Balans van de Leefomgeving

Sterke daling van het aantal locaties met overschrijding van de luchtkwaliteitsnorm voor stikstofdioxide – bij de meest belaste wegen blijft echter een risico bestaan op normoverschrijding

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Uitvoering van het vastgestelde en voorgenomen beleid zal leiden tot een sterke afname van het aantal wegen met een overschrijding van de luchtkwaliteitsnorm voor stikstofdioxide (NO2). Bij een beperkt aantal wegen in de grote steden blijft er echter een kans bestaan dat de NO2-norm in 2015 niet wordt gehaald. Na 2015 zal het risico op normoverschrijding afnemen omdat de luchtkwaliteit verder zal verbeteren.

Bij uitvoering van het (vastgestelde en voorgenomen) Europese en nationale beleid daalt het aantal wegen met overschrijding van de PM10-norm naar verwachting sterk (Velders et al., 2010). Effecten van lokale maatregelen zijn niet meegenomen in de berekeningen.

Bij uitvoering van het (vastgestelde en voorgenomen) Europese en nationale beleid daalt het aantal wegen met overschrijding van de PM10-norm naar verwachting sterk (Velders et al., 2010). Effecten van lokale maatregelen zijn niet meegenomen in de berekeningen.

Sterke daling van het aantal locaties met overschrijding van de NO2-luchtkwaliteitsnorm door beleid

Om tijdig aan de normen voor luchtkwaliteit te kunnen voldoen, is op 1 augustus 2009 het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) vastgesteld. In dit programma zijn alle vastgestelde en voorgenomen (generieke en lokale) luchtmaatregelen gebundeld. Voor de in het NSL opgenomen maatregelen, vastgesteld en voorgenomen, bestaat een wettelijke uitvoeringsplicht. Vervanging van maatregelen is mogelijk mits de vervangende maatregelen een vergelijkbaar effect hebben. Nederland moet 1 januari 2015 voldoen aan de norm voor NO2.

Met alleen het generieke vastgestelde en voorgenomen beleid, geen rekening houdend met de effecten van lokale maatregelen, zal het aantal locaties met (meer dan 33% kans op) overschrijding van de NO2-norm de komende jaren fors afnemen (Velders et al. 2010). De verwachte daling tussen 2009 en 2015 is circa 80%. Het merendeel van de daling wordt gerealiseerd met het vastgestelde beleid voor de Europese emissienormering voor auto’s. Een klein deel komt voor rekening van het voorgenomen beleid.

Na doorvoering van het (vastgestelde en voorgenomen) generieke beleid resteert in 2015 nog circa 120 km snelweg en 130 km stadsweg waar de norm met (meer dan 33% kans) wordt overschreden. Langs circa 20 km snelweg en 30 km stadsweg komt de concentratie waarschijnlijk boven de NO2-norm uit (kans > 66%, oranje balk in figuur 1). Daarnaast zal langs circa 100 km snelweg en 100 km stadsweg de concentratie rond de NO2-norm uitkomen (kans op normoverschrijding tussen de 33 en 66%, gele balk in de bovenstaande figuur).

De minister van VROM bepaalt in het kader van het NSL welke generieke maatregelen worden meegenomen onder het voorgenomen luchtbeleid. Voorgenomen luchtmaatregelen met een effect op de luchtkwaliteit voor NO2 zijn de invoering van een kilometerheffing en de beperking van de groei van Schiphol (uitvoering advies van de tafel door Alders). Naast deze luchtmaatregelen zijn er ook nog specifieke voorgenomen klimaatmaatregelen met positieve neveneffecten voor de luchtkwaliteit zoals de verdere stimulering van windenergie. Deze maatregelen worden niet meegenomen onder het voorgenomen luchtbeleid.

