Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2012

Eigentijds leefomgevingsbeleid vraagt om consistente visie en stellingname van het Rijk

De Rijksoverheid staat voor grote uitdagingen op het gebied van de leefomgeving. Tegelijkertijd is zij doordrongen van de beperkingen van haar sturingsmacht. De overheid kan proberen om veranderingen door te voeren in de bestaande maatschappelijke systemen, maar dient zich daarbij wel rekenschap te geven van het feit dat deze ingaan tegen een aantal gevestigde belangen en dus weerstanden zullen
oproepen. Het is daarom zaak om andere actoren (andere overheden, bedrijven en burgers) te faciliteren en te stimuleren bij het realiseren van publiek gestelde doelen. Dit vraagt om een duidelijke visie en rolopvatting van de Rijksoverheid.

Een heldere visie van de Rijksoverheid op wat van belang is voor een duurzame ontwikkeling van de samenleving, en consequent vasthouden aan deze visie, kan leiden tot een grotere actie- en investeringsbereidheid van maatschappelijke partijen. Zo’n visie biedt houvast voor kortetermijnbeslissingen over de investeringen die nodig zijn voor een duurzame verbetering van de leefomgeving op de langere termijn. Op de volgende gebieden en manieren is winst te behalen:

  • Energie: Om in 2050 over een CO2-arm energiesysteem te kunnen beschikken, is het zaak nu een samenhangende visie te ontwikkelen op zo’n CO2-arm energiesysteem, met de daarbij behorende (langetermijn)doelen en een voorspelbaar, consistent beleid. Alleen dan kan een geschikt investeringsklimaat ontstaan voor schone groei. Mede omdat zo’n samenhangende visie ontbreekt, zijn veel marktpartijen momenteel terughoudend om te investeren in de benodigde innovatieprocessen. De visie kan voortbouwen op het inzicht dat een CO2-arm energiesysteem voor Nederland vier robuuste elementen kent: 1) energiebesparing, 2) inzet van biomassa, 3) koolstofarme elektriciteitsproductie en 4) afvang en opslag van CO2 (CCS). Omdat duurzame biomassa beperkt beschikbaar is, past een grootschalige bijstook met biomassa van elektriciteitscentrales op termijn niet binnen een dergelijke visie. Tot slot dient bij het ontwikkelen van de visie rekening te worden gehouden met de strategieën van de omringende landen.
  • Voedsel: Een duidelijke en consistente stellingname van de overheid over de richting en de ambitie van een duurzaam voedselsysteem kan partijen in de voedselketen eerder in beweging zetten. De stellingname door de overheid kan aan kracht winnen als zij regelgeving in het vooruitzicht stelt en deze voor alle partijen hanteert en handhaaft. Als partijen weten waar ze aan toe zijn, zijn ze eerder bereid te investeren in verduurzaming; hun afbreukrisico is dan minder groot. Handhaving van regelgeving is cruciaal voor het vertrouwen van ketenpartijen in het handelen van de overheid.
  • Bereikbaarheid: Naast de huidige aandacht voor de kwaliteit van verbindingen (‘reissnelheid’) is meer aandacht nodig voor het sturen op ‘nabijheid’ van herkomsten en bestemmingen en voor het beperken van de behoefte aan mobiliteit. Beprijzing biedt een doelmatige benadering voor het mobiliteitsvraagstuk.
  • Ruimte: Strategische ruimtelijke visies helpen om de ruimteclaims voor natuur, water, landbouw, energie en bereikbaarheid tegen elkaar af te wegen. Dergelijke visies kunnen op nationaal of regionaal niveau worden geformuleerd. Zij kunnen de effectiviteit en de doelmatigheid van het sectorale beleid ten aanzien van de waterkwaliteit, de natuur en de landbouw aanzienlijk vergroten.