Balans van de Leefomgeving

Provincies gaven meer uit aan natuur en landschap dan afgesproken onder ILG

In de periode 2009-2011 hebben provincies aan het beleidsterrein natuur gemiddeld ruim 190 miljoen besteed; de afspraak in het kader van het ILG was om gemiddeld bijna 30 miljoen uit te geven. Zij hebben dus, tenminste in deze jaren, gemiddeld veel meer geld uit eigen middelen ingezet dan toegezegd aan het Rijk. Van de totale uitgaven namen de provincies Noord-Brabant en Gelderland samen de helft voor hun rekening.

Provincies passen uit eigen middelen bij voor natuur en landschap

De uitgaven van afzonderlijke provincies voor natuur en landschap zijn niet standaard beschikbaar. Het laatst bekende cijfer van het CBS is over 2007: totaal € 146 miljoen aan netto uitgaven van provincies. Dat was echter het eerste jaar van het (inmiddels voortijdig afgesloten) ILG-regime 2007-2013. De CBS-cijfers van 2009 zullen een actueler beeld geven, maar deze zijn nog niet beschikbaar.

In het kader van de Balans voor de Leefomgeving 2012 zijn de uitgaven geïnventariseerd van provincies voor natuur en landschap (gezamenlijk en zoveel mogelijk gesplitst in natuur en landschap), voor zover deze te achterhalen zijn uit de provinciale begrotingen. Met enkele provincies met naar verhouding grote uitgaven is afzonderlijk contact opgenomen. De bedragen verschillen sterk per provincie en per jaar. Daarom is per provincie gewerkt met een gemiddelde over de drie jaren 2009 t/m 2001, die een goed beeld zouden moeten geven van het midden van de ILG periode. De netto uitgaven bedroegen op jaarbasis totaal ruim € 190 miljoen voor natuur en bijna € 60 miljoen voor landschap, tabel 1. Het gaat hier om de netto bijdragen, die ten laste komen van de provincies zelf. Rijksbijdragen, bijvoorbeeld in het kader van het ILG zijn hierin niet opgenomen.

De uitgaven voor natuur worden mede bepaald door incidentele grote posten. De provincies Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel hebben in één of meer jaren van de periode 2009-2001 bedragen van tientallen miljoenen uitgegeven voor natuur. In het kader van het ILG zijn in het algemeen veel lagere provinciale bijdragen afgesproken; deze zijn eveneens in tabel 1 opgenomen. Hierbij moet bedacht worden, dat deze bedragen volledig bestemd waren als “programmageld”, dus voor daadwerkelijke aankoop, inrichting en beheer van natuur. In de “eigen” provinciale uitgaven zijn in het algemeen niet alleen programma-uitgaven, maar ook apparaatskosten begrepen. Niettemin blijft de conclusie overeind dat provincies aanzienlijke eigen bijdragen geleverd hebben aan de financiering van natuur en landschap.
Tabel 1 Provinciale uitgaven Natuur en landschap in miljoen euro , gemiddeld per jaar over 2009-2011

  Natuur landschap
provincie Eigen uitgaven Afgesproken provinciale bijdrage in ILG Eigen uitgaven Afgesproken provinciale bijdrage in ILG
Groningen 7.1 1.3 2.1 0.2
Fryslân 12.5 1.5 2.3 0.3
Drenthe 9.0 1.4 0.3 0.1
Overijssel 16.7 2.1 12.9 0.6
Gelderland 37.1 3.1 5.6 0.9
Flevoland 6.4 3.5 0.2 1.1
Utrecht 7.1 4.4 0.9 1.4
Noord-Holland 18.8 2.0 21.9 1.2
Zuid-Holland 11.0 0.8 3.1 0.7
Zeeland 4.2 5.4 3.7 0.5
Noord-Brabant 58.7 2.6 5.8 0.6
Limburg 5.7 0.2 0.3 0.2
Nederland 194.3 28.3 59.2 7.6

Provincies financieren hun eigen bijdrage uit diverse bronnen

Voor de uitgaven die provincies doen voor natuur en landschap staan hun verschillende bronnen ter beschikking:

  • Specifieke uitkeringen van het Rijk, bijvoorbeeld ILG gelden
  • Algemene middelen van de provincie, met name afkomstig uit:
  • – Het Provinciefonds (gestort door het Rijk)
  • – Opcenten op de motorrijtuigenbelasting
  • – Overige eigen middelen, bijvoorbeeld rentebaten en dividenden
  • Onttrekkingen aan de provinciale reserves.

Afgezien van de specifieke uitkeringen zoals de ILG gelden, is er geen labeling van gelden uit bronnen en de bestedingen ervan. Weliswaar kent het Provinciefonds een “cluster” natuur en recreatie, op grond waarvan bijvoorbeeld de provincie Groningen bijna € 9 miljoen ontvangt, maar er bestaat geen verplichting deze middelen ook daarvoor in te zetten. Het is louter een toekenningssystematiek op grond van verdeelsleutels. Provincies kunnen deze middelen voor natuur dus ook inzetten voor de spreekwoordelijke rotondes en omgekeerd.

Details over verdeling van ingezette middelen voor beleidsterreinen zijn in provinciale begrotingen eerder uitzondering dan regel. Voor de provincie Groningen, die de cijfers in enig detail publiceert, zijn in figuur 1 de geldstromen weergegeven voor de middelen in het beleidsterrein “Karakteristiek Groningen”, waarvan natuur (en landschap) ongeveer 70% uitmaken. Dit bevestigt het beeld dat provincies voor uitgaven uit alle mogelijke bronnen putten.

Voor natuur is de belangrijkste geldstroom de ILG-bijdrage, die ingezet wordt voor natuurverwerving. De algemene middelen nemen ongeveer een kwart voor hun rekening, waarvan bijna 40% uit het Provinciefonds (beide gerekend over het hele beleidsterrein).

Naam van het gegeven

Provinciale uitgaven voor natuur, 2009-2011

Omschrijving

Gemiddelde jaarlijkse uitgaven van 12 provincies voor natuur over de jaren 2009-2011 en provinciale bijdragen voor natuur in het kader van de afspraken ILG

Verantwoordelijk instituut

Aris Gaaff, LEI

Berekeningswijze

Voor provinciale uitgaven: Provinciale begrotingen 2011 waarin opgenomen historische uitgaven; voor ILG-bijdragen: bestuursovereenkomsten ILG; aanvullende gesprekken met de 3 provincies met de hoogste uitgaven (Gld, N-B, Ov.); voor twee provincies zijn een of twee ontbrekende waarden ingeschat op basis van tijdreeksgemiddelden; voor de verdeling van algemeen geformuleerde posten in afzonderlijke uitgaven voor “natuur” en “landschap” zijn in enkele gevallen verdeelsleutels gehanteerd ontleend aan de ILG inzet.

Geografisch verdeling

12 Nederlandse provincies en Nederland totaal

Andere variabelen

Natuur is niet altijd exact af te splitsen van natuur+landschap; enige vervuiling is mogelijk, verschillend per provincie; totaalgegevens zijn afzonderlijk beschikbaar.

Verschijningsfrequentie

Eenmalig verzameld

Opmerking

Voor enkele provincies waar voor een beperkt aantal jaren gegevens ontbreken zijn aannamen gemaakt; dit is van geringe invloed op het totaalbeeld

Betrouwbaarheid

Detailniveau uitsplitsing natuur en landschap verschilt per provincie; afzondering van “natuur” en “landschap” van algemeen plattelandsbeleid is niet altijd gedetailleerd mogelijk