Balans van de Leefomgeving

Emissies van fijn stof (PM10) sinds 1990 met 55% gedaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Sinds 1990 zijn de emissies van direct uitgestoten fijn stof (PM10) met circa 55% gedaald. Met het vastgestelde beleid komen de geraamde emissies van PM10 in 2010 uit op circa 30 kiloton. Voor PM10 bestaat er geen nationaal emissieplafond. Bij de herziening van de NEC-richtlijn zal waarschijnlijk wel een emissieplafond voor de fijnere fractie van fijn stof (PM2.5) worden vastgesteld.

Gerealiseerde en geraamde emissies van fijn stof (PM10).

Gerealiseerde en geraamde emissies van fijn stof (PM10).
Tussen 1990 en 2008 is de PM10-emissie met 55% gedaald, door milieuregelgeving voor industriële installaties en auto's (Euronormen).

Tussen 1990 en 2008 is de PM10-emissie met 55% gedaald, door milieuregelgeving voor industriële installaties en auto’s (Euronormen).

Emissie PM10 in 2010 geraamd op circa 30 kiloton

De geraamde emissie van direct uitgestoten PM10 in 2010 bedraagt met het vastgestelde beleid circa 30 kiloton (ECN en PBL 2010). PM10 is het stof met een doorsnee kleiner dan 10 micrometer. In 2008 bedroeg deze emissie 33 kiloton. De afname van 3 kiloton in twee jaar komt grotendeels door het schoner worden van het wegverkeer (2 kiloton, roetfilters) en het overschakelen op gas bij raffinaderijen (1 kiloton).

Het voorgenomen beleid heeft geen invloed meer op emissies in 2010. Voor PM10 bestaat er geen nationaal emissieplafond. Bij de herziening van de NEC-richtlijn komt er waarschijnlijk wel een emissieplafond voor de fijnere fractie van fijn stof (PM2,5).

Vergelijking met raming uit de Milieubalans 2009

De geraamde emissie van PM10 in 2010 is met 2,4 kiloton omlaag bijgesteld ten opzichte van de raming (PBL 2009). Dit komt door een lagere inschatting van stalemissies in de veehouderij. Daarnaast zijn de emissies door verkeer met circa 0,4 kiloton omlaag bijgesteld en die van de industrie met eenzelfde aantal kiloton naar boven.
De emissiefactoren voor veehouderijbedrijven, zoals gebruikt in de raming, sluiten nu aan op de door VROM vastgestelde emissiefactoren fijn stof voor de veehouderij (VROM 2009).

Emissies van PM10 circa 55% gedaald sinds 1990

In 1990 werd nog ongeveer 71 kiloton PM10 uitgestoten. In 2008 is dit gedaald tot 33 kiloton (tabel 1). De afname in emissies met 55% is vooral te danken aan regelgeving die gericht is op het stellen van eisen aan emissies en/of aan het gebruik van best beschikbare technieken.

De daling heeft vooral plaatsgevonden bij de bedrijven en het (weg)verkeer. De afname bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) wordt vooral verklaard door de milieuregelgeving, waaronder de Nederlandse Emissie Richtlijn Lucht (NER) en het Besluit Emissie-Eisen Stookinstallaties (BEES). Dit heeft geleid tot maatregelen zoals procesaanpassingen en een toename van het gebruik van filters. Daarnaast zijn de bedrijven overgeschakeld op schonere brandstoffen. De daling bij het wegverkeer is vooral het gevolg van de aanscherping van Europese emissie-eisen aan nieuwe auto’s.

Tabel 1 Gerealiseerde en geraamde emissies van PM10 in Nederland (in kiloton)

Sector 1990 2000 2008 Raming 2010 (vastgesteld beleid) Raming 2020 (vastgesteld beleid) Raming 2020 (voorgenomen beleid) NEC- plafond vanaf 2010
               
Industrie 29 10 8 8,4 9,2 7  
Raffinaderijen 6 3 1 0,5 0,5 0,5  
Energiesector 1 0 0 0,3 0,5 0,5  
Afvalverwerking 1 0 0 0,0 0 0  
Verkeer 21 14 11 8,7 5,8 5,6  
Landbouw 6 6 7 6,6 6,7 6,7  
Huishoudens 4 4 3 3,4 3,6 3,6  
HDO Bouw 3 3 2 2,2 2,6 2,5  
               
Totaal NEC-sectoren 71 40 33 30,1 28,9 26,4 geen
Zeescheepvaart 6 8 6 7,1 4,1 4,1  

Na 2010 dalen de emissies van PM10 verder, maar reductietempo neemt af

De emissies dalen tussen 2010 en 2020 verder met circa 4% (1,2 kiloton), maar minder dan in de periode daarvoor (ECN en PBL 2010). Tussen 1990 en 2000 daalden de emissies met circa 44% (31 kiloton). Voor de periode 2000-2010 wordt met het vastgestelde beleid een daling verwacht van 25% (10 kiloton).

Na 2010 dalen de emissies vooral bij het verkeer, met circa 3 kiloton, als gevolg van de verdergaande aanscherping van emissie-eisen aan nieuwe vracht- en personenauto’s. Het betreft hier de verwachte emissievermindering bij vastgesteld beleid. De uitlaatemissies nemen sterker af, maar door de groei van het wegverkeer nemen emissies door slijtage van banden, remmen en wegdek toe. Bij de bedrijven (industrie, energiesector en raffinaderijen) wordt na 2010 met het vastgestelde beleid een toename in emissies verwacht, met 1 kiloton, als gevolg van de groei van de economie.

Als ook rekening wordt gehouden met het voorgenomen beleid, dat is het actieplan voor fijn stof voor bedrijven en de invoering van een kilometerprijs, daalt de emissie in 2020 met een extra 2,5 kiloton tot 26,4 kiloton. In dit geval wordt voor de periode 2010-2020 een emissiedaling verwacht van 15%, bij 5% met vastgesteld beleid. Onbekende effecten van voorgenomen maatregelen bij pluimveestallen met normoverschrijding zijn in deze ramingen niet meegenomen.

Bij de zeescheepvaart lift de daling van PM10-emissies mee op het overschakelen naar brandstoffen met een lager zwavelgehalte. De emissies van de zeescheepvaart vallen niet onder de NEC-richtlijn en tellen dus niet mee bij het nationale emissietotaal. De emissies door zeescheepvaart op de Noordzee vallen niet onder de NEC-richtlijn en tellen dus niet mee bij de emissies die aan Nederland worden toegerekend.

Referenties

  • PBL (2009). Milieubalans 2009. Publicatienummer 500081015, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven.
  • ECN en PBL (2010). Referentie emissies en energie 2010-2020. Rapportnummer ECN-E–10-004, ECN/PBL, Petten/Bilthoven.
  • VROM (2009). Meten en Rekenen – Invoergegevens 2009. Emissiefactoren fijn stof voor de veehouderij. http://www.vrom.nl/pagina.html?id=35627

Relevante informatie