Balans van de Leefomgeving

Gewasbescherming is duurzamer geworden, maar doelen voor waterkwaliteit en arbeidsveiligheid zijn niet gehaald.

Door de inspanningen van telers, fabrikanten van gewasbeschermingsmiddelen, drinkwaterbedrijven en overheden is de gewasbescherming in Nederland sinds 1998 veiliger geworden voor de mens, de natte natuur en het milieu. In het voedsel worden minder resten van gewasbeschermingsmiddelen (residuen) aangetroffen en de kwaliteit van het oppervlaktewater is verbeterd. Ondanks deze verbeteringen zijn de beleidsdoelen voor de arbeidsveiligheid en voor de kwaliteit van het oppervlaktewater niet gehaald.

Overschrijding MTR gewasbeschermingsmiddelen en biociden in oppervlaktewater

Overschrijding MTR gewasbeschermingsmiddelen en biociden in oppervlaktewater
Milieubelasting gewasbeschermingsmiddelen

Milieubelasting gewasbeschermingsmiddelen

De ecologische kwaliteit van het oppervlaktewater is niet op orde

Telers hebben weliswaar de ecologische risico’s voor het oppervlaktewater aanzienlijk verminderd – zowel met vrijwillig genomen als met verplichte maatregelen -, maar tegelijkertijd leven ze de regelgeving onvoldoende na. Het laatste is een van de redenen waarom in het oppervlaktewater nog veelvuldig te hoge concentraties gewasbeschermingsmiddelen worden aangetroffen. Ook hebben telers nog onvoldoende aandacht voor de risico’s die het werken met gewasbeschermingsmiddelen met zich meebrengt voor henzelf en voor hun werknemers. Het doel om de concurrentiepositie van de Nederlandse land- en tuinbouw niet in gevaar te laten komen door het gevoerde beleid, is gehaald.

Milieubelasting bodem en grondwater eveneens afgenomen

De nota Duurzame gewasbescherming formuleert alleen voor oppervlaktewater een toetsbaar milieudoel. Uit berekeningen van de evaluatie blijkt dat de milieubelastingen van grondwater en bodem zijn afgenomen met respectievelijk 30 procent en 95 procent in de periode 1998-2010. Ook de risico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor dieren die voedsel zoeken op akkers (zoals vogels), zijn afgenomen.

Nederlands actieplan duurzame gewasbescherming

Momenteel is nieuw beleid in de maak met doelen voor 2027. Onderdeel hiervan is het Nederlands actieplan duurzame gewasbescherming waarin Nederland de EU-richtlijn Duurzaam gebruik van pesticiden implementeert. Alle lidstaten van de EU moeten eind 2012 zo’n plan gereed hebben. Nederland heeft in het concept van dit actieplan de ambities voor verbetering van de waterkwaliteit verminderd ten opzichte van het nu geldende beleid. Het moment waarop de doelen moeten zijn gehaald wordt uitgesteld van 2010 naar 2027. Ook geldt dit doel alleen nog voor de zogenoemde ‘KRW-waterlichamen’ en niet voor veel andere kleinere sloten (Van Eerdt en Tiktak, 2012).

Verbetering mogelijk door aanpak meest vervuilende stoffen

Op de korte termijn kan door verbetering van de naleving van verplichte technieken voor emissiereductie en een betere aansluiting van de toelatingsbeoordeling bij de praktijk – en met extra aandacht voor het verminderen van de emissies van de stoffen die de meeste problemen veroorzaken – de kwaliteit van het oppervlaktewater nog flink verbeteren. Voor de langere termijn kan worden ingezet op investeren in grotere systeeminnovaties, in middelen die minder belastend zijn voor het milieu en in niet-chemische methoden, waarbij meer gebruik wordt gemaakt van biologische bestrijding – het bestrijden van schadelijke organismen door een natuurlijke vijand van dit organisme in te zetten.

Veilig werken met gewasbeschermingsmiddelen heeft weinig prioriteit

Veilig werken met gewasbeschermingsmiddelen dient meer prioriteit te krijgen, waarbij naast de werkgevers ook de producenten van middelen actiever voorlichting kunnen geven. De teler zelf moet de veiligheidssituatie op zijn bedrijf verbeteren door

  • een actief gebruik van de risico-inventarisatie en -evaluaties (RI&E’s) (een RI&E omvat een overzicht van arbeidveiligheidsrisico’s in een bedrijf en een plan voor het minimaliseren van de risico’s);
  • het opnemen van de verplichte bedrijfsspecifieke blootstellingsbeoordeling in de RI&E;
  • in de RI&E aandacht te geven aan brongerichte maatregelen, zoals veiligere middelen;
  • beter voorlichting te geven aan zijn medewerkers.

Referenties

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Martha van Eerdt