Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2012

Een alternatieve indicator voor bereikbaarheid

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Bereikbaarheid gedefinieerd in termen van ‘reissnelheid’ (conform de SVIR) betekent dat het westen het slechtst bereikbaar is en het noorden, oosten en zuiden het beste bereikbaar zijn. De verschillen zijn echter beperkt. Snel reizen is echter niet hetzelfde als snel op de bestemming komen. Wordt de ruimtelijke verdeling van herkomsten en bestemmingen meegenomen in de definitie van bereikbaarheid, dan blijken er in het westen substantieel meer bestemmingen binnen bereik te liggen dan elders in het land.

Bereikbaarheid gedefinieerd in termen van alleen 'reissnelheid' of inclusief de ruimtelijke verdeling van herkomsten en bestemmingen.

Bereikbaarheid gedefinieerd in termen van alleen ‘reissnelheid’ of inclusief de ruimtelijke verdeling van herkomsten en bestemmingen.

Bereikbaarheid volgens het huidige beleid (SVIR)

In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, de SVIR (IenM 2012) zijn de meest recente beleidsvoornemens voor bereikbaarheid beschreven. Deze visie staat ten dienste van een concurrerend en bereikbaar Nederland, en de doelen waarvoor een betere bereikbaarheid een middel dient te zijn, zijn er helder in verwoord: meer concurrentiekracht en een betere ruimtelijk-economische structuur. De gebruiker staat centraal.
In de SVIR is bereikbaarheid gedefinieerd als ‘de moeite uitgedrukt in tijd en kosten per kilometer die het gebruikers van deur tot deur kost om hun bestemming te bereiken’. De af te leggen afstand wordt in deze definitie buiten beschouwing gelaten. De bereikbaarheidsindicator in de SVIR weerspiegelt de snelheid van verplaatsen en moet helpen de effectiviteit van maatregelen te beoordelen. Op de kaart links is de bereikbaarheid weergegeven volgens deze indicator, waarin de nadruk ligt op de snelheid van verplaatsen (als gewogen gemiddelde over alle modaliteiten).

Alternatieve indicator

Wanneer een brede definitie van bereikbaarheid wordt gehanteerd (bereikbaarheid als het resultaat van de confrontatie tussen de wens of behoefte tot deelname aan activiteiten en de hiervoor beschikbare herkomsten/bestemmingen, vervoersopties en de onderlinge afstemming daartussen), ontstaat er namelijk een totaal ander beeld van hoe de staat van de bereikbaarheid in Nederland is dan wanneer snelheid als dominant beoordelingskader wordt gebruikt (de insteek van het kabinet-Rutte). Op de kaart rechts is de bereikbaarheid weergegeven als combinatie van nabijheid en reissnelheid (ook hier als gewogen gemiddelde over alle modaliteiten).

De twee indicatoren vergeleken

Wanneer bereikbaarheid wordt beoordeeld op basis van de te halen reissnelheid, dan resulteert dat in relatief hogere scores in de periferie en relatief lagere in het westen. Volgens de ‘bredere’ alternatieve indicator liggen juist in het westen de meeste banen binnen bereik, rekening houdend met de ruimtelijke spreiding van banen en de haalbare snelheid van verplaatsen. De werkgelegenheidsverdeling over Nederland is hierbij zeer bepalend. De verschillen in reissnelheid zijn veel minder relevant. De snelheid ligt in de Randstad wel wat lager, maar de grotere nabijheid van banen weegt daar ruimschoots tegenop. Kortom, de nabijheid van bestemmingen is veruit dominant boven de verschillen in reissnelheid binnen Nederland. In feite komt het erop neer dat daar waar sneller kan worden gereisd, mensen ook verder moeten reizen, en daar waar mensen niet zo ver hoeven te reizen, de verplaatsingen gemiddeld langzamer gaan.

Referenties

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Danielle Snellen