Balans van de Leefomgeving

Openbaar vervoer-, auto- en multimodale ontsluiting woongebieden

Het aandeel inwoners dat goed of afdoende ontsloten is per openbaar vervoeren of per auto is tussen 2000 en 2010 licht gestegen. Dat kwam door de opening van nieuwe stations en op- en afritten. Het aantal inwoners is in de periode 2000-2010 vooral op multimodale locaties en op autolocaties gegroeid, en is licht afgenomen op openbaar vervoerlocaties. De toename op multimodale locaties blijkt het gevolg te zijn van de ontsluitingsmaatregelen als aanleg van nieuwe stations en op- en afritten. De Randstad, Arnhem/ Nijmegen en Limburg kennen relatief veel multimodale locaties. Groningen, Friesland, Overijssel en Noord-Holland kennen relatief veel OV-locaties. Friesland, Drenthe en Noord-Brabant kennen relatief veel autolocaties.

Verandering ontsluiting inwoners naar type locatie. Bron: PBL

Inwoners Ontsluitingper OV Ontsluiting per auto 2000 2010 2000-2010 door nieuwe stations/ afritten door nieuwe woningen bij bestaande stations/ afritten
Naar OVontsluiting +   7,2% 7,6% +0,4% +0,5% +0,0%
  O   45,1% 45,8% +0,8% +1,3% -0,6%
    47,7% 46,5% -1,2% -1,8% +0,6%
Naar Autoontsluiting   + 12,8% 13,4% +0,6% +0,7% -0,1%
    O 25,1% 26,7% +1,6% +1,3% +0,3%
    62,1% 59,9% -2,2% -2,0% -0,2%
Naar multimodale ontsluiting          
Multimodale locatie + + 1,2% 1,1% -0,1% 0,0% 0,0%
  + O 2,4% 2,7% 0,3% 0,3% 0,0%
  O + 7,7% 8,1% 0,4% 0,6% -0,2%
  O O 14,4% 15,1% 0,7% 0,8% -0,1%
  Totaal totaal 25,8% 27,0% 1,2% 1,6% -0,3%
OV locatie + 3,8% 3,8% 0,0% 0,0% 0,0%
  O 22,9% 22,7% -0,2% 0,1% -0,3%
  Totaal totaal 26,6% 26,5% -0,2% 0,1% -0,2%
Autolocatie + 3,9% 4,2% 0,3% 0,2% 0,1%
  O 8,3% 9,0% 0,7% 0,3% 0,4%
  Totaal totaal 12,2% 13,1% 1,0% 0,4% 0,5%
Minder goed ontsloten 35,4% 33,4% -2,1% -2,1% 0,0%

Goed en afdoende ontsloten inwoners: per OV en auto gestegen

Nagegaan is welk deel van de bevolking gesitueerd is in de directe omgeving of nog afdoende nabij stations of metro-/sneltramhaltes en in de directe omgeving of nog afdoende nabij een op of afrit van een autosnelweg. Tevens is nagegaan of de veranderingen hierin zijn toe te schrijven aan het openen van nieuwe stations/haltes/op- en afritten en welk deel toe te schrijven is aan de ruimtelijke verdeling van bevolking en werkgelegenheid.
De tabellen laten zien dat het aandeel inwoners op goed per OV ontsloten locaties tussen 2000 en 2010 toenam van 7,2% naar 7,6%. Ook het aandeel nog afdoende ontsloten steeg, van 45,1% naar 45,8%. Dat kwam door de opening van nieuwe stations, want het aandeel inwoners op bestaande voldoende ontsloten locaties nam af. Zonder nieuwe haltes was het aandeel in de directe omgeving gelijk gebleven en het aandeel nog afdoende ontsloten met 0,6% gedaald.
Het aantal inwoners in de directe omgeving van een op of afrit van een autosnelweg steeg tussen 2000 en 2010 van 12,8% naar 13,4 % en ook het aandeel nog afdoende ontsloten steeg, van 25,1% naar 26,7%. Dit kwam vooral door de aanleg van nieuwe op- en afritten. Zonder nieuwe op- en afritten was het aandeel in de directe omgeving gelijk gebleven en het aandeel nog afdoende ontsloten met 0,3% gestegen.
Het aantal inwoners is in de periode 2000-2010 vooral op multimodale locaties en op snelweglocaties gegroeid, en is licht afgenomen op openbaar vervoerlocaties. De twee rechterkolommen in de tabellen geven aan in hoeverre de verandering tussen 2000 en 2010 het gevolg is geweest van de groei van woningen respectievelijk arbeidsplaatsen bij bestaande OV-stations en -haltes of autosnelwegafritten, dan wel van de bouw van nieuwe stations en haltes of afritten. De toename op multimodale locaties blijkt het gevolg te zijn van de ontsluitingsmaatregelen (aanleg nieuwe stations en op- en afritten); bestaande multimodale locaties geven een terugloop in inwonertal te zien.