Met lokaal luchtbeleid komt de NO2-concentratie volgens NSL tijdig op of onder de norm

De beleidsopgave die overblijft na de doorwerking van het generieke beleid zal moeten worden opgelost met lokale maatregelen. Het NSL tracht de inzet van lokale maatregelen jaarlijks zodanig te sturen, dat de luchtkwaliteit op hoogbelaste locaties tijdig voldoet aan de grenswaarden.

De effecten van deze lokale maatregelen (en van lokale ruimtelijke projecten) worden door gemeenten en Rijkswaterstaat jaarlijks zelf berekend, gebruikmakend van gedetailleerde lokale informatie. De meest actuele lokale berekeningen dateren van 2009 en vormden de basis voor het kabinetsbesluit NSL (VROM 2009). Deze berekeningen laten zien dat de NO2-concentratie langs alle snelwegen en stadswegen, in een meteorologisch gemiddeld jaar, tijdig op of onder de norm zal uitkomen. De komende jaren zal moeten blijken in hoeverre de geplande lokale maatregelen ook daadwerkelijk het beoogde effect hebben.

Bij meest belaste wegen blijft een risico bestaan op normoverschrijdingen na 2015

Bij de rekenuitkomsten van het NSL past – wetenschappelijk gezien – een kanttekening. Lokale ramingen van de luchtkwaliteit kennen een onzekerheidsmarge van 15 tot 20%. Daarnaast zijn er nog onzekerheden die verband houden met de jaarlijkse fluctuaties in het weer (zie volgende alinea). Dit betekent dat niet met zekerheid kan worden bepaald of op sterk belaste locaties de NO2-norm daadwerkelijk tijdig haalbaar is. De NSL-rekenuitkomsten laten zien dat er een aantal hoogbelaste stadswegen in de grote steden zijn waar de geraamde concentraties van NO2 in 2011 slechts 1 à 2 µg/m3 (marge van 3-6%) onder de norm liggen. Gezien de grote onzekerheid in lokale ramingen blijft op deze locaties het risico bestaan dat de concentratie niet tijdig onder de norm uitkomt, bijvoorbeeld door een ongunstig meteorologisch jaar of door eventueel tegenvallende effecten van maatregelen (Velders et al., 2009; VROM, 2009). Na 2011 neemt dit risico af aangezien de luchtkwaliteit met de uitvoering van vastgestelde generieke maatregelen verder zal verbeteren.

De gegeven marge van 15 tot 20% houdt overigens geen rekening met de invloed van meteorologische variaties op de concentraties NO2. Jaarlijkse fluctuaties in het weer veroorzaken variaties in de jaargemiddelde concentraties van 5%. De NSL-berekeningen gaan uit van een langjarige gemiddelde meteorologie. In een jaar met ongunstige meteorologische condities kunnen de concentraties NO2 dus circa 5% hoger of lager zijn dan in een jaar met gemiddelde weercondities. Bij sterk belaste locaties komt dit overeen met 2 µg/m3 (Velders et al., 2010; Velders en Matthijsen, 2009), meer dus dan bovengenoemde verschillen tot de norm.

Om het beleid robuuster te maken voor deze tegenvallers, kunnen de betrokken overheden voor de sterk belaste locaties extra maatregelen overwegen, bijvoorbeeld door te sturen op een concentratieniveau dat enkele microgrammen onder de norm ligt. Voor NO2 hebben overheden tot 2015 nog voldoende tijd om extra maatregelen voor te bereiden en te implementeren.

NO2-concentratie hoger dan gedacht door tegenvaller bij wegverkeer

De voor 2015 geraamde grootschalige NO2-concentratie is gemiddeld in Nederland 1,5 ?g/m3 hoger dan vorig jaar. Voor de stedelijke agglomeraties Utrecht en Rotterdam bedraagt dit verschil circa 3 ?g/m3. Dicht bij snelwegen is in 2015 de berekende verhoging circa 3 tot 6 µg/m3.

