Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2010

Recreatief aanbod voor wandelen en fietsen, 2000-2006

Het aanbod aan recreatiemogelijkheden is het grootst in het zuiden en oosten van Nederland en aan de kust (duinen). In de periode 2003-2006 bleef het aanbod in vrijwel heel Nederland gelijk, met plaatselijk een toe- of afname.

aanbod wandelmogelijkheden 2000-2003

aanbod wandelmogelijkheden 2000-2003
aanbod fietsmogelijkheden 2000-2003

aanbod fietsmogelijkheden 2000-2003
aanbod wandelmogelijkheden 2003-2006

aanbod wandelmogelijkheden 2003-2006
aanbod fietsmogelijkheden 2003-2006

aanbod fietsmogelijkheden 2003-2006

Ligging recreatieplaatsen

Het aantal recreatieplaatsen is het aantal mensen waaraan dagelijks de gelegenheid wordt geboden om aan de betreffende activiteit deel te nemen (De Vries, 2004). Gemiddeld ligt het aantal recreatieplaatsen per km2 in Nederland voor wandelen op 112 en voor fietsen op 82. De regio’s met een relatief groot aanbod zijn vooral de zandgronden in het midden, oosten en zuiden van Nederland en de duinenrij in West-Nederland. De geringere mogelijkheden in de Randstad zijn mede een gevolg van het ontbreken van bossen in deze regio, een grondgebruik met een relatief hoge opvangcapaciteit. Een hoge opvangcapaciteit wil zeggen dat veel mensen er gebruik van kunnen maken zonder dat ze elkaar fysiek of visueel hinderen.

Ontwikkeling aanbod recreatieplaatsen

In de periode 2003-2006 is het aanbod in het grootste deel van Nederland gelijk gebleven, zeker voor de fietsmogelijkheden. Bij de fietsmogelijkheden is er nauwelijks sprake van een toename. Op enkele plaatsen, waaronder in de Randstad, is wel sprake van een lichte afname van de fietsmogelijkheden. Bij de wandelmogelijkheden is de toename in Groningen, Friesland en enkele plaatsen in de Randstad opvallend. Dit zijn regio’s die onder het gemiddelde scoren en waar de situatie qua aanbod dus is verbeterd. In de Randstad is er sprake van groei in de gemeente Haarlemmermeer (aanleg van het Floriadepark zal hier aan hebben bijgedragen), maar in het Groene Hart en de provincie Utrecht zijn ook gemeenten met een afname. Deze afname is (waarschijnlijk) het gevolg van voortgaande verstedelijking. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het absolute aanbod in de Randstad beperkt is, waardoor een kleine verandering procentueel gezien groot is.

Beleid vergroten toeristisch-recreatieve mogelijkheden

Een van de doelen van de Nota Ruimte (2004) is dat de toeristisch-recreatieve mogelijkheden vergroot dienen te worden. De rijksoverheid wil dit doel bereiken door provincies en gemeenten te vragen rood en groen integraal te ontwikkelen, zodat rood en groen in balans blijven. Bovendien stelt de rijksoverheid geld beschikbaar tot 2013 voor verwerving en (her)inrichting van groen in en om de steden (Investeringsbudget stedelijke vernieuwing (ISV), onderdeel grootschalig groen om steden in Agenda Vitaal Platteland). Bovendien wil het Rijk dat de toegankelijkheid wordt verbeterd, onder andere door een kwalitatieve verbetering van bestaande routenetwerken voor wandelen, fietsen en varen. Daarnaast financiert het Rijk de aanleg van recreatieve routes in de Ecologische Hoofdstructuur en Nationale landschappen en faciliteert en stimuleert het Rijk andere overheden bij het vergroten van de toegankelijkheid van landbouwgronden door kennisontwikkeling en kennisverspreiding. 

Referenties

Relevante informatie

Naam van het gegeven

Recreatief aanbod voor wandelen en fietsen

Omschrijving

Aanbod van mogelijkheden voor wandelen en fietsen in de omgeving van de woning (eenheid: recreatieplaatsen) (gemiddelde per gemeente).

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving

Berekeningswijze

De berekeningen voor deze indicator maken gebruik van een basisbestand voor het model AVANAR (Alterra). Met behulp van CBS bodemstatistiek en enkele aanvullende bestanden over bodemgebruik wordt eerst een naar bodemgebruik gewogen opvangcapaciteit voor wandelen en fietsen berekend. Deze is gebruikt om het aanbod in een straal van 5 kilometer van de woning te berekenen.

Basistabel

CBS-bodemstatistiek; model AVANAR

Geografisch verdeling

Gemeenten

Andere variabelen

Verschijningsfrequentie

Iedere 3 jaar

Achtergrondliteratuur

Zie ‘referenties’ en ‘overige relevante informatie’

Opmerking

Let op: indicator is niet vergelijkbaar met die in de MNR 1 en 2 en het MNC:- Andere normafstanden, verschillend voor wandelen en fietsen- wandelen en fietsen nu gesplitst

Betrouwbaarheidscodering