Balans van de Leefomgeving

Reductiedoel fijn stof (PM2,5) stedelijke achtergrond komt binnen bereik

Voor de concentratie van PM2,5 gaat een EU doelstelling gelden voor de vermindering van de blootstelling van de bevolking van 15 of 20 procent tussen 2010 en 2020. De doelstelling wordt bepaald op basis van het gemiddelde van gemeten niveaus in steden. In recent onderzoek van RIVM is indicatief de gemiddelde PM2,5-concentratie in de zes stedelijke agglomeraties in de GCN-kaart als maat genomen. De gemiddelde PM2,5-concentratie in de agglomeraties is 16,9 μg m-3 in 2009-2011. Dit wijst op een verminderingsdoelstelling van 15 procent. Op basis van het scenario met vaststaand en voorgenomen beleid (zie hieronder) daalt de gemiddelde concentratie in de agglomeraties met 19 procent tussen 2010 en 2020. Dit duidt erop dat Nederland kan voldoen aan de verminderingsdoelstelling.

Afname van de PM2,5-concentratie in steden in procenten tussen 2010 en 2020 voor vier scenario's (Matthijsen en Koelemeijer, 2010).

Afname van de PM2,5-concentratie in steden in procenten tussen 2010 en 2020 voor vier scenario’s (Matthijsen en Koelemeijer, 2010).

Voorgenomen Europees en nationaal beleid brengt doelstelling voor vermindering van de stedelijke PM2,5-achtergrondconcentratie binnen bereik

De EU heeft normen vastgesteld voor PM2.5. Deze PM2,5-normen zijn relevanter voor bescherming van de volksgezondheid dan de normen voor PM10 omdat de PM2,5-normen uitsluitend betrekking hebben op stofdeeltjes die dieper in de longen doordringen.

Van de normen voor PM2,5 is de blootstellingsverminderingdoelstelling (BVD) het moeilijkst te halen. De BVD is een streefwaarde voor de reductie van de nationaal gemiddelde PM2,5-concentratie op stedelijke achtergrondlocaties tussen 2010 en 2020. De waarde van de BVD in Nederland staat nog niet vast; 15% is het meest waarschijnlijk op basis van de huidige inzichten, maar het kan ook nog 20% worden. Als de gemiddelde concentratie in de jaren 2009-2011 lager is dan 18 µg/m3, dan heeft de lidstaat in kwestie een inspanningsverplichting om de concentratie van PM2,5 in steden tussen 2010 en 2020 met 15% te laten dalen. Is de gemiddelde concentratie in 2009-2011 hoger dan 18 µg/m3, dan moet dat land zich inspannen om 20%-reductie te realiseren. Bij de herziening van de luchtkwaliteitrichtlijn in 2013 gaat de EU na of zij deze richtwaarden omzet in juridisch bindende grenswaarden.
Als indicatie van de haalbaarheid van de verminderingsdoelstelling werd in recent onderzoek van RIVM de gemiddelde berekende concentratie in de zes stedelijke agglomeraties in Nederland als maat genomen voor de gemiddelde blootstellingsindex (Velders 2012). De gemiddelde PM 2,5-concentratie in de zes agglomeraties was 16,4 μg m-3 in 2011. In de voorgaande rapportages zijn gemiddelden gerapporteerd van 16,9 μg m-3 in 2009 en 17,3 μg m-3 in 2010 (Velders et al., 2010a; 2011a). Dit geeft een gemiddelde van 16,9 μg m-3 voor 2009-2011 waar een verminderingsdoelstelling aan gekoppeld kan worden van 15% tussen 2010 en 2020. Op basis van het IenM scenario met vaststaand en voorgenomen beleid en van de huidige berekeningen met de verbeterde kalibratie van het secundair anorganisch aerosol, daalt de gemiddelde concentratie daar met 19% tussen 2010 en 2020, waarmee dus aan de blootstellingsverminderingsdoelstelling van 15% zou worden voldaan.
Bovenstaande figuur laat zien dat Nederland dit reductiedoel met het vastgestelde en voorgenomen beleid waarschijnlijk kan halen (Matthijsen en Koelemeijer, 2010, Matthijsen et al., 2009). Met alleen het vastgestelde beleid is de kans hierop circa 50%. Een reductie van de BVD met 20% is waarschijnlijk alleen haalbaar met een beleidsinspanning die verdergaat dan het vastgestelde en voorgenomen nationale en Europese beleid. Nederland en andere Europese landen zullen dan maatregelen moeten treffen die verdergaan dan de Europese ambitie voor aanscherping van de emissieplafonds in het kader van de NEC-richtlijn en het Gothenburg Protocol.

Grenswaarden voor PM2,5 in 2015 worden waarschijnlijk gehaald

Naast de BVD zijn er ook grens- en streefwaarden gesteld voor de hoogte van de PM2,5-concentratie, waar overal aan moet worden voldaan, ook langs drukke wegen. Tevens is er een bindende norm gesteld voor de stedelijke PM2,5 achtergrondconcentratie.

Met uitzondering van de BVD is het waarschijnlijk dat met het vastgestelde en voorgenomen generieke (nationale en Europese) beleid alle grens- en streefwaarden voor jaargemiddelde concentraties van PM2,5 op tijd kunnen worden gehaald, in jaren met gemiddelde weersomstandigheden. Deze PM2,5 normen zijn daarmee niet strenger dan de bestaande normen voor PM10. Het is echter niet uit te sluiten dat zich op een enkele locatie, bij ongunstige weersomstandigheden, nog een normoverschrijding voordoet.

Referenties

  • Velders, G.J.M., et al. (2012). Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland – Rapportage 2012. RIVM Rapport 680362002/2012, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven
  • Matthijsen J., B.A. Jimmink, F.A.A.M. de Leeuw, W.L.M. Smeets (2009). Attainability of PM2.5 air quality standards, situation for the Netherlands in a European context – Rapportage 2009. Publicatienummer 500099015/2010, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven.
  • Matthijsen, J. en R.B.A. Koelemeijer (2010). Beleidsgericht onderzoeksprogramma fijn stof – Resultaten op hoofdlijnen. PBL-Rapport 500099013/2009
  • Velders, G.J.M., J.M.M. Aben, W.F.Blom, H.S.M.A. Diederen, G.P. Geilenkirchen, B.A. Jimmink, A.F. Koekoek, R.B.A. Koelemeijer, J. Matthijsen, C.J. Peek, F.J.A. van Rijn, M.W. van Schijndel, O.C. van der Sluis en W.J. de Vries (2009). Concentratiekaarten voor grootschalige luchtverontreiniging in Nederland – Rapportage 2009. Publicatienummer 500088005/2010, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag/Bilthoven.

Relevante informatie