Balans van de Leefomgeving

Biodiversiteit van Bonaire, St. Eustatius en Saba

De Nederlandse eilanden Bonaire, Sint Eustatius en Sabe voegen een Caribische en tropische tint toe aan de Nederlandse biodiversiteit nu ze integraal onderdeel van Nederland zijn geworden. Nog onduidelijk is wat het Nederlandse natuurbeleid ten aanzien van deze eilanden gaat worden en hoe Nederland de in het kader van de Convention on Biological Diversity gemaakte afspraken gaat implementeren.

Caribisch Nederland

De BES-eilanden Bonaire, St. Eustatius en Saba zijn onderdeel van de door Conservation International benoemde Caribbean Islands Biodiversity Hotspot. De eilanden zijn met een landoppervlak van 288 km² (Bonaire; ca. twee keer Texel), 21 km² (St. Eustatius) en 13 km² (Saba) relatief klein, maar samen met de kustzones en de diepzee is de biodiversiteit van Caribisch Nederland uitzonderlijk groot en deels ook nog onontdekt.

De grote verschillen in biodiversiteit tussen de eilanden en dan vooral het verschil tussen het benedenwindse Bonaire en het bovenwindse St. Eustatius en Saba, is met name gelegen in de verschillen in geomorfologie en klimaat. Bonaire ligt circa 800 km zuidelijk van St. Eustatius en Saba. Deze laatste twee kleine eilanden zijn vermoedelijk slapende vulkanen met toppen van respectievelijk 602 m (The Quill) en 877 m (Mount Scenery). Bonaire is eveneens van vulkanische oorsprong, maar is ouder en bedekt met koraalgesteente. Het hoogste punt op Bonaire is ‘slechts’ 241 m (Brandaris).

Het tropische klimaat van Bonaire is droger en de invloed van orkanen is er veel minder dan bij de bovenwindse eilanden. Door deze relatieve windluwte hebben de koraalriffen bij Bonaire zich beter kunnen ontwikkelen en deze behoren, mede dankzij het beheer door STINAPA, tot de best ontwikkelde riffen van de gehele Caribische regio. Op het relatief vochtige Saba en St. Eustatius heeft zich op de vulkaanhellingen daarentegen een vorm van tropisch regenwoud kunnen ontwikkelen, wat we op Bonaire niet tegenkomen.

Naast de biodiversiteit van de eilanden en de kustzone dient ook de diversiteit verder uit de kust niet te worden vergeten. Bij Saba bevindt zich een enorme ondiepte, de Saba Bank, met circa 2200 km² het grootste atol in de Caribische Zee en een van de grootste atollen ter wereld (Meesters et al. 2010). Grote delen liggen op slechts 10-50 m onder het zeeoppervlak. Aan de rand hebben zich uitgebreide koraalriffen ontwikkeld. Door de relatief geïsoleerde ligging van de Saba Bank ten opzichte van de eilanden, zijn dit waarschijnlijk de minst verstoorde en een van de meest soortenrijke riffen van de Caribische regio (Meesters, 2010). Nog dieper, in de meso- en bathipelagische zone (200-4000m diep) is zo goed als niets bekend van de diversiteit in het mariene deel van de Nederlandse Cariben (Jongman et al. 2010).

Natuurbeleid Caribisch Nederland

Startpunt voor het Natuurbeleidsplan Caribisch Nederland 2012-2017 vormt de evaluatie (Debrot et al. 2011a) van het tot 2010 verlengde Natuurbeleidsplan 2000-2005 van de voormalige Nederlandse Antillen. Het Natuurbeleidsplan 2012-2017 wordt voorbereid door de Rijksdienst Caribisch Nederland (onderdeel Ministerie van EL&I) in nauw overleg met de vertegenwoordigers van de eilandbesturen, parkbeheerders en andere natuurbeschermingsorganisaties.

