbedrag omhooggegaan. Voor de categorieën biomassaverbranding, waterkracht en zonnestroom zijn de basisbedragen juist verlaagd.

Budget voor hernieuwbare energie voor 2010 in SDE verlaagd

Het totale subsidieplafond ligt in 2010 ongeveer 700 miljoen euro lager dan in 2009. Het budget voor 2010 komt daarmee uit op 1.955 miljoen euro (EZ, 2009a). Dat is overigens nog exclusief de categorie windenergie op zee. Deze valt sinds 2010 niet meer onder de SDE, omdat er voor windenergie op zee een aparte regeling gaat worden uitgebracht. Bij het bepalen van het doelbereik van de SDE-regeling in 2011 wordt windenergie op zee overigens wél weer meegerekend. Dit komt doordat windenergie op zee ook onderdeel is van het doel om tot en met 2011 2.285 MW nieuw vermogen gecommitteerd te hebben.

Handelingsopties

Gezien de beperkte tijd die nog resteert, is de kans klein dat met aanpassingen van het beleid het doel in 2011 zal kunnen worden gehaald. Wel kan door het bijstellen van de huidige SDE-regeling, de benutting van het beschikbare subsidiebudget verder worden vergroot. Dit kan door de subsidieplafonds te verruimen voor de categorieën waar grote belangstelling voor bestaat. Dit is tot nu toe het geval bij biomassa en zonnestroom. Als dat echter ten koste gaat van het budget van meer kosteneffectieve categorieën (zoals windenergie op land) dan neemt het potentieel van de SDE-regeling als geheel wel af. Een andere optie is om de subsidie per opgewekte eenheid energie te verhogen. Hierdoor worden meer hernieuwbare energieprojecten rendabel. Wanneer ook deze optie niet gepaard gaat met een algemene verruiming van het SDE-budget, zal ook hierdoor het totaal te committeren potentieel van de regeling afnemen. Dit komt doordat ook minder kosteneffectieve projecten gaan profiteren van de subsidie. De subsidie van vloeibare biomassastromen (anders dan uit afval) zou echter wel kunnen worden beperkt daar de duurzaamheid ervan nog altijd onzeker is. Daarnaast is het van belang om de vergunningverlening te bespoedigen, met name van grootschalige (>100MW) windenergieprojecten op land en zee. Hiervoor kan de rijkscoördinatieregeling worden ingezet.

Referenties

Relevante informatie

Naam van het gegeven

Benutting SDE-subsidies

Omschrijving

Benutte en onbenutte subsidies in 2008 en 2009 in het kader van de regeling ‘Stimulering Duurzame Energieproductie’

Verantwoordelijk instituut

AgentschapNL (basisgegevens) en PBL (bewerking door M.Verdonk)

Berekeningswijze

Tot en met 2009 zou de SDE een budget hebben voor de subsidiëring van ongeveer 1.690 MW aan hernieuwbare energie opwekkingscapaciteit (overigens nog exclusief het budget voor wind op zee). Dit is gebaseerd op:het budget voor 2008, waarmee 655 MW werd beoogd;het budget voor de eerste subsidieronde in 2009, waarmee ongeveer 997 MW werd beoogd;het budget voor de tweede subsidieronde in 2009, waarmee realisatie van het windpark in de Noordoostpolder (429 MW) werd beoogd;een eenmalige subsidie van 104 tot 116 miljoen euro ter ondersteuning van het windpark in de Noordoostpolder (429 MW).Deze budgetten zijn echter niet zonder meer bij elkaar op te tellen. Het budget voor de tweede subsidieronde in 2009 bestaat namelijk deels uit het onbenutte subsidiebudget van de eerste ronde. De onderbenutting van het budget in de eerste ronde bedroeg op basis van cijfers van het Agentschap NL circa 50% (exclusief wind op zee). Daarnaast is er een eenmalige subsidie van 104 tot 116 miljoen euro aan het windpark in de Noordoostpolder verstrekt (EZ 2009b). Om het totaal beschikbare SDE-subsidiebudget (uitgedrukt in MW) voor 2009 te bepalen is ervan uitgegaan dat alleen de eenmalige subsidie extra is bovenop het budget uit de eerste subsidieronde. Deze eenmalige subsidie is vervolgens naar MW windenergie omgerekend aan de hand van de SDE-tarieven en -kentallen voor wind op land (budget: 24 miljoen euro) en ‘wind op meer’ (budget: 86 miljoen euro). De SDE-categorie ‘wind op meer’ is voor windmolens in gemeentelijke binnenwateren bedoeld en (speciaal) naar aanleiding van het windpark Noordoostpolder gecreëerd.

Basistabel

“009g_lb10.xls” (in beheer bij M.Verdonk)

Geografisch verdeling

Nederland

Betrouwbaarheidscodering

A1 (basisgegevens) en B2 (bewerking – zie beschrijving onder berekeningswijze)