Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Samenhang tussen klimaatbeleid en ander beleid

Klimaatbeleid vergroot ruimteclaims

Uitvoering van het beleid van Schoon en Zuinig leidt niet alleen tot extra direct ruimtegebruik, maar ook tot veel extra indirecte ruimtelijke claims. Inpassing van installaties voor hernieuwbare energie (zoals windturbines) is daardoor gecompliceerd en leidt veelal tot langdurige procedures. Om dit te versoepelen is een betere integratie van het energiebeleid in het ruimtelijke beleid nodig. Dat is niet alleen nodig voor de doelen tot en met 2020, maar zeker ook voor de periode daarna waarin de productie van hernieuwbare energie nog aanzienlijk zal moeten groeien om de opwarming van het klimaat voldoende te beperken.

De effecten van het luchtbeleid op het klimaat zijn zowel positief als negatief

Luchtverontreiniging heeft lange tijd een deel van de opwarming gecompenseerd. Maar nu de lucht schoner wordt, neemt deze compenserende werking af. Er zijn echter ook situaties waarbij het schoner worden van de lucht gunstig uitpakt voor het klimaat. Een voorbeeld hiervan vormt de reductie van de uitstoot van methaan en roetdeeltjes. Ook in het ozonlaagbeleid zijn er tegengestelde effecten. Tot nu toe heeft het ozonlaagbeleid veel bijgedragen aan het tegengaan van broeikasgasemissies door andere stoffen te gebruiken als koelvloeistoffen in koelkasten. Deze zijn minder schadelijk voor de ozonlaag en zijn ook beter voor het klimaat. Het toekomstige ozonlaagbeleid kan juist minder gunstig uitpakken voor klimaat, waardoor de geboekte klimaatwinst weer deels verloren kan gaan. Door lucht-, ozonlaag- en klimaatbeleid meer integraal te ontwerpen en uit te voeren, kan het rijk de kosteneffectiviteit van deze beleidsterreinen vergroten.

Klimaatbeleid gunstig voor luchtkwaliteit, maar niet altijd in Nederland

Klimaatbeleid heeft over het algemeen een gunstige invloed op de luchtkwaliteit. Doordat klimaatbeleid de inzet van fossiele brandstoffen beperkt, dalen de luchtverontreinigende emissies die vrijkomen bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Een grootschalige inzet van CO2-opslag leidt echter tot een verhoogde emissie van stikstofoxiden. Daar staat tegenover dat CO2-opslag wel leidt tot een lagere emissie van zwaveldioxiden. Het klimaatbeleid zorgt er echter niet altijd voor dat Nederland profiteert van de gunstige neveneffecten op de luchtkwaliteit. Voor klimaatverandering is het immers niet relevant op welke plaats broeikasgasemissies worden gereduceerd. Bedrijven en landen kunnen namelijk gebruik maken van ‘flexibele instrumenten’ zoals emissiehandel. De aankoop van buitenlandse emissierechten is een goedkope maatregel om de (mondiale) emissies te reduceren, maar draagt niet bij aan het halen van doelen voor hernieuwbare energie, energiebesparing, luchtkwaliteit en energieonafhankelijkheid in Nederland.

Herziening emissieplafonds SO2, NOx, NH3 en NMVOS op z’n vroegst in 2011

De afgesproken emissieplafonds voor de luchtverontreinigende stoffen SO2, NOx, NH3 en NMVOS voor 2010 zijn tussendoelen. De EU en de ECE (Economische Commissie voor Europa; onderdeel van de Verenigde Naties) hebben het voornemen de tussendoelen nog verder aan te scherpen om een situatie te bereiken zonder schadelijke effecten voor de natuur en de gezondheid van mensen. Bij de herziening zal waarschijnlijk voor het eerst een emissieplafond voor PM2,5 worden opgenomen. Binnen de EU en ECE wordt vanaf 2009 onderhandeld over strengere plafonds voor 2020. Besluitvorming wordt op z’n vroegst in 2011 verwacht.

Milieu-innovatie gestimuleerd bij aanscherping emissieplafond ETS

Innovatie en toepassing van schone technologieën zijn cruciaal om op lange termijn vergaande emissiereducties te realiseren. Bij ongewijzigd beleid zal de CO2-prijs de komende jaren waarschijnlijk rond de 20 euro per ton liggen. Dit levert waarschijnlijk onvoldoende prikkels op om milieu-innovatie te versnellen. Een hogere CO2-prijs zal bedrijven meer prikkelen schone technologieën te ontwikkelen en in te zetten die (nu nog) duur zijn, zoals ondergrondse CO2-opslag en windenergie op zee. Zolang de CO2-prijs relatief laag blijft, is specifiek beleid nodig, zoals de SDE-regeling, voor stimulering van de inzet van technologieën voor hernieuwbare energie.