Uitgaande van de bestaande situatie op de eilanden zal het natuurbeleid zich gaan richten op het geleidelijk doorvoeren van verbeteringen, waar nodig. Het voldoen aan verplichtingen uit internationale verdragen inzake natuurbescherming (zoals Ramsar, CBD, CMS, CITES, IWC, SPAW en IAC) zijn uitgangspunt voor het natuurbeleid op de eilanden.
In het nieuwe Natuurbeleidsplan zullen de doelstellingen voor natuur en landschap aan de orde komen, prioriteiten die aangepakt moeten worden en eventuele extra beschermingsmaatregelen. Ook zal een herziene lijst met natuurparken worden opgesteld. Deze natuurparken kunnen de status “nationaal park” krijgen door ze op te nemen in de Regeling aanwijzing nationale parken, maar deze regeling bevat geen grondslagen voor extra beschermingsmaatregelen of voor een aanspraak op extra financiering. De bijdrage, die nationale parken in het Europese deel van Nederland krijgen van de provincies, geldt niet voor natuurparken op de eilanden. Natuurgebieden op de eilanden worden (vooralsnog) gefinancierd via de vrije uitkering, de eigen inkomsten en fondsvorming. Voor dat doel is circa 10 jaar geleden de Dutch Caribbean Nature Alliance (DCNA) opgericht. Een organisatie die erop is gericht om de natuurbescherming en het beheer van natuurparken door bijvoorbeeld STINAPA (Bonaire), STENAPA (St. Eustatius) en de Saba Conservation Foundation, maar ook de andere drie eilanden (St. Maarten, Curaçao en Aruba) van het Nederlands Koninkrijk, te ondersteunen. Daarvoor is DCNA onder andere bezig om een trustfund te vullen, waardoor de exploitatie van de parken kan worden gefinancierd met de rente op dat bedrag.

