Balans van de Leefomgeving

Groot energiebesparingpotentieel in de gebouwde omgeving

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Het energiebesparingpotentieel in de gebouwde omgeving is groot, en veel daarvan hebben maatschappelijke baten.

technisch potentieel voor energiebesparing dat in 2020 gerealiseerd zou kunnen zijn, uitgesplitst naar maatschappelijke kosten van de maatregelen. Het energiebesparingspotentieel in de gebouwde omgeving is groot, en veel daarvan hebben maatschappelijke baten. Bron: optiedocument ECN (2011).

technisch potentieel voor energiebesparing dat in 2020 gerealiseerd zou kunnen zijn, uitgesplitst naar maatschappelijke kosten van de maatregelen. Het energiebesparingspotentieel in de gebouwde omgeving is groot, en veel daarvan hebben maatschappelijke baten. Bron: optiedocument ECN (2011).

Trend energieverbruik en -besparing

Het primaire energiegebruik is in Nederland is gestaag toegenomen van zo’n 2720 PJ in 1990 naar zo’n 3250 PJ in 2011 – een groei van gemiddeld 1% per jaar. De activiteitenniveaus zijn echter sterker toegenomen. Zo bedroeg de gemiddelde economische groei 2,1% per jaar. Per saldo nam de energie-intensiteit van de Nederlandse economie af. Deels is dit een gevolg van structuurverandering in de economie, deels van energiebesparing. Het energiebesparingstempo bedroeg vanaf 2004 gemiddeld zo’n 1,1% per jaar (Gerdes en Boonenkamp 2009; 2010). Wanneer er vanaf 2000 niet zou zijn bespaard dan zou het energieverbruik in 2008 bijna 9% hoger hebben gelegen (MNC 2012). Het verlagen van het energiegebruik is van belang voor het realiseren van een CO2-arme samenleving. Hoe lager de energievraag, hoe minder moeite het zal kosten om aan de vraag te voldoen met CO2-arme energiedragers.

Aanzienlijk potentieel voor energiebesparing

Een indruk van het technisch energiebesparingspotentieel in verschillende eindgebruikssectoren (gebouwde omgeving, industrie, landbouw, verkeer) en raffinaderijen is verkregen uit het optiedocument (ECN, 2011). Volgens het optiedocument bedraagt het besparingspotentieel zo’n 350 PJ tot 2020, waarbij per sector aanzienlijke kostenverschillen te zien zijn. De besparing is uitgedrukt in vermeden primair energiegebruik. Zo is besparing op het elektriciteitsgebruik bij de huishoudens vertaald naar vermeden inzet van primaire energiedragers bij elektriciteitscentrales. Het gaat om energiebesparing ten opzichte van het referentiebeeld voor het jaar 2020 uit ECN/PBL (2010). Overigens zijn er, op basis van andere beleidsinstrumenten, ook andere schattingen gemaakt van het potentieel voor energiebesparing (zie bijvoorbeeld ECN/PBL 2010b). Per sector zijn de belangrijkste opties volgens het optiedocument (ECN, 2011):

  • Gebouwde omgeving: elektriciteitsbesparing door zuiniger apparaten; aardgasbesparing voor ruimteverwarming en warm water (onder andere isolatie en gebruik van restwarmte); elektriciteitsbesparing op gebouwgebonden gebruik (verlichting, ventilatie, airco) en inzet van WKK.
  • Industrie en raffinaderijen: verbetering processen bij raffinaderijen; warmtevraagvermindering industrie; recycling kunststoffen; WKK-opties.
  • Transport: snelheidsverlaging op snelwegen; verdergaande CO2-eisen voor personen-, vracht- en bestelauto’s; energiebesparing door zuiniger autobanden. Energiebesparing als gevolg van rijden met elektrische auto’s zal tot 2020 slechts een kleine bijdrage kunnen leveren.
  • Landbouw: aardgasbesparing door vermindering van het warmtegebruik in de glastuinbouw; benutting potentieel WKK; CO2-levering aan glastuinbouw (dit laatste leidt o.a. tot minder noodzaak tot ventileren en daardoor tot lager energiegebruik).

Bovenstaande besparingsmogelijkheden grijpen niet in op de activiteitenniveaus zelf. Verdere vermindering van de energievraag is mogelijk door te sturen op lagere activiteitenniveaus. Zo kan het wegverkeer worden verminderd door accijnsverhogingen en/of invoering van een kilometerheffing, en kan in de gebouwde omgeving worden ingezet op het lager zetten van de thermostaat.

Actief EU-beleid van belang voor het realiseren van energiebesparing

Actief EU-beleid is van belang voor het realiseren van energiebesparing. Ten eerste vallen veel van de CO2-emissiereducties van energiebesparingsmaatregelen onder de ETS. Dit betreft het grootste deel van maatregelen bij de industrie en raffinaderijen, glastuinbouw en elektriciteitsbesparing bij eindgebruikssectoren. Zo is van het besparingspotentieel in de gebouwde omgeving (144 PJ) ruim 80 PJ gerelateerd aan vermindering van de elektriciteitsvraag. Ten tweede hebben diverse opties betrekking op eisen voor nieuwe producten (zoals auto’s en banden; energie-eisen voor elektrische apparaten). Deze worden op EU-niveau vastgesteld.

Referenties

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving; auteur: Robert Koelemeijer