Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Doel stikstof- en fosfaatoverschot landbouw bijna bereikt

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het stikstof- en fosfaatoverschot van de landbouwsector neemt af. De doelen voor stikstof in 2013 (360 miljoen kg) en voor fosfaat in 2010 (55 miljoen kg) komen binnen bereik.

Stikstofoverschot van de landbouw (CBS, 2009)

Stikstofoverschot van de landbouw (CBS, 2009)
Fosfaatoverschot van de landbouw (CBS, 2009)

Fosfaatoverschot van de landbouw (CBS, 2009)

Doelen stikstof- en fosfaatoverschot haalbaar met het vastgestelde beleid

De huidige overschotten (2007) op de sectorbalans van de landbouw zijn voor stikstof 388 miljoen kg en voor fosfaat 64 miljoen kg. Het doel voor stikstof is 360 miljoen kg in 2013 en voor fosfaat 55 miljoen kg in 2010. Het gat met de doelstelling voor stikstof in 2013 en fosfaat in 2010 bedraagt respectievelijk 28 en 9 miljoen kg. Voor stikstof moet deze afname in zes jaar worden gerealiseerd. Voor fosfaat gaat het om 9 miljoen kg in drie jaar Figuur 1). Met de doorwerking van de mestregelgeving in de periode 2006-2009 voor fosfaat (derde actieprogramma Nitraatrichtlijn) en de vastgestelde mestregelgeving voor de periode 2010 tot en met 2013 voor stikstof (wijziging Meststoffenwet op basis van het vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn) zullen deze reducties naar verwachting realiseerbaar zijn.

Mestbeleid leidt tot lagere nutriëntenoverschotten

Het overschot op de nationale landbouwbalans is het verschil tussen door de aanvoer van nutriënten via veevoer, kunstmest en depositie en de afvoer van agrarische producten uit de veehouderij en de akker- en tuinbouw. De afvoer van al dan niet bewerkte dierlijke mest uit de veehouderij naar sectoren buiten de landbouw en naar het buitenland wordt de laatste jaren steeds groter.
De aanvoer van kunstmest, veevoer en depositie en de afvoer van mest worden direct of indirect beïnvloed door het mestbeleid.
De mestregelgeving voor de periode 2010 tot en met 2013 (vierde actieprogramma Nitraatrichtlijn; Tweede Kamer, 2009) dwingt bedrijven tot een betere benutting van mineralen in veevoer en dierlijke mest. Dit heeft tot gevolg dat er aan de aanvoerkant van de landbouwbalans minder nutriënten via veevoer zullen worden aangevoerd en dat er minder kunstmest zal worden gebruikt. Recente informatie over het gebruik van kunstmest laat zien dat voor zowel stikstof als fosfaat dit gebruik is afgenomen, vermoedelijk mede door de stijgende kostprijs hiervan. (LEI 2010)
Het emissiebeleid voor stikstof (ammoniak uit de landbouw en andere stikstofbronnen) heeft tot gevolg dat de emissie en daarmee ook de depositie van stikstof geleidelijk zullen afnemen.

Doelstelling evenwichtsbemesting voor fosfaat bijgesteld

In de begroting van 2009 en 2010 staat voor fosfaat nog als doel om in 2015 evenwichtsbemesting te bereiken (mestgift is dan gelijk aan de gewasafvoer plus een onvermijdelijk verlies van maximaal 5 kg/ha) . Evenwichtsbemesting is als zodanig niet in termen van een nationaal overschot vertaald. Bovendien wordt in het nieuwe stelsel van fosfaatgebruiksnormen met ingang van 2010 rekening gehouden met de hoeveelheid fosfaat in de grond. De nieuwe gebruiksnorm hangt af van de fosfaattoestand. Onderscheid is gemaakt in drie klassen: laag, neutraal en hoog. Op gronden met een relatief lage fosfaattoestand mag bijvoorbeeld veel meer fosfaat worden gegeven dat met het geoogste gewas wordt afgevoerd. Streven is dat landbouwgronden uiteindelijk een fosfaattoestand bereiken zoals geadviseerd in de bemestingsadviezen.
Hiermee is de doelstelling van evenwichtsbemesting in 2015 niet meer actueel. De indicatieve gebruiksnormen van 2015 betekenen niet dat fosfaatophoping in de bodem tot staan komt en leiden maar beperkt tot het verminderen van de fosfaatvoorraad in gronden waarin veel fosfaat is opgehoopt.

Afgesproken mestplafond 2002 is in 2008 voor fosfaat overschreden

Als onderdeel van de derogatie die Nederland in 2005 kreeg om meer stikstof dan 170 kg/ha uit dierlijke mest van graasdieren op bedrijven met ten minste 70% grasland te mogen toedienen, is met de Europese Commissie afgesproken om de productie van stikstof en fosfor door de Nederlandse veestapel aan een plafond te binden: de productie mag niet boven het niveau van 2002 uitkomen. In oktober 2009 bleek uit cijfers van het CBS dat de fosfaatproductie in 2008 3 miljoen kg hoger (1,7%) was uitgevallen (LNV 2010). Er bestaat momenteel geen regelgeving om dit productieplafond precies te handhaven. De minister van LNV verwacht echter dat de fosfaatproductie door de veehouders zal worden beperkt door onder andere het treffen van veevoermaatregelen. Als deze leiden tot het verminderd gebruik van krachtvoer zal dit een direct effect hebben op de sectorbalans. Er bestaan momenteel wel technische mogelijkheden tot verlaging (LR 2010), maar er zijn nog onvoldoende prikkels om een verdere verlaging van de fosfaatgehalten in veevoer door te voeren.

Referenties

  • CBS Statline (2009) Mineralen in de landbouw (sectorbalans)
  • LEI (2010) Bodemoverschotten, kunstmestverbruik en gebruik dierlijke mest voor melkveebedrijven en akkerbouwbedrijven voor de jaren 1986-2008 ( Bedrijven Informatie Net, BIN)
  • LNV (2010) Voortgang uitvoering mestbeleid. Brief aan de Tweede Kamer van 23 maart 2010
  • LR (2010) Effect van fosforverlaging in melkveerantsoenen en varkensvoeders op fosfaatexcretie via de mest. Rapport 324 Livestock Research Wageningen UR, januari 2010.
  • Tweede Kamer (2009), Vergaderjaar 2008-2009, 28385, nr 132 (bijlage 1). Vierde Nederlandse Actieprogramma betreffende de Nitraatrichtlijn (2010-2013).

Relevante informatie