Balans van de Leefomgeving
Balans van de Leefomgeving 2014

Nederland voldoet aan de Kyoto-verplichting uitstoot broeikasgassen

Nederland is zijn verplichting nagekomen om in het kader van het Kyoto Protocol de uitstoot van broeikasgassen te reduceren. De totale uitstoot van broeikasgassen kwam in de periode 2008-2012 uit op 998 miljoen ton CO2-equivalenten.

Emissie van broeikasgassen in Nederland

Emissie van broeikasgassen in Nederland

In 2012 uitstoot van broeikasgassen bijna 10 procent onder niveau van het basisjaar van het Kyoto Protocol

In 2012 was de uitstoot van broeikasgassen ongeveer twee (1,7) procent lager dan in 2011. De uitstoot lag bijna tien procent onder het niveau van het basisjaar van het Kyoto Protocol. De daling is vrijwel geheel toe te schrijven aan de afname van de uitstoot van koolstofdioxide (CO2). Door de relatief koude winter in 2012 werd meer aardgas verstookt voor verwarming van woningen en kantoren dan in 2011. De uitstoot van CO2 steeg hierdoor met 2 miljoen ton. Deze toename werd echter teniet gedaan doordat er in 2012 minder elektriciteit werd opgewekt dan in 2011. Er werd meer elektriciteit ingevoerd, vooral vanuit Duitsland. Elektriciteit uit het buitenland was regelmatig goedkoper dan in Nederlandse aardgascentrales opgewekte elektriciteit. De uitstoot van de overige broeikasgassen bleef ten opzichte van 2011 nagenoeg gelijk. Zie ook:

Nederland voldoet aan de Kyoto-verplichting

Nederland is zijn verplichtingen in het kader van het Kyoto Protocol voor de uitstoot van broeikasgassen nagekomen. Nederland diende de uitstoot van broeikasgassen in de periode 2008-2012 met gemiddeld 6 procent te reduceren ten opzichte van het basisjaar van het Kyoto Protocol (een optelling van de CO2-equivalenten van koolstofdioxide, lachgas en methaan in 1990 en die van de fluorhoudende gassen in 1995). Deze verplichting komt overeen met een maximale uitstoot van 1.001 miljoen ton CO2-equivalenten voor de periode 2008-2012, ofwel gemiddeld 200 megaton per jaar. Extra uitstoot boven deze emissieruimte was toegestaan als deze vereffend zou worden door de aankoop van emissierechten van andere landen of uit buitenlandse projecten waarmee de uitstoot van broeikasgassen wordt gereduceerd. Voor nakoming van de Kyoto-verplichting moeten namelijk evenveel emissierechten worden ingeleverd als de totale uitstoot in de periode 2008-2012. Uit cijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit blijkt dat de Nederlandse overheid meer dan voldoende emissierechten beschikbaar heeft om deze uitstoot te vereffenen, door de aankoop van projectgebonden emissierechten via projecten uit het Clean Development Mechanism (CDM) en Joint Implementation (JI), en het aankopen van ongebruikte emissieruimte van andere landen (zogenoemde AAU-emissierechten).

Bedrijven onder het Europese emissiehandelssysteem houden rechten over

Om na te gaan in hoeverre de doelen worden gerealiseerd, wordt er conform het klimaatbeleid onderscheid gemaakt tussen bedrijven die deelnemen aan het Europese CO2-emissiehandelssysteem (ETS) en sectoren die daar niet aan deelnemen (niet-ETS-sectoren), zoals huishoudens en verkeer. In periode 2008-2012 bedroeg de totale uitstoot van Nederlandse ETS-bedrijven 406 miljoen ton CO2-equivalenten, terwijl zij 421 miljoen emissierechten gratis toegewezen hebben gekregen. Daardoor hebben ETS-bedrijven 15 miljoen rechten meer rechten toegewezen gekregen dan zij nodig hadden om hun uitstoot te vereffenen. Dit valt met name te verklaren door de economische crisis vanaf 2008. Desondanks hebben bedrijven ook nog 29 miljoen emissierechten ingeleverd die van buitenlandse projecten zijn aangekocht, omdat deze vaak aanzienlijk goedkoper waren dan Europese emissierechten. Daarnaast hebben bedrijven emissierechten kunnen aankopen van andere bedrijven en op veilingen. Daarmee hadden ETS-bedrijven de beschikking over ten minste 44 miljoen emissierechten méér dan zij gezamenlijk nodig hadden om hun uitstoot te vereffenen. Dit overschot kunnen ETS-bedrijven in principe weer gebruiken voor de ETS handelsperiode tussen 2013-2020.

