Balans van de Leefomgeving

Uitstoot van (zeer) fijn stof neemt verder af

De uitstoot van fijn stof (zowel PM10 als PM2,5) neemt in de periode 2010-2030 licht af. De uitstoot van PM10 neemt af van 29 kiloton in 2010 tot 27 kiloton in 2020. Daarna blijft de uitstoot tot 2030 per saldo stabiel.

Gerealiseerde en geraamde emissies van fijn stof (PM10).

Gerealiseerde en geraamde emissies van fijn stof (PM10).
Gerealiseerde en geraamde emissies van fijn stof (PM10).

Gerealiseerde en geraamde emissies van fijn stof (PM10).

Uitstoot fijn stof door de landbouw stabiel

De uitstoot van PM10 vanuit de landbouw stijgt bij vastgesteld beleid tussen 2010 en 2012 met circa 1,4 kiloton (van 6,1 naar 7,4 kiloton) doordat legpluimveehouders overschakelen van legbatterijen naar grondhuisvesting. De uitstoot van PM2,5 vanuit landbouw stijgt bij vastgesteld beleid tussen 2010 en 2012 met circa 0,05 kiloton (van 0,59 naar 0,63 kiloton) om dezelfde reden.
Tussen 2012 en 2020 daalt de uitstoot vervolgens met circa 0,6 kiloton naar 6,8 kiloton PM10. Voor PM2,5 daalt de uitstoot met circa 0,03 kiloton naar 0,61 kiloton. Oorzaak van deze netto daling vanaf 2012 is dat de stijging van de uitstoot door een groeiende pluimveestapel (+0,2 kiloton PM10) teniet wordt gedaan door een daling van de uitstoot door een krimpende varkensstapel (-0,1 kiloton PM10) en door het treffen van fijnstofmaatregelen bij varkens (-0,2 kiloton PM10; vooral via luchtwassers) en bij pluimvee (-0,5 kiloton PM10; bijvoorbeeld via volièrestallen met geforceerde droging). Verondersteld is dat bedrijven die onder invloed van schaalvergroting uitbreiden, aanvullende maatregelen treffen om te voldoen aan lokale milieu- en luchtkwaliteitseisen voor onder andere de fijnstofuitstoot.
Tussen 2020 en 2030 blijft de PM10 – en PM2,5-uitstoot ongeveer hetzelfde (Van Schijndel & Van der Sluis te verschijnen). Dit is het gecombineerde effect van een verdere daling van de varkensaantallen (-0,1 kiloton PM10), een stijging van de pluimveestapel (+0,3 kiloton PM10) en het treffen van PM10 -maatregelen bij varkens en pluimvee (-0,2 kiloton PM10).

Uitstoot fijn stof door energie en industrie stabiel

De fijnstofuitstoot is tussen 2000 en 2010 afgenomen van 12,7 kiloton naar 8,5 kiloton PM10. Het grootste deel van deze reductie (3 kiloton PM10) is het gevolg van verdere overschakeling van oliestook op gasstook bij raffinaderijen. Momenteel zijn de belangrijkste bronnen de voedings- en genotmiddelenindustrie (V&G) en de basismetaal. In 2020 bedraagt de uitstoot 8,6 kiloton en in 2030 8,5 kiloton PM10. Ten opzichte van 2010 blijft de uitstoot nagenoeg gelijk. De lichte groei in de overige sectoren wordt gedempt door maatregelen welke in 2015 (uit het Actieplan Fijn Stof ) en tussen 2020 en 2030 bij Tata Steel (basismetaal) staan ingepland.
De trend van de afgelopen jaren is een vrij stabiele uitstoot van fijn stof door de handel, diensten en overheid (HDO) en de bouwsector.

Minder fijn stof door schoner autopark

De uitstoot van PM10door verkeer daalt met het vastgesteld beleid tussen 2010 en 2020 met ruim 3 kiloton tot bijna 6 kiloton. De uitstoot van PM2,5 door verkeer daalt met ruim 3 kiloton en komt in 2020 uit op ruim 3 kiloton. De emissiedaling van fijn stof door verkeer kan voor het grootste deel worden toegeschreven aan de Europese emissienormering voor wegvoertuigen. Bij uitvoering van het voorgenomen beleid stijgt de fijnstofuitstoot met 0,1 kiloton. Deze toename is het gevolg van de verhoging van de maximumsnelheid op het hoofdwegennet (zie bijlage 2 van Verdonk en Wetzels 2012).

Referenties

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Martijn Verdonk