Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Handelingsopties klimaat, lucht en energie

Nieuw kabinet kan extra maatregelen nemen of doelen versoepelen

Het nieuwe kabinet heeft diverse opties om doelen en maatregelen met elkaar in overeenstemming te brengen.

  • Het kabinet kan de nationale doelen van 30% emissiereductie tussen 1990 en 2020 en 20% hernieuwbare energie in 2020 handhaven. Het kabinet zal dan moeten besluiten de voorgenomen maatregelen daadwerkelijk uit te voeren en zal het werkprogramma Schoon en Zuinig van het kabinet Balkenende IV uitgebreid moeten worden met een aantal maatregelen.
  • Het kabinet kan ook de nationale klimaat- en energiedoelen gelijkstellen aan de Europese doelen. Dat betekent dat de broeikasgasemissies van de niet-ETS sector met 16% moet worden gereduceerd en er een aandeel hernieuwbare energie van 14% moet worden gerealiseerd. Voor de ETS-sector geldt dan alleen een Europees reductiedoel. In dat geval komt het niet-ETS doel met de uitvoering van alleen het huidige beleid al binnen bereik. Wanneer ook het voorgenomen beleid van het kabinet Balkenende IV wordt uitgevoerd, is de kans op doelbereik groter dan 50%. Het EU-doel voor hernieuwbare energie komt dan ook binnen bereik. Als de EU zijn klimaat- en energieambities zal aanscherpen, zijn mogelijk aanvullende maatregelen nodig.

Overheidsuitgaven voor klimaat- en energiebeleid kunnen omlaag

Als gevolg van de financiële crisis kampt het nieuwe kabinet met forse begrotingstekorten. Om de overheidsuitgaven te beperken, heeft de Werkgroep Energie en Klimaat van de Brede Heroverwegingen gekeken naar mogelijke bezuinigingsmogelijkheden in het klimaat- en energiebeleid. Zij onderscheidt de situatie tot 2015 van die erna.

  • De Werkgroep acht het mogelijk uiterlijk in 2015 jaarlijks 370 miljoen euro aan overheidsuitgaven te bezuinigen zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de reductie van broeikasgassen, energiebesparing en/of hernieuwbare energieopwekking. De voorgestelde maatregelen impliceren overigens meestal wel een verschuiving van lasten van de overheid naar burgers en/of bedrijven. De meeste voorstellen gaan namelijk over het afschaffen van energiesubsidies en het instellen van belastingverhogingen, heffingen, normeringen en verplichtingen die tot doel hebben om het aandeel hernieuwbare energie en het energiebesparingstempo te verhogen.
  • Volgens de Werkgroep kunnen ook de oplopende overheidsuitgaven van het hernieuwbare energiebeleid ná 2015 worden beteugeld. Met een hybride verplichtingensysteem voor energieproducenten in combinatie met een subsidie voor dure, innovatieve technieken valt er volgens haar 1 miljard euro per jaar te besparen wanneer dit systeem op ‘enige Europese schaal’ wordt ingevoerd. Om die kostenbesparingen te realiseren zijn echter wel erg complexe regelingen nodig met hoge uitvoeringskosten en een aanmerkelijk risico op ongewenste neveneffecten.