Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Onduidelijk of doel voor chemische waterkwaliteit wordt gehaald. Doel voor ecologische waterkwaliteit wordt niet gehaald

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het is niet duidelijk of het beleidsdoel voor de chemische kwaliteit (alle waterlichamen hebben goede chemische toestand) in 2015 binnen bereik komt.
Het beleidsdoel voor de ecologische kwaliteit (alle waterlichamen hebben de toestand ‘goed’ ) wordt in 2015 niet gehaald.

Prioritaire stoffen en overige stoffen met EU-norm (2009; bron: Rijkswaterstaat)

Prioritaire stoffen en overige stoffen met EU-norm (2009; bron: Rijkswaterstaat)
Ecologische toestand (2009; bron: Rijkswaterstaat)

Ecologische toestand (2009; bron: Rijkswaterstaat)

Doelbereiking chemische toestand in 2015 onduidelijk

Doel van het milieubeleid voor water is dat in 2015 alle waterlichamen in een goede chemische en ecologische toestand verkeren.
De beoordeling van de chemische toestand vindt plaats aan de hand van de stoffen als genoemd in de Richtlijn prioritaire stoffen (2008/105/EG) en volgens de procedure als vastgelegd in het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water (VROM 2009). De goede, chemische toestand voor oppervlaktewaterlichamen wordt uitsluitend bepaald door stoffen, waarvoor Europees vastgestelde milieukwaliteits-normen gelden (in totaal 41 stoffen waarvan 33 uit de Richtlijn prioritaire stoffen).
In 2009 hadden van de waterlichamen in de stroomgebieden Maas en Rijndelta respectievelijk 68% en 73% een beoordeling goed. Bij de stroomgebieden Schelde en Eems waren deze percentages zelfs 89% en 93%.

Het aantal stoffen dat tot de bovenvermelde beoordeling van de chemische toestand leidt, varieert van 1 in het Eems-stroomgebied tot 7 in het stroomgebied Maas (VenW 2009c).

Er mag in de planperiode (2009-2015) geen achteruitgang in kwaliteit plaatsvinden. De beoordeling hiervan wordt niet gebaseerd op een vergelijking met eerdere monitoringsronden omdat resultaten van jaar tot jaar door toevallige omstandigheden kunnen verschillen. In het Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009 is aangegeven op welke manier de monitoringsresultaten moeten worden beoordeeld.
Het effect van het in gang gezette KRW-beleid op de chemische toestand van waterlichamen in 2015, is in Nederland en in de bovenstrooms gelegen landen niet geanalyseerd (PBL 2008). Of de chemische toestand van de waterlichamen dan overal goed is, kan niet worden vastgesteld.

Ecologische doelstelling 2015 in 25% van de waterlichamen bereikt

Doel is dat in 2015 alle waterlichamen in een ecologische goede toestand komen te verkeren. De ecologische kwaliteit van waterlichamen mag in de planperiode bovendien niet achteruitgaan.
Net als in voorgaande jaren (2007/2008) laten de monitoringsresultaten van 2009 zien dat de ecologisch goede toestand in heel beperkte mate wordt gerealiseerd. Opgemerkt zij dat het zeer strenge principe one out, all out aan deze beoordeling ten grondslag ligt.
Op basis van de maatregelen die zijn genoemd in de stroomgebiedbeheerplannen (VenW 2009) is de verwachting dat hooguit 25% van de waterlichamen in 2015 in een goede ecologische toestand zal verkeren. Het beleid tot 2015 bestaat overigens voor meer dan 70% uit bestaand beleid (PBL 2009).
Deze verwachting van 25% doelbereik in 2015 is echter onzeker omdat de beleidsuitgangspunten die Nederland hanteert bij de uitvoering van het KRW-beleid knellend zijn. De KRW-maatregelen moeten namelijk voldoen aan een aantal randvoorwaarden: ze moeten haalbaar en betaalbaar zijn, rekening houden met bestaande gebruiksfuncties en eventuele grondverwerving (bijvoorbeeld voor hydromorfologische verbetering) mag alleen op vrijwillige basis plaatsvinden. In deze verwachting is het effect van het vierde actieprogrmma Nitraatrichtlijn nog niet meegenomen.

Oordeel ecologie wordt door verschillende factoren bepaald

Het oordeel over de ecologie wordt in belangrijke mate bepaald door de biologische toestand. Deze bestaat uit vier kwaliteitselementen, namelijk algen, waterplanten, macrofauna en vissen. De huidige toestand scoort het laagst op doelen voor waterplanten en macrofauna.
Andere factoren zijn hydromorfologische en fysisch chemische parameters.
Van bijna 60% van de waterlichamen zijn de fysisch-chemische condities in 2009 ontoereikend tot slecht. Nutriƫnten spelen hierbij een belangrijke rol. circa 50% van de waterlichamen voldoet niet aan de normen voor stikstof en fosfor (VenW 2010). De nutriƫntenbelasting van het oppervlaktewater per stroomgebied komt voor circa 40-60% uit de landbouw (VenW 2010). Niet alleen het terugdringen van de fosforbelasting maar ook van de stikstofbelasting is belangrijk voor herstel van de biodiversiteit in watersystemen en het bereiken van een goede ecologische toestand (Loeb & Verdonschot 2009).

Referenties

  • Loeb R. en P.F.M. Verdonschot (2009) Compexiteit van nutriĆ«ntenlimitaties in oppervlaktewateren. WOt werkdocument 128.
  • PBL (2008) Kwaliteit voor Later. Ex ante evaluatie Kaderrichtlijn Water.
  • PBL (2009) Review van het ontwerp-Nationaal Waterplan
  • Rijkswaterstaat; http://www.rijkswaterstaat.nl
  • VenW (2009) Stroomgebiedbeheerplannen Eems, Rijndelta, Maas en Schelde
  • VenW (2010) Water in beeld 2010
  • VROM (2009) Besluit kwaliteitseisen en monitoring water 2009

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Rijkswaterstaat

Berekeningswijze

Zie Compendium vd Leefomgeving, indicator Ecologische kwaliteit oppervlaktewater, 2009 (1438)