Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2012

Omgevingsrecht en stedelijke gebiedsontwikkeling

De vijf belangrijkste conclusies over stedelijke gebiedsontwikkeling en omgevingsrecht in de Balans 2012 zijn:

  • 1. Herziening omgevingsrecht

    Herziening omgevingsrecht biedt kansen voor verbeteren kwaliteit leefomgeving

    Het huidige omgevingsrecht, met zijn generieke milieunormen, stelt gemeenten bij gebiedsontwikkeling in staat om efficiënt te werken. Daarnaast geeft het zekerheid over de juridische toetsing van (bestemmings)plannen en waarborgt het het milieubelang. Het heeft een beperkt effect op de doorlooptijd van gebiedsontwikkeling. In bepaalde situaties kan het een negatief effect hebben op de leefomgevingskwaliteit – de som van de milieu- en de ruimtelijke kwaliteit. Dat het omgevingsrecht beperkt verantwoordelijk is voor deze problemen bij gebiedsontwikkeling, neemt niet weg dat de herziening van dit recht wel kansen biedt om de kwaliteit van de leefomgeving en de efficiëntie van planprocessen te bevorderen.

  • 2. Meer leefomgevingskwaliteit

    Conditioneel afwijken normen hefboom voor gebiedsontwikkeling en leefomgevingskwaliteit

    De Interimwet stad-en-milieubenadering en het gebiedsontwikkelingsplan uit de Crisis- en herstelwet geven gemeenten extra bevoegdheden om (tijdelijk) van de milieunormen af te wijken en milieumaatregelen af te dwingen bij bedrijven. Deze wetten blijken een goed middel om gebiedsontwikkelingen die zijn vastgelopen op milieunormen, vlot te trekken en de leefomgevingskwaliteit te bevorderen. Deze aanpak werkt namelijk in de praktijk als een hefboom om partijen te bewegen creatieve oplossingen mogelijk te maken. Deze wetten kunnen beter worden benut door de kennis en kunde hierover bij gemeenten te vergroten en het gebruik te stimuleren.

  • 3. Hoogwaardiger milieukwaliteit

    Hoogwaardiger milieukwaliteit mogelijk door voorkomen dubbele belangen gemeenten

    Het huidige omgevingsrecht garandeert een minimummilieukwaliteit en bevat onvoldoende prikkels om extra milieukwaliteit na te streven. Gemeenten hebben nu een ‘dubbele pet’; bij een grondexploitatie zijn ze verantwoordelijk voor de milieukwaliteit, maar ze hebben er ook een financieel belang bij. Door dat financiële belang zijn ze geneigd de maximaal toegestane milieuruimte te gebruiken (normopvulling). Wanneer gemeenten het milieubelang onafhankelijker kunnen afwegen is de kans groter dat er een hoogwaardiger milieukwaliteit wordt gerealiseerd.

  • 4. Omgaan met onzekerheid

    Door rekening te houden met onzekerheden is betere besluitvorming mogelijk

    Ontwikkelingsplannen worden juridisch getoetst aan de berekende, verwachte milieukwaliteit. Dit gebeurt zonder rekening te houden met de onzekerheid in de berekeningsuitkomsten. Het komt voor dat projecten met een vergelijkbare milieukwaliteit een verschillende uitkomst krijgen; door toeval ligt het ene project net onder en het andere net boven de norm. Om deze willekeur te voorkomen kan het Rijk decentrale overheden in staat stellen om in zulke gevallen zelf het milieubelang tegen andere belangen af te wegen. Op basis van zo’n reëlere afweging kan de leefomgevingskwaliteit toenemen, mits het milieubelang volwaardig in de weging wordt meegenomen.

  • 5. Milieutoets

    De huidige milieutoets past niet goed bij het planproces van het bestemmingsplan

    Gegevens over de toekomstige milieukwaliteit moeten vaak al gedetailleerd en in een vroeg stadium van het proces op tafel komen. Het bestemmingsplan is dan echter juist nog vaak globaal. Dit geldt temeer bij meer geleidelijke, kleinschalige gebiedsontwikkelingen zonder duidelijk eindbeeld, waar door de crisis meer behoefte aan is. De efficiëntie en snelheid van de huidige milieutoets kan worden vergroot door beter aan te sluiten bij de wijze waarop het (bestemmings)plan tot stand komt: een globale invulling in de ontwerpfase en een einduitwerking in meer details.