De belangrijkste reden van de verhoogde concentraties is dat de NOx-emissies van vrachtauto’s hoger zijn dan vorig jaar geschat. Uit metingen van TNO blijkt dat nieuwe vrachtauto’s onder praktijkomstandigheden meer NOx uitstoten dan tijdens de laboratoriumtests die worden gedaan om die auto’s toe te laten tot de Europese markt (Ligterink 2009). Daarnaast stoten Euro-IV-dieselpersoneneauto’s in de praktijk meer NOx uit dan altijd gedacht. Een derde reden is dat uitlaatgassen van binnenvaarschepen een lagere warmte-inhoud blijken te hebben dan in het verleden was aangenomen (Dröge et al. in voorbereiding). Bij een lage warmte-inhoud van het rookgas is de stijging van de pluim uit de schoorsteen minder, waardoor de emissies meer rond het schip blijven hangen en ter plekke voor hogere concentraties zorgen.

Door genoemde tegenvallers bij het verkeer is de lokale saneringsopgave, die overblijft na doorwerking van het generieke beleid, langs snelwegen en stadswegen groter dan vorig jaar geraamd bij vaststelling van het NSL. PBL heeft een eerste indicatieve schatting gemaakt van de gevolgen van deze tegenvaller voor de lokale saneringsopgave. De weglengte met (meer dan 33% kans op) overschrijdingen van NO2-norm neemt voor stadswegen toe van circa 80 km volgens de PBL-berekening van vorig jaar tot 130 km dit jaar en voor snelwegen van circa 50 tot 120 km (Velders et al. 2009; Velders et al. 2010).

In het kader van de jaarlijkse NSL-monitoring zullen gemeenten (voor lokale wegen) en Rijkswaterstaat (voor snelwegen) nader onderzoeken welke gevolgen de tegenvaller heeft voor de lokale saneringsopgave. Uiterlijk 1 oktober zal het Bureau Monitoring NSL de resultaten rapporteren.

Gerealiseerde en geraamde grootschalige NO2-concentratie (gemiddeld over Nederland)

Gerealiseerde en geraamde grootschalige NO2-concentratie (gemiddeld over Nederland)

Kabinet kan kilometerheffing niet zonder meer afschaffen

Voor alle in het NSL opgenomen maatregelen bestaat een wettelijke uitvoeringsplicht. De door het vorige kabinet voorgenomen invoering van een kilometerprijs maakt onderdeel uit van het NSL (VROM 2009). Mocht een nieuw kabinet besluiten deze maatregel later of niet in te voeren, dan zal deze dus moeten worden vervangen door een maatregel met een vergelijkbaar effect op de luchtkwaliteit.

De emissiereductie van kilometerbeprijzing is in het NSL geschat op 0,8 kton NOx en 0,1 kton PM10 in 2015 en 0,9 kton NOx en 0,2 kton PM10 in 2020. Deze inschatting is gebaseerd op invoering van de Nouwen-5-variant tussen 2012 en 2016. In de Nouwen-5-variant wordt de volledige motorrijtuigenbelasting (MRB) en een kwart van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) omgezet in een kilometerprijs van gemiddeld 3,4 eurocent per kilometer. Tevens wordt een spitsheffing ingevoerd van 11 cent per kilometer. De resulterende afname van het personenautoverkeer is geschat op circa 4% in 2015 en circa 5 tot 6% in 2020. De afname van het vrachtverkeer is in beide zichtjaren kleiner dan 1% (Korver et al. 2008).

Het vorige kabinet was voornemens de volledige MRB en BPM om te zetten in een kilometerprijs. Dit leidt voor personenauto’s tot een gemiddeld kilometertarief van circa 6,7 cent per kilometer. Dit kan op lange termijn (10 tot 15 jaar) resulteren in een afname van het personenautogebruik van meer dan 10% (zie ook paragraaf 3.5.2 in de Balans van de Leefomgeving 2010). Ook de emissiedaling valt hierdoor op lange termijn hoger uit dan in het NSL is geschat. Op korte termijn wordt de afname van het autogebruik geschat op 2 tot 6%. De parlementaire besluitvorming over de invoering van de kilometerprijs is na de val van het kabinet Balkenende IV stil komen te liggen omdat de Tweede Kamer het dossier kilometerprijs controversieel heeft verklaard.

