Balans van de Leefomgeving

Provinciaal EHS beleid in beweging

Provincies concentreren hun inzet op de internationale biodiversiteitsdoelen, passen ambities aan en temporiseren de realisatie van de EHS, maar handhaven deels de natuur-ambities buiten de herijkte EHS.

Tabel 1. Strategie provincies op decentralisatie en bezuiniging natuurbeleid (tussenstand april 2012 voorafgaand aan de formele besluiten van PS en GS)

Provincie Prioriteren rijksdeel EHS op internationale verplichtingen? Aanpassing van ambities voor natuur Temporiseren Strategie voor natuur buiten de EHS
         
Friesland Ja Ja In overweging Particulier- en bedrijfsinitiatief begeleiden naar meerwaarde voor natuur (robuuste verbindingen)
Groningen Ja Ja Ja Bij elkaar brengen natuur en andere activiteiten
Drenthe Ja Nee Ja Partijen bij elkaar brengen om natuur met andere activiteiten te combineren
Overijssel Ja Nee (maar wel herijking rijksopgaven) Ja Bij elkaar brengen natuur en economische activiteiten
Gelderland Ja Ja In overweging Buiten de internationale opgaven ruimer omgaan met natuurkwaliteit. Vooral inzetten op vermaatschappelijking natuur
Utrecht Ja Ja, maar niet onomkeerbaar In overweging In groene contour (en RoDs gebieden) ruimte aan particulier initiatief en van bedrijven met tegenprestaties
Flevoland In overweging In overweging In overweging Men staat op voor particulier- en bedrijfsinitiatief
Noord-Holland Ja In overweging In overweging In overweging
Zuid-Holland Ja Ja Voorlopig niet, maar EHS zal vermoedelijk niet klaar zijn tegen 2021 Groen blauwe dooradering en RODS vooral via particulier- en bedrijfsinitiatief
Noord-Brabant Ja Nee In overweging Ruimte aan particulier initiatief en van bedrijven met tegenprestaties voor natuur en landschap. Doelen blijven gehandhaafd.
Zeeland Ja Nee Ja Soberder, goedkoper beheer en waarborgen toegankelijkheid voor bewoners. Geldstromen koppelen door streekallianties in regiofondsen
Limburg Ja Ja Ja In ontwikkelingszone groen mag economische ontwikkeling mits dit te combineren is met de natuurdoelstelling
Bron: Coninx en Kamphorst in prep

Internationale verplichtingen krijgen prioriteit binnen de herijkte EHS

Vrijwel alle provincies volgen het rijksbeleid binnen de EHS primair door te focussen op internationale verplichtingen. Alleen in Flevoland is hier nog geen keuze voor gemaakt, maar geeft men aan in een bijzondere situatie te zitten door een mediation proces rondom het Oostvaarderswold. Tweede prioriteit zijn in de meeste provincie de lopende juridische en beleidsmatige verplichtingen. Zaken die niet aan internationale doelen zijn gerelateerd zouden hierdoor kunnen komen te vervallen, zoals de aanpak van verdroging buiten Natura 2000 gebieden, effectgerichte maatregelen (signalen uit Drenthe en Zeeland) en natuur buiten de EHS. Dan ontstaat er een sterker onderscheid tussen de Natura 2000-gebieden, de herijkte EHS die via het rijk wordt gefinancierd en natuur die hierbuiten gaat vallen en waar een slechts deel van de provincies een eigen verantwoordelijkheid van maakt.

Provincies reageren op beleidswendingen door ambities voor verwerving bij te stellen en/ of door te temporiseren

Een aantal provincies heeft de intentie om de oorspronkelijke ambities voor het natuurbeleid overeind te houden en daar provinciaal geld voor te gebruiken (onder meer Overijssel, Drenthe, Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant, Fryslân). Andere provincies handhaven de natuurdoelstellingen buiten de herijkte EHS, maar hebben daar voorlopig geen middelen voor. Dit houdt concreet in dat ze eigenlijk niet wensen te tornen aan de omvang van de EHS van voor de herijking, maar zich mogelijk daartoe wel gedwongen voelen door het gebrek aan financiële middelen. In de provincies die de oorspronkelijke ambities voor EHS in stand houden ontstaat een administratieve scheiding tussen de met rijksmiddelen gefinancierde herijkte EHS en de provinciale groenblauwe structuur. Vrijwel alle provincies overwegen temporiseren: de verwachting is dat de realisatie van internationale verplichtingen niet op tijd gerealiseerd kunnen worden en de provincies verwachten hier meer tijd voor te moeten uittrekken.

Buiten de herijkte rijks-EHS: andere natuur ambities en -kwaliteit, andere sturingsstijlen en andere ruimtelijk regimes te verwachten

De financiële middelen voor natuur buiten de herijkte EHS zijn schaars; zowel voor beheer als voor inrichting. Dit noodzaakt tot creatieve manieren om aanvullende ambities te verwezenlijken. Er wordt op verschillende manieren mee omgegaan.