Voor niet-ETS-sectoren heeft de overheid voldoende buitenlandse emissierechten gekocht

Voor de sectoren die niet aan het ETS meedoen, bedraagt de onder het Kyoto Protocol beschikbaar gestelde emissieruimte 564 megaton CO2-equivalenten. De uitstoot van deze bedrijven bedroeg in de periode 2008-2012 593 miljoen ton CO2-equivalenten. Daarmee ligt de uitstoot 29 miljoen ton CO2-equivalenten boven de beschikbaar gestelde emissieruimte. De Nederlandse overheid heeft echter rekening gehouden met een tekort en heeft daarom vroegtijdig emissierechten van andere landen en uit buitenlandse projecten aangekocht. Om in te spelen op grote onzekerheden over de uitvoering van de buitenlandse projecten en onzekerheid over het uiteindelijke tekort zelf, is er meer aangekocht dan – achteraf gezien – noodzakelijk was. Uiteindelijk verwacht de overheid ongeveer 48 miljoen emissierechten beschikbaar te hebben. Daarmee is er een overschot van zo’n 18 miljoen rechten. Deze overtollige rechten zouden kunnen worden geannuleerd, verkocht of ingezet voor klimaatdoelen na 2012.

Europese uitstoot van broeikasgassen daalt

Tussen 2011 en 2012 nam de uitstoot van broeikasgassen van de EU-27 landen af met 1,3%. Deze afname werd voornamelijk veroorzaakt door minder CO2-uitstoot in de transportsector, zowel passagier- als vrachttransport. Ook de industriële emissies namen af, o.a. de productie van cement. In de EU-15 namen tevens de CO2-emissies van de ijzer- en staalsector af (o.a. Italië). Daar stond een toename van CO2-emissies in de elektriciteitsopwekking door het gebruik van kolen, met name in Duitsland (ter vervanging van nucleare energie) en het Verenigd Koninkrijk tegenover. Tevens hebben de huishoudens als gevolg van een koude winter meer warmte verbruikt.

De Europese Unie (EU15) heeft haar doelstelling om de Kyoto-doelstelling te realiseren gehaald. In 2012 is de uitstoot van broeikasgassen in de EU28 met 19,2% gedaald ten opzichte van van 1990 (EEA, 2014). De gemiddelde EU15 emissies tussen 2008 en 2012 waren 11,8% onder de emissie in het basisjaar (1990)(EEA, 2014). De totale uitstoot in 2012 van de 15 EU-lidstaten met een gemeenschappelijke verbintenis aan het Kyoto Protocol was 15,1% lager dan het basisjaar. Dat is ruim onder de 8% doelstelling voor de periode 2008-2012. Alleen Oostenrijk, Griekenland, Ierland, Portugal en Spanje liggen nog steeds achter op hun Kyoto-doelstellingen.

Nieuwe Kyoto-doelstelling

Eind 2012 zijn er afspraken gemaakt tussen landen over de verlenging van het Kyoto Protocol. De landen die aan die verlening mee gaan doen, hebben afgesproken om de broeikasgasemissies in de periode 2013 tot en met 2020 gezamenlijk met 18 % te reduceren ten opzichte van het Kyoto-basisjaar.

Verantwoordelijk instituut

Planbureau voor de Leefomgeving, auteur: Martijn Verdonk