NO2-luchtkwaliteit verbetert

Op regionale meetstations is de jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide (NO2) (representatief voor de grootschalige achtergrondconcentratie) in de periode van 1990 tot heden met gemiddeld 0,5 µg/m3 (1,7%) per jaar gedaald (tweede figuur). Op meetstations in binnenstedelijke straten zijn de NO2-concentraties in de periode van 1990 tot heden met gemiddeld 0,7 µg/m3 (1,3%) per jaar gedaald. Het verloop van de gemiddelde concentratie is bepaald aan de hand van een vaste set van stations die gedurende de gehele meetreeks beschikbaar waren.

Op meetstations in binnenstedelijke straten zijn er geen aanwijzingen dat het tempo van daling van de NO2-concentratie sinds 2000 is afgenomen in vergelijking tot de periode 1990 tot 2000. Op regionale meetstations lijkt het tempo van concentratiedaling na 2000 wel af te nemen.

Met het vastgestelde en voorgenomen beleid daalt de grootschalige NO2-concentratie in Nederland na 2020 naar verwachting verder, met circa 0,5 µg/m3 (3%) per jaar tussen 2010 en 2020 (Velders et al., 2010). Aanname is dat de introductie van de Euro-VI-emissienormen voor personen-, bestel- en vrachtauto’s het beoogde effect zal hebben. De verwachting is dat de typekeuring Voor Euro-VI-auto’s uiteindelijk zo wordt vastgesteld dat de praktijkemissies goed overeenkomen met de norm.

Referenties

  • Dröge R., B. Jansen, J.H.J. Hulskotte, A.J.H. Visschedijk en D.C. Heslinga (in voorbereiding) Verbetering en onderbouwing van de emissiekarakteristieken van individueel en collectief geregistreerde bronnen, TNO Bouw en Ondergrond, Utrecht
  • Korver W., M. Jagersma, E. Jägers en M.J. Wilmot (2008). Technische achtergronddocumentatie Saneringstool versie 2.22, Publicatienummer VRO026/Kvw/0149, Goudappel Coffeng, Deventer.
  • Ligterink, N., R. de Lange, R. Vermeulen en H. Dekker (2009). On-road NOx emissions of Euro-V trucks, Rapportnummer MON-RPT-033-DTS-2009-03840, TNO, Delft.
  • PBL (2009). Milieubalans 2009. Publicatienummer 500081015, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven.
  • Velders, G.J.M., J.M.M. Aben, W.F.Blom, H.S.M.A. Diederen, G.P. Geilenkirchen, B.A. Jimmink, A.F. Koekoek, R.B.A. Koelemeijer, J. Matthijsen, C.J. Peek, F.J.A. van Rijn, M.W. van Schijndel, O.C. van der Sluis en W.J. de Vries (2009). Concentratiekaarten voor grootschalige luchtverontreiniging in NederlandRapportage 2009. Publicatienummer 500088005/2010, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven.
  • Velders, G.J.M. en J. Matthijsen (2009). Meteorological variability in NO2 and PM10 concentrations in the Netherlands and its relation with EU limit values. Atmospheric Environment 43, 3858-3866.
  • Velders, G.J.M., J.M.M. Aben, H.S.M.A. Diederen, E. Drissen, G.P. Geilenkirchen, B.A. Jimmink, A.F. Koekoek, R.B.A. Koelemeijer, J. Matthijsen, C.J. Peek, F.J.A. van Rijn en W.J. de Vries (2010). Concentratiekaarten voor grootschalige luchtverontreiniging in Nederland – Rapportage 2010. Publicatienummer 500088006/2010, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven.
  • VROM (2009). Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Ministerie van VROM, Den Haag.

Relevante informatie