Balans van de Leefomgeving

Trend in kwaliteit van natuur, 1994 – 2010

U bekijkt momenteel een archief-versie van deze indicator. Deze indicator is inmiddels geactualiseerd. De actuele versie kunt u hier bekijken.

Sinds 1994 is de gemiddelde kwaliteit van veel typen natuur achteruitgegaan. In bos en half-natuurlijke graslanden is de natuurkwaliteit stabiel. In moerassen is het gelukt de daling van de natuurkwaliteit om te buigen tot een vooruitgang.

voorkomen doelsoorten in ecosystemen landnatuur vanaf 1994

voorkomen doelsoorten in ecosystemen landnatuur vanaf 1994
voorkomen doelsoorten in bos vanaf 1994

voorkomen doelsoorten in bos vanaf 1994
voorkomen doelsoorten in heide vanaf 1994

voorkomen doelsoorten in heide vanaf 1994
voorkomen doelsoorten in open duin vanaf 1994

voorkomen doelsoorten in open duin vanaf 1994
voorkomen doelsoorten in moeras vanaf 1994

voorkomen doelsoorten in moeras vanaf 1994
voorkomen doelsoorten in halfnatuurlijk grasland vanaf 1994

voorkomen doelsoorten in halfnatuurlijk grasland vanaf 1994

Behoud en ontwikkeling van natuurwaarden in de EHS

Behoud en ontwikkeling van (inter)nationale natuurwaarden is één van de doelstellingen van het rijksbeleid. Kernen van natuurwaarden bevinden zich vooral in Natura 2000-gebieden en overige natuurgebieden van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).. Met het recente Natuurakkoord heeft het Rijk de verantwoordelijkheid voor de uitvoering het natuurbeleid in de EHS overgedragen aan de provincies.

Een nieuw systeem om de kwaliteit in de EHS te volgen

Provincies verstrekken de subsidie voor het natuurbeheer. Dit gebeurt via het Subsidiestelsel Natuur en Landschapsbeheer (IPO-SNL). Het SNL werkt met natuurtypen en beheertypen, die zijn ontwikkeld door natuurbeheerorganisaties, agrarische en particuliere organisaties en overheden. De typen liggen vast in de Index Natuur en Landschap en vormen de basis voor de natuurbeheerplannen van de provincies. De Index beschrijft welke typen natuur, agrarische natuur en landschap we kennen in Nederland. Op dit moment ontwikkelen de provincies een bijbehorend systeem om de natuurkwaliteit te monitoren. Dit systeem treedt naar verwachting in 2012 in werking en start met een zogenoemde nulmeting.

Voorlopige metingen indiceren een afnemende natuurkwaliteit

Op basis van de bestaande ecologische meetnetten (Netwerk Ecologische Monitoring) kan al inzicht gegeven worden in de gemiddelde kwaliteit van een aantal ecosysteemtypen. Metingen laten zien dat vanaf 1994 de kwaliteit van verschillende ecosysteemtypen afneemt. In bossen en natuurlijke graslanden is geen sprake van een significante trend. In moerassen stabiliseert de kwaliteit zich de laatste jaren, na een forse afname. In heide- en duingebieden neemt de kwaliteit geleidelijk af. Gemiddeld over al deze systemen is de trend in natuurkwaliteit negatief. De metingen geven bovendien aan dat de natuurkwaliteit lager is dan in intacte ecosystemen het geval zou zijn. Gemiddeld over de verschillende ecosysteemtypen ligt de kwaliteit rond de 40%.

Redenen van achteruitgang van natuurkwaliteit zijn divers

In Nederland bedreigen vooral vermesting, verzuring, verdroging, de slechte waterkwaliteit en het gebrek aan ruimtelijke samenhang het behoud van intacte ecosystemen. Sinds 1990 zijn de milieu- en watercondities in natuurgebieden verbeterd, maar duurzame niveaus zijn nog niet bereikt. Doordat milieu- en ruimtecondities niet optimaal zijn is de kwaliteit van natuur laag en is vaak zelfs sprake van verdere achteruitgang. De precieze oorzaken van achteruitgang verschilt per ecosysteemtype.

Referenties

Naam van het gegeven

Trend in kwaliteit van natuur

Omschrijving

Trend in de mate van voorkomen van doelsoorten als proxy voor de gemiddelde kwaliteit van bos, heide, moeras, open duin en natuurlijke graslanden.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), auteur: Arjen van Hinsberg

Berekeningswijze

De provincies zijn bezig met het ontwikkelen van een monitoringssysteem voor natuurgebieden. Dit systeem zal de kwaliteit van de gerealiseerde natuur- en/of beheertypen beoordelen aan de hand van het voorkomen van onder andere soorten. De indicator geeft, vooruitlopend op een dergelijk systeem, een uitwerking gebaseerd op het voorkomen van doelsoorten vlinders, vogels en planten (cq cluster van natuurtypen). De lijst met doelsoorten is ontleend aan het Handboek Natuurdoeltypen (Bal et al., 2001). Trends in aanwezigheid van doelsoorten zijn gebaseerd op het Netwerk Ecologische Monitoring.

Verschijningsfrequentie

Jaarlijks

Achtergrondliteratuur

M.J.S.M. Reijnen, A. van Hinsberg, M.L.P. van Esbroek, B. de Knegt, R. Pouwels, S. van Tol & J. Wiertz (2010). Natuurwaarde 2.0 land. Graadmeter natuurkwaliteit landecosystemen voor nationale beleidsdoelen. WOT-WUR-rapport.