Balans van de Leefomgeving

Nationale emissieplafond voor ammoniak enkele jaren na 2010 haalbaar

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Met het vastgestelde beleid komt de geraamde emissie van ammoniak (NH3) in 2010 licht boven het nationale emissieplafond. Het voorgenomen beleid heeft geen invloed meer op emissies in 2010. Na 2010 daalt de emissie licht verder waardoor het doel enkele jaren na 2010 haalbaar is.

Gerealiseerde en geraamde NH3-emissies.

Gerealiseerde en geraamde NH3-emissies.
In de periode 1990-2008 is de emissie van ammoniak met circa 50% gedaald door milieumaatregelen in de landbouw - vooral de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de bouw van emissiearme stallen - en door de krimpende veestapel. Na 2010 daalt de emissie licht verder.

In de periode 1990-2008 is de emissie van ammoniak met circa 50% gedaald door milieumaatregelen in de landbouw – vooral de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de bouw van emissiearme stallen – en door de krimpende veestapel. Na 2010 daalt de emissie licht verder.

Emissiereductie NH3 vertraagd

De nationale emissie van ammoniak (NH3) wordt gedomineerd door de landbouw en bedraagt volgens de raming 131 kiloton in 2010 en blijft daarmee nog 3 kiloton boven het plafond van 128 kiloton. Dat komt hoofdzakelijk doordat pluimvee- en varkenshouders tot 1 januari 2013 uitstel hebben gekregen van de verplichting om hun stallen emissiearm te maken. De emissiereductie van NH3 wordt hierdoor vertraagd. Daarnaast is de verwachting voor de dieraantallen in 2010 ten opzichte van de Milieubalans 2009 naar boven bijgesteld.

De definitieve emissiecijfers voor het jaar 2010 worden uiterlijk in 2012 vastgesteld in de Emissieregistratie. De kans dat het nationale emissieplafond voor ammoniak in 2010 op of onder het plafond uitkomt wordt nu geschat op ongeveer 50%. Het voorgenomen beleid heeft geen invloed meer op de emissies van NH3 in 2010. Vanaf 2010 moet aan het NH3-plafond worden voldaan.

Uitstel investeringen in middelgrote emissiearme stallen tot 2013

In 2008 is het Besluit ammoniakemissie huisvesting veehouderij (Besluit huisvesting) in werking getreden. Het besluit stelt veehouderijbedrijven verplicht om emissiearme stallen te bouwen en bevat zogeheten maximale emissie-eisen. Nieuwe varkens- en pluimveestallen moesten meteen voldoen aan de eisen van het besluit. De bestaande stallen in de varkens- en pluimveehouderij moesten op 1 januari 2010 emissiearm zijn.

In 2009 bleek dat veel middelgrote varkens- en pluimveehouders de noodzakelijke stalaanpassingen niet tijdig konden realiseren, mede als gevolg van de financiële crisis. In overleg met de Tweede Kamer heeft de minister daarom uitstel van de verplichtingen in het besluit verleend tot uiterlijk 1 januari 2013. Het uitstel stelt de sector daarbij ook in de gelegenheid om kostenvoordelen te behalen door de aanpassing van stallen die nodig is in verband met de ammoniakregelgeving samen te laten vallen met de stalaanpassingen voor dierenwelzijn die in 2013 verplicht worden. Het uitstel geldt overigens niet voor de grote intensieve veehouderijen die vanaf 2007 moeten voldoen aan de Europese IPPC-regelgeving.

Het Besluit huisvesting is ook van toepassing voor melkveestallen maar de in het besluit opgenomen eisen zijn aanzienlijk minder streng dan voor varkens- en pluimveebedrijven. De sector kan deze dan ook relatief eenvoudig halen. Eisen zijn uitsluitend vastgesteld voor nieuwe stallen waar de koeien jaarrond op stal staan. Het besluit is niet van toepassing op bestaande melkveestallen en ook niet op nieuwe stallen voor melkvee dat wordt beweid.

Om ervoor te zorgen dat bestaande stallen op alle middelgrote varkens- en pluimveebedrijven uiterlijk 1 januari 2013 voldoen aan het Besluit huisvesting hebben de ministers van VROM en LNV, de provincies en VNG het Actieplan Ammoniak Veehouderij opgesteld (VROM, 2009). Dit actieplan geeft aan wanneer en onder welke voorwaarden bedrijven uitstel verkrijgen en voor hoelang. Daarnaast geeft dit plan op hoofdlijnen aan hoe de overheid de ammoniakemissie door de melkveehouderij verder wil verminderen.

Wijzigingen ten opzichte van de raming uit de Milieubalans 2009

De geraamde emissie van NH3 voor 2010 is 2 kiloton hoger dan de raming van de Milieubalans 2009 (PBL, 2009). Dit verschil wordt vooral verklaard doordat de veestapelomvang voor 2010 naar boven is bijgesteld. Statistieken laten zien dat de omvang van de veestapel (rundvee, varkens en pluimvee) tussen 2007 en 2008 met ruim 3 procent is toegenomen.