  • Ten eerste blijkt het dat in alle provincies er discussie is over nieuwe kwaliteitsambities voor natuur in de natuurzones die buiten de nationale opgaven gaan vallen. Provincies beraden zich allemaal op de vraag hoe het in de niet langer door het rijk gefinancierde delen van de natuur anders kan, meer met mensen, met bedrijven, met nieuwe verdienmodellen, met meer samenwerking. Ze zijn zich ervan bewust dat ze andere partijen nodig hebben, en daardoor minder eisen kunnen stellen. Veel provincies zien dit ook wel als wenselijke ontwikkeling. Dit kan als consequentie hebben dat de natuur ambities waar men naar streeft zullen veranderen. Dit kan bijvoorbeeld de kant op gaan van meer sturen op ontwikkelingsrichting (genoemd in Overijssel), of het aan de natuur zelf overlaten tot welk type het zich ontwikkelt, in plaats van te sturen op detailtypen per perceel (genoemd in Limburg). Dergelijke opties worden in vrijwel alle provincies verkend. Ook wordt er gedacht aan het bepalen van nieuwe natuurtypen die goedkoper zijn in het beheer of die producten opleveren die verkocht kunnen worden. Zo is het mogelijk dat natuurbossen worden omgevormd tot productiebossen.
  • Ten tweede wordt er opgemerkt dat er verzakelijking optreedt in de realisatie van natuurambities buiten de herijkte EHS. Dit vindt bijvoorbeeld plaats door het creëren van (planologische) ruimte voor ontwikkelingen in, zoals recreatiewoningen, of nieuwe landgoederen in combinatie met beheer en inrichting van natuur. Dit zou enerzijds mensen meer bij de natuur moeten betrekken en anderzijds financiering opleveren. Bedrijven kunnen natuurlijk ook vanuit maatschappelijk verantwoord ondernemen bijdragen aan natuurdoelstellingen. Ook wordt er hier en daar gedacht over betalingsconstructies voor het gebruik van natuur. Op gebiedsniveau wordt er in verschillende provincies gedacht aan gebiedsfondsen of streekrekeningen waarbij in participatie met andere wordt beslist naar welke doelen het geld kan gaan.
    Bij provincies wordt dus zeker wel gehoopt op meer private middelen, maar men weet niet hoeveel potentie dit heeft. Sommige provincies hebben ook extra mogelijkheden om geld te vinden. Zo zijn er provincies met gelden uit de aandelen Nuon en Essent, terwijl de noordelijke provincies bijvoorbeeld het Waddenfonds hebben, waar men op hoopt. Via het Topsectorenbeleid en de Green Deals zouden er ook mogelijkheden zijn, alleen zijn deze niet alom bekend bij de provinciale afdelingen. De provincie Zeeland zet dan weer in op het combineren van verschillende geldstromen (POP, natuur, etc.). Hiermee kan natuurontwikkeling vervangen worden als grondmotor. Vanuit provincies komen namelijk signalen dat het realiseren van landbouwdoelen en andere opgaven moeilijker wordt nu er minder aan natuurontwikkeling gedaan zal worden. De realisatie van deze verschillende opgaven in één gebied ging immers veelal gelijk op (zie ook Natuurbalans 2009).
  • Ten derde is er de richting naar meer vermaatschappelijking in deze gebieden. Dit houdt in dat door een samenwerking tussen bedrijven en burgers de natuurambities gerealiseerd worden, en dat niet louter de overheid hierbij aan zet is. Op het vlak van vermaatschappelijking wordt verwacht dat de terrein beherende organisaties een nog belangrijkere rol zullen gaan spelen. Zij hebben de afgelopen jaren ook geïnvesteerd in relaties met bedrijven en burgers. Een aantal provincies (o.a. Drenthe) heeft de TBO’s expliciet gevraagd om te blijven investeren in het betrekken van de lokale bevolking).

Referenties

  • Coninx, I. & D.A. Kamphorst. Neoliberal transformation of Dutch nature policy. In prep.

Naam van het gegeven

Reacties provincies op beleidswendingen natuur

Verantwoordelijk instituut

Alterra Wageningen UR

Geografisch verdeling

12 provincies

Achtergrondliteratuur

Coninx, I. & D.A. Kamphorst. Neoliberal transformation of Dutch nature policy. In prep.

Opmerking

Tabel is gebaseerd op kwalitatief onderzoek in 2011 en 2012. Hiervoor zijn interviews gehouden bij Rijk, provincies en maatschappelijke organisaties en is een documenten- en nieuwsanalyse uitgevoerd. De focus van het onderzoek lag primair op de EHS, binnen de context van het Onderhandelingsakkoord Natuur.

Betrouwbaarheid

De tabel geeft de stand april 2012. Veel geïnterviewden waren projectleider EHS of anderzijds direct betrokken bij de EHS (o.a. als maatschappelijke organisatie). De perceptie van bestuurders is wel besproken, maar niet met hen zelf.