Balans van de Leefomgeving

De uitstoot van ammoniak ligt onder het Europese emissieplafond

De geraamde uitstoot van ammoniak ligt naar verwachting vanaf 2010 onder het Europese plafond van 128 kiloton.

Ammoniak

Ammoniak
Ammoniak

Ammoniak
Ammoniak

Ammoniak

Uitstoot ammoniak daalt verder

Verwacht wordt dat de uitstoot van ammoniak met zowel enkel het vastgestelde beleid als met het voorgenomen beleid afneemt van 122 kiloton in 2010 tot 109 kiloton in 2020 en 110 kiloton in 2030 (zie bovenstaande figuur). Gezien de onzekerheidsbandbreedte, bestaat er wel een kans dat de uitstoot in 2020 nog boven het emissieplafond uitkomt. De sector landbouw heeft verreweg het grootste aandeel (circa 86 procent in 2010) in de Nederlandse uitstoot van ammoniak. Dit ontstaat vooral uit dierlijke mest. Van de overige sectoren hebben de huishoudens met 7 procent het grootste aandeel. De bronnen zijn in dit geval vooral transpiratie en huisdierenmest. De ammoniakemissie van de sector verkeer – met een bijdrage van circa 2 procent aan de totale Nederlandse uitstoot – wordt veroorzaakt door driewegkatalysatoren bij benzineauto’s. De uitstoot bij de industrie (2 procent van de totale uitstoot) komt vooral vrij bij de productie van ammoniak.

Emissiearme stallen en lager mestgebruik leiden tot daling ammoniakuitstoot

De uitstoot van ammoniak vanuit de landbouw bij vastgesteld beleid daalt tussen 2010 en 2020 met circa 13 kiloton van 105,2 naar 92,4 kiloton (Van Schijndel & Van der Sluis te verschijnen). De daling tussen 2010 en 2020 treedt vooral op als gevolg van de implementatie van emissiearme stallen voor varkens en pluimvee (-8 kiloton) en als gevolg van een verdere daling van het gebruik van dierlijke mest door aanscherping van de mestgebruiksnormen (-6 kiloton).

Tussen 2020 en 2030 stijgt de ammoniakuitstoot vanuit de landbouw bij vastgesteld beleid licht met circa 0,3 kiloton, van 92,4 naar 92,7 kiloton (Van Schijndel & Van der Sluis te verschijnen). Dit is het gecombineerde effect van een daling van de stalemissies door vooral verder dalende aantallen varkens (-1,6 kiloton), een daling van de beweidingsemissies door een verdere toename van het permanent opstallen van melkvee (-0,2 kiloton) en een stijging van de ammoniakuitstoot bij bemesting (+2,1 kiloton). Deze stijging is het gevolg van een verdere toename van de covergisting van mest. Door een toename van het gebruik van cosubstraat ontstaat een extra overschot aan digestaat dat verwerkt moet worden. De mestverwerkingsproducten zullen (deels) een afzet vinden binnen de Nederlandse landbouw en daarbij vooral stikstofkunstmest verdringen. Hierdoor stijgt de ammoniakuitstoot bij bemesting met dierlijke mest (+2,8 kiloton) en daalt de uitstoot als gevolg van kunstmestgebruik met circa 0,7 kiloton.

Mogelijke onderschatting ammoniakuitstoot landbouw met 5 tot 10 kiloton

In deze raming is, net als in de referentieraming uit 2010, nog geen rekening gehouden met een mogelijke onderschatting van de uitstoot van ammoniak. De bronnen van de onderschatting zijn al enkele jaren bekend, maar tot nu toe kon deze uitstoot nog niet goed worden gekwantificeerd. Het betreft een mogelijke onderschatting van de uitstoot uit melkveestallen (PBL 2009) bij bemesting doordat in de praktijk mogelijk minder emissiearme technieken worden toegepast bij het uitrijden van mest en door gewasafrijping (PBL 2008). Naar verwachting komt er vanaf volgend jaar meer inzicht in de mate van onderschatting van de uitstoot door melkveestallen. Schatting is dat de extra ammoniakuitstoot circa 3 kiloton zal bedragen. Voor de onderschatting van de uitstoot door bemesting is nog niet duidelijk of hier in de nabije toekomst meer inzicht in komt. Een schatting is dat deze in de ordegrootte van 5 tot 6 kiloton ligt (De Haan et al. 2009). Voor gewasafrijping geldt dat deze (nog) niet onder het NEC-plafond valt en dus nog geen onderdeel uit hoeft te maken van de schattingen. Dus in totaal zou de onderschatting dan circa 5 tot 10 kiloton ammoniak kunnen bedragen.

Niet-landbouw bronnen: uitstoot ammoniak stabiel

De ammoniakuitstoot is tussen 2000 en 2010 afgenomen van 17,9 kiloton naar 16,5 kiloton. Dit is voornamelijk veroorzaakt door maatregelen in de chemische industrie. Momenteel zijn de consumenten, met circa 9 kiloton ammoniakuitstoot, de belangrijkste niet-landbouw bron. In 2020 bedraagt de uitstoot naar verwachting 17,0 kiloton en in 2030 17,2 kiloton. De toename ten opzichte van 2010 vindt nagenoeg volledig plaats bij de sector consumenten vanwege een toenemende bevolking. De uitstoot door verkeer blijft tussen 2010 en 2020 ongeveer constant op bijna 3 kiloton.

Uitstoot ammoniak in de Europese Unie onder emissieplafond

Voor alle EU-27 landen samen berekende het EEA dat de uitstoot in 2010 17% onder het emissieplafond ligt (EEA 2012).

Referenties

Relevante informatie

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Martijn Verdonk