Goed en afdoende ontsloten woonlocaties, 2010

Goed en afdoende ontsloten woonlocaties, 2010
Aantal inwoners naar kwaliteit van ontsluiting, 2010

Aantal inwoners naar kwaliteit van ontsluiting, 2010
Verandering aantal inwoners naar kwaliteit van ontsluiting, 2000-2010

Verandering aantal inwoners naar kwaliteit van ontsluiting, 2000-2010

Ruimtelijk beeld van inwoners en arbeidsplaatsen naar kwaliteit van ontsluiting

Vooral in de stedelijke regio’s worden locaties gebruikt die goed tot afdoend multimodaal zijn ontsloten. Door de aanleg van nieuwe autosnelwegen is het aantal inwoners en arbeidsplaatsen op locaties die goed tot afdoend per auto (of multimodaal) zijn ontsloten duidelijk toegenomen, vooral in Oost-Brabant respectievelijk Twente, Arnhem-Nijmegen en Limburg. De toename van inwoners op locaties die goed tot afdoend per OV zijn ontsloten is het grootst geweest rond Utrecht en Tilburg.

Definitie ontsluitingskwaliteit

Onderstaande tabel geeft aan welke criteria zijn aangehouden om te bepalen of locaties goed dan wel nog afdoend ontsloten zijn per openbaar vervoer of auto. Voor ‘goed ontsloten’ gelden voor wonen en werken dezelfde criteria. Voor ‘nog afdoend ontsloten’ verschillen deze voor wat betreft het openbaar vervoer. Mensen zijn namelijk bereid om een langere afstand te accepteren tussen hun woning en het openbaar vervoer dan tussen hun werk en het openbaar vervoer.

Definitie ontsluitingskwaliteit. Bron: PBL

  Goed ontsloten Nog afdoende ontsloten
Per openbaar vervoer < 250 m metro/sneltram< 500 m station< 750 m IC station 250-1.000 m metro/sneltram500-2.000 m station750-3.000 m IC station
Per auto < 1.000 m afrit 1.000-2.000m afrit

Op basis van deze criteria zijn vervolgens multimodale locaties, openbaar vervoerlocaties en autolocaties gedefinieerd. Multimodale locaties zijn locaties die goed of nog afdoende zijn ontsloten zowel per openbaar vervoer als per auto. Openbaar vervoerlocaties zijn goed of afdoend ontsloten per openbaar vervoer, maar minder goed ontsloten per auto. Autolocaties zijn goed of afdoend ontsloten per auto, maar minder goed ontsloten per openbaar vervoer.

Beleidsdoelstellingen Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Deze indicator verwijst naar de volgende doelen en nationale belangen:

  • Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland (concurrerend)
  • Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat (bereikbaar)
  • Nationaal Belang 6: Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem

Het Rijk beoogt een substantiële afname van de piekbelasting in de drukste gebieden. De SVIR noemt het ruimtelijk benutten van multimodale locaties als een van de manieren om een betere verdeling van de capaciteit over de netwerken te bewerkstelligen.

Referenties

Naam van het gegeven

Ontsluiting van Woongebieden

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), auteur: Hans Hilbers

Berekeningswijze

Op pc6 niveau is voor 2000, 2002, 2004, 2006, 2008 en 2010 aantal inwoners bekend. Tevens is voor die jaren de coördinaten van ovknooppunten en op/afritten bekend. Per PC6 wordt hemelsbrede afstand tot dichtstbijzijnde station, ic station, metro/sneltramhalte en op- en afrit berekend. Uitgerekend wordt welk deel van de banen/inwoners binnen normafstand ligt uitgaande van aanbod aan knooppunten in 2000 en 2010. Vervolgens wordt bepaald of verandering komt door opening nieuwe knopen of andere verdeling banen/inwoners over pc6gebieden.

Geografisch verdeling

Landelijk

Verschijningsfrequentie

1 keer per twee jaar