Referenties

  • Bak, R.P., G. Nieuwland en E.H. Meesters, 2005. Coral reef crisis in deep and shallow reefs: 30 years of constancy and change in reefs of Curacao and Bonaire. Coral reefs, 24(3), 475-479.
  • Bak, R.P.M. 1975. Ecological aspects of the distribution of reef corals in the Netherlands Antilles. Bijdr. Dierk. 45: 181-190.
  • Boekschoten, B., 1982. Geology, general introduction. Stinapa 23: 22-24.
  • Bradley P.E. and R.L. Norton (eds.), 2009. Breeding seabirds of the Caribbean. Univ. Press, Florida.
  • Buchan, K., 1998. Saba, Netherlands Antilles. In: B. Kjerfve (Ed.). CARICOMP – Caribbean coral reef, seagrass and mangrove sites. UNESCO, Paris: 187-193p.
  • Burg, W.J. van der; Freitas, J.de; Debrot, A.O. en L.A.P. Lotz, 2012. Naturalised and invasive alien plant species in the Caribbean Netherlands: status, distribution, threats, priorities and recommendations. PRI report 437/Imares report C185/11. 82p.
  • Buurt, G. van and A.O. Debrot, 2011a. Exotic and invasive terrestrial and freshwater animal species in the Dutch Caribbean. IMARES report C001/12.
  • Buurt, G. van and A.O. Debrot, 2011b. Introduced agricultural pests, plant and animals diseases and vectors in the Dutch Caribbean, with an “Alert species” list. IMARES Report number C193/11. 37p.
  • Cairns, S.D., R.E. Chapman, 2001. Biogeographic affinities of the North Atlantic deep-water Scleractinia. . In: J.H.M. Willison, J. Hall, S.E. Gasset al (Eds). Proc. 1st Int. Symp. Deep-Sea Corals. Ecology Action Centre and Nova Scotia Museum, Halifax, Canada: 30-57.
  • Coblentz, B.E., 1980. Goat problems in the national parks of the Netherlands Antilles. 16 pp.
  • Debrot, A.O.; Graaf, M. de; Henkens, R.; Meesters, H.W.G.; Slijkerman, D.M.E., 2011a. A status report of nature policy development and implementation in the Dutch Caribbean over the last 10 years and recommendations towards the Nature Policy Plan 2012 – 2017. Den Burg : IMARES, 2011 (Report C065/11)
  • Debrot, Adolpho. O.; Buurt, Gerard van and Mark J.A. Vermeij, 2011b. Preliminary overview of exotic and invasive marine species in the Dutch Caribbean. IMARES Report number C188/11.
  • Debrot, A.O. and R. Bugter, 2010. Climate change effects on the biodiversity of the BES islands; Assessment of the possible consequences for the marine and terrestrial ecosystems of the Dutch Antilles and the options for adaptation measures. Wageningen, Alterra, Alterra-report 2081; IMARES-report C118/10. 36 blz.
  • Debrot, A.O., G. van Buurt, A. Caballero and A.A. Antczak, 2006. A historical review of records of the West Indian manatee and the American crocodile in the Dutch Antilles. Car. J. Sci. 42: 272-280.
  • Debrot, A. O., S.R. Criens, 2005. Reef fish stock collapse documented in Curaçao, Netherlands Antilles, based on a preliminary comparison of recreational spear fishing catches half a century apart. 32nd AMLC (Abstract).
  • Debrot, A.O. and J. Sybesma, 2000. The Dutch Antilles, chapter 38. In: C.R.C. Sheppard (ed.), Seas at the Millennium: an Environmental Evaluation, Vol. I Regional Chapters: Europe, The Americas and West Africa, pp. 595-614. Elsevier, Amsterdam.
  • Hoetjes, P.C., K.E. Carpenter, 2010. Saving Saba Bank: Policy Implications of Biodiversity Studies. Plos One 5, e10769, 6 pp.
  • IFAW, 2006. Report on the IFAW Song of the Whale team Caribbean Project, January-March 2006. Report from IFAW, London.
  • Jongman, R.H.G., E.H.W.G. Meesters en D.A. Debrot, 2010. Biodiversiteit voor de BES-eilanden: Bonaire, St. Eustatius en Saba; Onderzoeksvragen en verplichtingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2080; IMARES-rapport C117/10 67 blz.
  • McGowan, A.,A.C. Broderick, S. Gore, G. Hilton, N.K. Woodfield and B.J. Godley, 2006. Breeding seabirds in the British Virgin Islands. End. Species. Res. 3: 15-20.
  • Meesters, Erik, 2011. Health status report of the Saba Bank. IMARES. 4p.
  • Meesters, Erik, Diana Slijkerman, Martin de Graaf, and Dolfi Debrot, 2010. Management plan for the natural resources of the EEZ of the Dutch Caribbean, IMARES, Wageningen UR, Report number C100/10.
  • Meesters, E., 2010. Biodiversity of the Saba Bank supports status of Particularly Sensitive Sea Area (PSSA). IMARES Report Number C014/10. 17p.
  • Murphy, W.L., 2000. Observations of pelagic seabirds wintering at sea in the southeastern Caribbean. In: F. E. Hayes and S. A. Temple (eds.). Stud. In Trinidad and Tobago Ornithology Honouring Richard French. Dept. Life Sci., Univ. West Indies, St. Augustine, Occ. Pap. 11: 104-110.
  • Poppe, D.M.C., 1974. Zeevogel waarnemingen in het oostelijk deel van de Caraibische Zee. CICAR 1972. Carmabi Foundation, report. 82 pp.
  • Postma, T.A.C. and H. Nijkamp, 1996. Seabirds, marine mammals and human activities on the Saba Bank. Field observations made during the Tydeman expedition, April-May 1996. AIDEnvironment, report 25 pp.
  • Steneck, R.S., S.M. Mumby, S. Arnold, 2007. The Status of the Coral Reef of Bonaire and recommendations for management.
  • Steneck, Robert, S., Arnold, Suzanne, N. and Henry S. DeBey, 2011. Status and Trends of Bonaire’s Reefs: Cause for grave concerns. University of Maine, School of Marine Sciences and National Marine Fisheries Service, Silver Spring, MD: 137p.

Verantwoordelijk instituut

WUR en Planbureau voor de Leefomgeving, auteurs: Mark van Veen PBL en Irene Bouwma, WUR