Emissies van ammoniak met circa 50% gedaald sinds 1990

Sinds 1990 zijn de emissies van ammoniak met circa 50% gedaald tot 130 kiloton in 2008 (figuur 3, tabel 1). Deze daling is het gevolg van krimp in de veestapel, emissiearm bemesten, emissiearme stallen, afdekken van mestopslagen en eiwitarm voer. De grootste bijdrage (60-70% reductie) levert emissiearme bemesting (De Haan et al., 2009). Bij emissiearm bemesten vervluchtigt er weinig ammoniak, waardoor er meer stikstof in de bodem beschikbaar komt voor het gewas en er minder kunstmest nodig is. Figuur 2 geeft weer hoe de emissie zich vanaf 1990 zou hebben ontwikkeld zonder enig milieubeleid. Deze autonome ontwikkeling (zonder milieubeleid) is berekend door de geregistreerde dieraantallen te vermenigvuldigen met de emissiekentallen van 1990.

In de periode 1990-2008 is de emissie van ammoniak met circa 50% gedaald door milieumaatregelen in de landbouw - vooral de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de bouw van emissiearme stallen - en door de krimpende veestapel. Na 2010 daalt de emissie licht verder.

In de periode 1990-2008 is de emissie van ammoniak met circa 50% gedaald door milieumaatregelen in de landbouw – vooral de emissiearme aanwending van dierlijke mest en de bouw van emissiearme stallen – en door de krimpende veestapel. Na 2010 daalt de emissie licht verder.

De daling van de emissies stagneerde in de periode 2003-2007. In 2008 daalden de emissies verder van 137 kiloton in 2007 naar 130 kiloton in 2008. De afname tussen 2007 en 2008 komt vooral door de aanscherping van de bepalingen voor uitrijden van dierlijke mest op bouwland per 2008 (bijdrage 5 kiloton) en in mindere mate verminderd kunstmestgebruik. De aanscherping van deze bepaling houdt in dat boeren de mest nu niet meer in twee werkgangen mogen uitrijden maar verplicht zijn mest direct te injecteren of deze in één werkgang uit te rijden en tegelijk in de grond te brengen.

Voorlopige emissiecijfers voor 2009 laten een geringe stijging van de emissies zien met circa 0,5 kiloton door de groei van de veestapel.

Tabel 1 Gerealiseerde en geraamde emissies van ammoniak in Nederland

Sector 1990 2000 2008 Raming 2010 (vastgesteld beleid) Raming 2020 (vastgesteld beleid) Raming 2020 (voorgenomen beleid) NEC- plafond vanaf 2010
               
Industrie 5 3 2 2 2 2  
Raffinaderijen 8 7 0 0 0 0  
Energiesector 0 0 0 0 0 0  
Afvalverwerking 0 0 0 0 0 0  
Verkeer 1 3 2 2 2 2  
Landbouw 238 140 114 116 102 102  
Huishoudens 9 7 8 9 9 9  
HDO en Bouw 3 3 3 3 3 3  
               
Totaal NEC-sectoren 253 155 130 131 118 118 128
Zeescheepvaart 0 0 0 0 0 0  

Emissies van NH3 mogelijk onderschat

De schatting van de ammoniakemissies uit de landbouw is met onzekerheden omgeven. Er zijn aanwijzingen dat de emissies momenteel enkele kilotonnen worden onderschat. De Milieubalans 2009 vermeldde een mogelijke onderschatting met 5-10 kiloton NH3 (PBL,2009). Het gaat om:

  • een mogelijke onderschatting van emissies uit melkveestallen;
  • aanwijzingen dat voorschriften voor mestaanwending werden overtreden. Bij de berekening wordt uitgegaan van volledige naleving.

Deze bijdragen zijn niet in de Emissieregistratie opgenomen omdat zij nog onvoldoende onderbouwd of gekwantificeerd kunnen worden. Om de omvang van deze bijdragen betrouwbaar te kunnen kwantificeren is nader onderzoek nodig.

Naast bovengenoemde onzekerheden, waarbij het gaat om een onderschatting van emissies, is ook niet goed bekend welke technieken voor mestaanwending in de praktijk worden toegepast. Voor deze bron van onzekerheid is niet bekend welke kant deze uitwerkt. Voor deze bron van onzekerheid geldt dat de landbouwtelling 2010 nieuwe actuelere gegevens zal opleveren. De emissieschatting is nu gebaseerd op onzekere gegevens van de Landbouwtelling 2006.