Bij stedelijke gebiedsontwikkeling (hoofdstuk 7 in het boek) komen milieubeleid en ruimtelijke ordening samen en blijken hun verschillende procedures en doelen soms moeilijk te verenigen. In het milieurecht is bijvoorbeeld vastgelegd dat er een minimumniveau is voor de bescherming van burgers en natuur tegen milieu-verontreiniging. Bij de stedelijke gebiedsontwikkeling zullen de belangen van ruimtelijke (sociaaleconomische) kwaliteit hierdoor kunnen botsen met de in normen vastgelegde minimum milieukwaliteit. De gebieden waar de milieunormen worden overschreden, zijn ook typisch de locaties waar vaak behoefte is aan gebiedsontwikkeling. Hierbij gaat het vaker om herstructureringslocaties in de (binnen)steden dan om nieuwbouwlocaties buiten het bestaande stedelijk gebied. De mate waarin milieunormen beperkingen aan deze locaties opleggen, wordt mede bepaald door de effectiviteit van het bronbeleid op nationale en Europese schaal. Op deze website kunt u informatie vinden over effecten van milieubeleid op het doelbereik van beleidsdoelen voor de lokale leefomgeving.

Doelbereik voor de lokale leefomgeving

Het PBL heeft geëvalueerd wat de effecten zijn van het milieubeleid voor de lokale leefomgeving. In hoeverre zijn bijvoorbeeld de beleidsdoelen gehaald voor geluid? En hoe staat het met de lokale luchtkwaliteit? Kan de overheid nog meer doen om de beleidsdoelen te halen? Antwoorden op deze en andere vragen, en aanvullende informatie, staan op de volgende pagina’s:

Milieukwaliteit stedelijke leefomgeving

groenUitvoering van het beleid leidt waarschijnlijk tot het halen van het doel
geelGeraamde ontwikkeling ligt rond het doel, beleid zou robuust gemaakt kunnen worden voor tegenvallers
oranjeGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, met intensivering van het beleid is het doel wel realiseerbaar
roodGeraamde ontwikkeling leidt waarschijnlijk niet tot het halen van het doel, vraagt fundamentele herziening van de huidige aanpak door andere beleidsinstrumenten in te zetten of door doelen aan te passen
grijsOp dit moment niet te bepalen
witDeze analyse is niet uitgevoerd

Geluidproductie wegverkeer (vanaf 2010)
  • Balans 2012
Opties zijn versnelde aanleg van stil asfalt en aanscherping Europese eisen voor de geluidproductie van vracht- en personenauto'slees meer
Knelpunten geluid rijkswegen (vanaf 2012)
  • Balans 2012
Het bereiken van het doel is nog gevoelig voor het effect van Europese bronmaatregelenlees meer
Geluidproductie railverkeer (vanaf 2010)
  • Balans 2012
Tempo te langzaam voor halen van het doel, maar implementatie zal naar verwachting versnellen door nieuwe prestatieregelinglees meer
Knelpunten geluid spoorwegen (vanaf 2012)
  • Balans 2012
Geluidsbelasting Schiphol (vanaf 2009)
  • Balans 2012
Geluidbelasting op handhavingspunten erg gevoelig voor vlootsamenstelling en fluctuaties in het weerlees meer
Veiligheidsrisico Schiphol (vanaf 2004)
  • Balans 2012
Op basis van veiligheidsnorm Totaal Risico Gewichtlees meer
Afvalaanbod (2021 en 2029)
  • Balans 2012
afvalproductie afgelopen jaren redelijk stabiel onder afvalaanbod-plafondlees meer
Nuttige toepassing van afval (2015)
  • Balans 2012
doel in 2010 gehaaldlees meer
Verbranden en storten van Nederlands afval (2022)
  • Balans 2012
Doel voor storten van brandbaar afval wordt waarschijnlijk gehaald. Totale hoeveelheid gestort afval neemt echter fors toe in 2012lees meer