Tenslotte is er nog onzekerheid over de NH3-emissies die vrijkomen bij de afrijping van gewassen. De exacte omvang van deze bijdrage is nog onzeker en daarom ook nog niet in de Emissieregistratie opgenomen. Een voorlopige schatting gaat uit van een emissie van 5 kiloton (van Pul, 2008). Om de omvang van deze bijdrage betrouwbaar te kunnen kwantificeren is nader onderzoek nodig. Voor de haalbaarheid van het emissieplafond hebben de afrijpingsemissies geen gevolgen omdat deze emissies niet onder de NEC-richtlijn vallen.

Overheid wil emissies melkveehouderij na 2010 verder verminderen

De overheid wil de emissies in de melkveehouderij de komende jaren verder verminderen (Actieplan Ammoniak Veehouderij). Het plan is om melkveehouders vanaf 2012 te verplichten emissiearme stalsystemen toe te passen bij nieuwbouw. Uitvoering van dit plan zal om een aanpassing van het Besluit huisvesting vragen. Een potentieel probleem bij realisatie van deze plannen voor 2012 is dat er nog maar weinig emissiearme stalsystemen voor melkvee in de praktijk zijn getest. In de ramingen – bij vastgesteld beleid en bij voorgenomen beleid – is nog geen rekening gehouden met deze plannen. Wel is de trendmatige ontwikkeling naar schaalvergroting en het meer permanent opstallen van melkvee meegenomen in de raming. Aangenomen is – bij vastgesteld beleid en bij voorgenomen beleid – dat in 2020 30% van het melkvee in emissiearme stallen zal zijn gehuisvest (Hoogeveen et al., in voorbereiding).

Hiernaast is het plan om de inspanningen rond het voerspoor voort te zetten. Door het eiwitgehalte van veevoer te verlagen, neemt de NH3-emissie per koe af. Het ureumgehalte, een maat voor de effectiviteit van het voerspoor, moet volgens afspraken tussen melkveesector en de overheid dalen van 27 in het jaar 2000 tot 20 mg per 100 g melk in 2010. De trend van de afgelopen jaren laat zien dat het melkureumgehalte voor het tweede achtereenvolgende jaar is gedaald maar niet voldoende; in 2009 tot 22.8 mg per 100 g melk.

Beleidsinstrumenten voor beperking veestapel komen te vervallen

De melkquotering en het stelsel van dierrechten voor varkens en pluimvee beperken tot 2015 de omvang van de veestapel. Per 1 april 2015 zullen deze beide systemen komen te vervallen. Er is daarmee vanaf 2015 geen instrument meer om de omvang van de veestapel effectief te beperken. Toch is in de ramingen verondersteld dat de veestapel, ook na 2015, verder zal dalen. Reden is dat de sector onder druk staat omdat de afzetprijzen dalen als gevolg van de liberalisering van de wereldhandel terwijl veehouders in Nederland wel kosten maken voor mestafzet, mestverwerking en emissiearme huisvesting als gevolg van het mest- en ammoniakbeleid. De verwachte en geraamde daling in de veestapel na 2015 is met een aanzienlijke onzekerheid omgeven. Tegenvallers in de omvang van de veestapel zijn niet uit te sluiten.

Emissies van NH3 dalen licht verder na 2010

De emissies van NH3 dalen tussen 2010 en 2020 verder met circa 10% (13 kiloton) naar circa 118 kiloton in 2020 (ECN en PBL, 2010). De emissies van NH3 komen waarschijnlijk enkele jaren na 2010 onder het afgesproken plafond en blijven daaronder tot 2020.

De geraamde emissiedaling van 13 kiloton tussen 2010 en 2020 wordt vooral verklaard door de invoering van emissiearme varkens- en pluimveestallen die in 2013 moet zijn voltooid (8 kiloton), en die voortvloeit uit het Besluit huisvesting. Daarnaast beperkt ook het lokale milieubeleid (fijn stof, geur, ammoniak) de emissies. Voor melkvee is aangenomen dat in 2020 circa 30% van het melkvee in emissiearme stallen zal zijn gehuisvest (Hoogeveen et al., in voorbereiding) tegen 5% rond 2008. Dit zorgt voor een emissiereductie van circa 1 kiloton.

Het lokale milieubeleid (fijn stof, geur, ammoniak) leidt ertoe dat aanvullende emissiebeperkende maatregelen worden getroffen bij varkens- en pluimveestallen, zoals gecombineerde luchtwassers. Gecombineerde luchtwassers zuiveren de stallucht van ammoniak, fijn stof en geur. Met deze luchtwassers neemt de emissie verder af dan verwacht kan worden op grond van de eisen die gesteld worden aan een emissiearme stal. Naar verwachting zal door het lokale milieubeleid circa een derde van het aantal varkens en kippen zich in 2020 in stallen bevinden waar luchtwassers zijn geplaatst. (ECN en PBL, 2010; Hoogeveen et al., 2010).

Relevante informatie